Garage + woonkamer + ICT = groeimarkt

Ondernemers zonder personeel kunnen hun actieradius aanzienlijk vergroten door te netwerken op internet. Er zijn alleen voordelen, zeggen ze.

De bedrijfsnaam staat in blauwe letters op een wit bord: Institute Knowledge Engineering. Even verderop staat het bedrijf, de omgebouwde garage van een woonhuis. Welkom bij het hightech bedrijf van Wilfried Markenstein. Op zijn bureau liggen naast z’n pc een kleine display, een printplaatje met chips en antenne erop gemonteerd en een handdoekautomaat. Het is materiaal voor projecten die hij onderhanden heeft. De 51-jarige techneut uit Schalkhaar heeft vier patenten. En het vijfde komt eraan.

Tot 2007 was Markenstein hoofd elektronica bij Nido in Holten, een bedrijf met een reputatie op het gebied van apparatuur voor gladheidsbestrijding. Toen Nido werd overgenomen door een Duits bedrijf, mocht Markenstein via outplacement naar wat anders uitkijken. Hij kwam tot de conclusie dat hij voor zichzelf wilde beginnen. Een psychologisch onderzoek hielp hem de stap te wagen. „Het wees uit dat ik een ondernemende Willy Wortel ben’’, zegt hij met een lach.

Markenstein is meer dan de zoveelste zzp’er, zelfstandige zonder personeel. Hij noemt zichzelf zms’er: zelfstandige met synergie. Hij heeft de ambitie nieuwe producten te ontwikkelen. Maar hoe doe je dat als je alleen bent? Personeel aannemen ligt bij een ‘starter’ niet meteen voor de hand.

Hij heeft een afwijkend idee over samenwerking, vertelt Markenstein. Het komt er op neer dat zelfstandigen „met elkaar een virtuele onderneming vormen’’. Zijn eigen Institute Knowledge Engineering omvat niet alleen de omgebouwde garage in het bos bij Schalkhaar. Er zijn ‘vestigingen’ in woonhuizen te Hengelo en Enschede. Binnenkort volgt mogelijk uitbreiding naar Lichtenvoorde. Afgelopen zomer schreef Markenstein een boekje over zijn nieuwe ondernemingsconcept (zie: Virtueel ondernemen).

Hij pakt het printplaatje met chips en antenne van z’n bureau. Het is een prototype van de zenderontvangers die worden geplaatst in alle handdoekautomaten die hygiënebedrijf Hokatex bij instellingen en bedrijven exploiteert. Op een barbecue in de buurt kwam hij de directeur van Hokatex Nederland tegen. „Ik vroeg of zijn bedrijf al sensoren in de automaten had. Toen hij ontkende, zei ik dat het dan hoog tijd werd.” Het sensorapparaatje registreert met ultrageluidsgolven wanneer de handdoekautomaat bijgevuld moet worden.

De hardware komt van Wilfried Peezenkamp uit Hengelo, die enkele jaren terug in zijn woning aan de Deldensestraat het bedrijfje WPTronic oprichtte. Peezenkamp (39) haalde in 2008 het nieuws met z’n ‘kattenchip’, een zendertje waarmee katteneigenaren via Google Earth kunnen zien waar hun (weggelopen) huisdier is. Peezenkamp : „De sensor voor de handdoekenautomaat is een lichtere uitvoering van de zenderontvanger in mijn ‘WP-cat’.’’

In de omgebouwde garage laat Markenstein op zijn computerscherm een plattegrond van Schiphol zien. Daarop staan alle handdoekautomaten. Ook is grafisch zichtbaar welke automaten moeten worden bijgevuld. Hierdoor kan een efficiënte route voor het bijvullen worden bepaald. Markenstein heeft er patent op.

De database bouwde Markenstein zelf. Maar de applicatiesoftware is weer ontwikkeld door een specialist uit Enschede. „Ik wilde gewoon een vriend helpen’’, verklaart Robert Roering. Hij is freelancer naast zijn reguliere baan, maar die activiteiten staan volgens hem los van elkaar. De beschikbaarheid van gratis opensourcesoftware maakt het volgens Roering (48) nog eenvoudiger voor kleine zelfstandige ondernemers: „Daarin is alles te krijgen. Alleen betaal je niet voor licenties.’’

Markensteins partners wonen allemaal in Oost-Nederland. Ooit waren ze collega’s bij Nedap in Groenlo, bekend van stemcomputers en biometrieapparatuur. Voordeel: ze weten wat ze aan elkaar hebben. Maar fysieke nabijheid is niet nodig voor het welslagen van een zms-netwerk. Via internet kan samen aan documenten worden gewerkt. „En we maken meer gebruik van Skype en MSN voor werkoverleg’’, zegt Markenstein.

