Filosoof Lévi-Strauss overleden

Dit weekend is de invloed-rijke Franse denker Claude Lévi-Strauss overleden. Hij vocht voor het besef dat culturen gelijkwaardig zijn. Hij is 100 jaar geworden.

Politieke woelingen in de multiculturele wereld doen het weleens vergeten, maar deze eeuw begon door plechtig afte rekenen met een vorm van vooruitgangsdenken die de wereld kolonialisme en Europa wereldheerschappij had gebracht: de gedachte dat er een hiërarchie tussen beschavingen is.

In 2001 adopteerde Unesco, de organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur van de Verenigde Naties, het ideaal van de bescherming van culturele diversiteit.

Een van de grote denkers achter deze omslag werd gisteren in stilte begraven in Lignerolles, een dorpje in de Bourgogne. Pas gisteravond kregen Frankrijk en de wereld te horen dat antropoloog Claude Lévi-Strauss, een van de meest invloedrijke filosofen uit de twintigste eeuw, dit weekeind is overleden.

Na een leven van 100 jaar was hij, eigenzinnig als altijd, ontsnapt aan een eervolle publieke begrafenisceremonie. Liever reserveerde de antropoloog, sinds 1973 als lid van de Académie française ‘onsterfelijk’, het afscheid voor zijn familie.

In 2007 zat hij nog, ongemakkelijk geëmotioneerd, tussen staatslieden uit de hele wereld bij de opening van het splinternieuwe Musée du Quai Branly in Parijs. Het was een moment van glorie: in het instituut dat symbool staat voor de Franse erkenning van niet-westerse kunst en cultuur als gelijkwaardige beschavingen, was het auditorium naar hem vernoemd. Een teken dat Lévi-Strauss zijn overleden en beroemdere tijdgenoten Sartre, Foucault, Bourdieu en Aron zo langzamerhand in weerklank voorbijgroeide.

Lévi-Strauss waardeerde dat niet per se. Hij bleef het liefst allereerst een wetenschapper. Zo wordt hij vanmorgen overwegend herdacht: als ‘structuralist’ en een van de grondleggers van de moderne antropologie, in sommige opzichten ook weer achterhaald.

De reacties op zijn overlijden wijzen schuchter op zijn grotere, publieke betekenis. President Sarkozy sprak gisteravond van „een onvermoeibare humanist”. De Unesco is op zijn website sober: geen grote woorden, maar documenten van en over Claude Lévi-Strauss. Voorzitter Koichiro Matsuura verklaarde dat Lévi-Strauss „de manier waarop mensen naar elkaar kijken heeft veranderd”.

Vervolg Lévi-Strauss: pagina 9

‘Geen enkele cultuur beter dan andere’

Claude Lévi-Strauss was een humanist, maar dan wel eentje met zijn eigen opvatting daarvan: humanisme was geen eufemisme voor westerse superioriteit. In 1952 schreef hij, nog onbekend bij het grote publiek, op verzoek van de Unesco, een essay over ‘ras en geschiedenis’. Hij maakt duidelijk dat geen enkele cultuur of samenleving „meer mensheid” is dan een andere. Ook keert hij zich tegen culturele uniformiteit. „De mensheid raakt verzeild in een monocultuur. Ze neemt beschaving in massaproductie, zoals bieten.” Hij voorspelt „verstening” van de mensheid, als nieuwe verscheidenheid niet beschermd wordt.

Zulke kritiek op de globalisering avant la lettre onderstreept de actualiteit van Lévi-Strauss. Zeker in Frankijk, waar de verdediging van een verdwijnende ‘eigen’ wereld de laatste decennia de overhand kreeg op de universalistische Franse pretentie. Stakende werknemers, boze boeren, worstelende politici zijn net als veel antropologen „kinderen van Lévi-Strauss”: hij liep voor op hun pessimistische levensgevoel over wereldwijde uniformering.

Hij bouwde een wereldvisie op nostalgie en het tragische besef dat de vooruitgang beschavingen verkruimelt. Beroemd werden zijn antropologische verkenningen in Latijns-Amerika, waar hij de gedachte dat niet-westerse beschavingen primitief waren afschudde. Later zou hij bekennen dat zijn intuïtie terugging op nostalgische herinneringen aan de dorpse Elzas, waar zijn joodse voorouders opgroeiden. Omzwervingen zouden zijn leven bepalen: in de jaren dertig in Brazilië, tijdens de Tweede Wereldoorlog in de Verenigde Staten.

Hij presenteerde zijn antropologische systeemdenken als een gevolg van zijn beperkingen. Omdat een mensenleven nu eenmaal niet volstaat om een samenleving „al is het maar van vijftig personen” tot in detail te beschrijven, had hij zich gericht op de patronen, de ‘structurele’ wetten die samenlevingen vergelijkbaar en verschillend maken. De geestelijke zoon van Jean-Jacques Rousseau bleef toch ook een kind van Descartes: verscheidenheid hoorde in een universeel patroon.

Ook dat is een trek van zijn denken die nog aanspreekt. Minister van Buitenlandse Zaken Bernard Kouchner wenste vanmorgen dat de „universele weerklank” van zijn oeuvre sterker gaat klinken, „nu wij proberen zin te geven aan de globalisering”.