Diana Krall zingt losjes en intiem

Jazz Diana Krall. Gehoord: 2/11 Concertgebouw, Amsterdam. ****

Glamourjazz in pastelgetinte arrangementen, afgeroomd met weelderige strijkers. Hoe groot het succes ook, de geraffineerd gemaakte jazz van Diana Krall, waarin ze zich meestal wat verveeld-chic door standards ploegt, klinkt per album behaagzieker. Dat heeft vooral te maken met haar mentor, de Amerikaanse topproducer Tommy LiPuma. Hij plaveide Kralls pad al vroeg in haar carrière met gouden steentjes – ze hoefde er alleen nog maar op te lopen.

Haar discografie vormt – gelukkig – een paradox met de concerten van de Canadese. Dan toont de zangeres/pianiste zich allerminst een in het zadel geholpen prinses van de populaire jazz. Zeker niet in een kleine bezetting (met gitaar, bas, drums), waarin het er op aan komt. Met haar stem als grootste kracht – donker, zwoel, hees en een probleemloze, late timing –, en daarnaast zeer behoorlijk, beheerst pianospel, is ze gewoon een prima muzikant.

Krall stak in het Concertgebouw goed in vorm, ze is al maanden op tournee. Swing werd afgewisseld met bekend bossanova’s (Quiet Nights tot So Nice), waarin thema’s makkelijk werden omspeeld. Een klassieker als Cheek to Cheek werd versneld en verdiept met intens solowerk. Solo en bijna fluisterend bracht ze I Get Along Without You Very Well, die met een bijna venijnig soort nonchalance overliep in soulklassieker Walk on By.

Krall is duidelijk als performer gegroeid. Ze is een meer ontspannen instrumentalistische vocaliste geworden, die niet alleen maar melodielijntjes zingt, maar rustig wat wegslikt of later inzet. Ze vindt ruimte tussen de noten, en geeft ze kleine duwtjes.

Maar op haar best is Krall als ze persoonlijk wordt, en haar hart legt in tekst en muziek. I’ve Grown Accustomed to His Face bijvoorbeeld – het was een weemoedig groet naar echtgenoot Elvis Costello.