Kenmerk van het zms-netwerk is ook dat partners over en weer expertise kunnen gebruiken. „Als je bepaalde kennis niet in huis hebt of met ontwikkelingsproblemen kampt, biedt het netwerk mogelijkheden’’, zegt hardwarespecialist Peezenkamp. En de samenwerking kan worden uitgebreid. Zo werkt Markenstein aan een geavanceerd buurtalarmsysteem, dat sneller werkt dan systemen die beveiligingsbedrijven doorgaans gebruiken. „Peezenkamp is een genie in afstandsoverbrugging en mijn expertisebehoefte voor dit project ligt juist bij de beste draadloze connectie’’, zegt hij. Peezenkamp op zijn beurt denkt vaker een beroep te doen op Markenstein, nu zijn ‘WP-cat’ ook belangstelling heeft gewekt van justitie. Daar is men geïnteresseerd in een elektronische enkelband met chip om gedetineerden te traceren. En de brandweer heeft belangstelling voor een chip om brandweerlieden die een gebouw binnengaan te lokaliseren.

Dat zms’ers inzage krijgen in bedrijfsgevoelige informatie over elkaars projecten hoeft geen probleem te zijn. Ze hebben een contract. Daarin staat dat Markenstein kennis die hij verwerft over de ‘WP-cat’ niet voor andere projecten mag gebruiken, zegt Peezenkamp. Markenstein: „En wat een ander in opdracht van mij ontwikkelt, blijft mijn eigendom.’’

Hoe belangrijk zulke afspraken zijn, merkte Markenstein toen hij twee jaar geleden inging op een verzoek van een academisch ziekenhuis om een optische scanner te ontwikkelen, waarmee borstkanker preciezer en effectiever wordt bestreden. Markenstein: „Toen ik mijn offerte indiende, zei het ziekenhuis ineens dat het te duur was. Ik voelde dat ze mijn idee wilden gebruiken, want mijn offerte was als enige overgebleven.’’

Op zijn bureau ligt een onderdeel van de scanner, waarop hij intussen patent heeft. „Het systeem werkt met lichtsluisjes’’, licht hij een tipje van de sluier op. Hij houdt de ontwikkeling nu binnen zijn vertrouwde zms-netwerk. Er zijn meer projecten waarin zijn kennis van sensoren en software van pas komt, vooral op medisch gebied. Zoals een vitaliteitsmeter die lichaamsfuncties bij ouderen nauwkeurig registreert. Een academisch ziekenhuis beproeft een nieuwe insulinepomp, die door Markensteins software in realtime reageert op veranderende bloedsuikerspiegels.

Ook het samenwerkingsconcept van Markenstein wekt belangstelling. In zijn huis in Lichtenvoorde zegt bijvoorbeeld elektronicus/softwareontwikkelaar Maarten Stottelaar (38) er serieus over te denken zich bij het zms-netwerk aan te sluiten. Hij kan kennis van spraaktechnologie inbrengen. Stottelaar werkt veel voor grotere opdrachtgevers. Hij besteedt delen van z’n werk uit. Dan weet ie zeker dat het op tijd af is. Zo maakt een technisch tekenaar in Eindhoven de printlayouts van elektronische schakelingen. Dankzij CAD-technologie (Computer Aided Design) speelt afstand ook hier geen rol.

Stottelaar ziet als belangrijk voordeel van een netwerk zoals van Markestein „dat je sámen naar een grotere partij kunt stappen’’. Want hij merkt dat grote opdrachtgevers om praktische reden vaak aarzelen opdrachten aan een zelfstandige te geven. „Wat gebeurt er als zo’n zelfstandige onder de bus komt? In een netwerk van zelfstandigen kun je de continuïteit garanderen.’’

Volgens Stottelaar levert zo’n collectief vaak betere kwaliteit dan een regulier bedrijf. Hij zegt: „Je ziet in de elektronica dat een toeleverend bedrijf voor de oplossing kiest die het in huis heeft en niet voor wat zou moeten, omdat het de eigen mensen aan het werk wil houden. In een groter netwerk kun je partijen kiezen die anders onbereikbaar zijn en de expertise dus bij elkaar rapen.’’ Markenstein denkt dat z’n virtuele onderneming tot maximaal tien mensen kan uitbreiden. „Je kunt dan effectief, technisch hoogwaardig en goedkoop blijven werken”, zegt hij.