Debat over Groeipact moet nog beginnen

Voor het eerst sinds het uitbreken van de crisis verwacht de Europese Commissie weer groei voor Europa. Daarmee keert ook de discussie over het Groeipact weer terug.

Eurocommissaris Joaquín Almunia van Economische en Monetaire Zaken presenteerde gisteren eindelijk weer eens glimlachend zijn halfjaarlijkse economische prognoses voor de Europese Unie. Zijn eerste opmerking was: „Het goede nieuws is dat de cijfers niet erg verschillen van de cijfers van twee maanden geleden. Dit betekent dat de situatie stabiliseert. Europa komt uit de recessie.”

Almunia voorspelt dat de Europese economie in 2010 weer gaat groeien met een voorzichtige 0,7 procent. In 2011 loopt die groei op naar 1,5 procent. Dit jaar krimpt de economie nog met 4,1 procent. Twee aspecten zijn echter zorgelijk voor de komende jaren: de Europese werkloosheid stijgt van gemiddeld 9,1 procent dit jaar naar 10,3 procent in 2010, en de begrotingstekorten in de EU lopen op van gemiddeld 6,9 procent van het bbp dit jaar naar 7,5 in 2010. Almunia maakte speciaal melding van de „fragiele banksector en stagnerende kredietverlening”, vooral in Duitsland. Deze ontwikkelingen kunnen voor sociaal-politieke instabiliteit zorgen, zowel in de nationale politiek als op het Europese toneel.

Het is voor het eerst sinds het begin van de crisis, ruim een jaar geleden, dat de prognoses voor economische groei niet naar beneden worden bijgesteld. Ieder jaar in maart en november produceert de Commissie deze prognoses, op basis van cijfers die de 27 lidstaten aanleveren. Eurostat voert controle uit op het ingestuurde materiaal. Dat is moeilijk werk: regeringen willen hun toestand zo gunstig mogelijk afschilderen (zoals Griekenland), en er heerst verwarring over de definitie van termen als stimuleringspakket. Zes maanden lang grijpt iedereen naar deze prognoses als hét referentiepunt. Wie wil weten hoe hoog begrotingstekorten zijn en hoe het zit met inflatie, haalt de prognoses erbij. Politieke besluitvorming wordt erop gebaseerd.

Het ruim 200 pagina’s tellende rapport van gisteren zet dus voor maanden de toon. Vandaar dat het, zeker nu, politiek gevoelig is. Naar verluidt hebben landen als het Verenigd Koninkrijk, die hard door de crisis getroffen zijn, Almunia gevraagd om beroerde cijfers uit het rapport niet extra te benadrukken in samenvattingen of persbericht. Daar komen maar alarmerende krantenkoppen van.

Dit cijfermateriaal voedt twee grote politieke debatten, komende tijd: over het beste moment waarop landen hun stimuluspakketten moeten afbouwen en beginnen met bezuinigen, en over het gezag van het Stabiliteits- en Groeipact. Het eerste debat, over de exitstrategie, is begonnen. Het tweede schuift iedereen voor zich uit.

Almunia zei gisteren dat open economieën harder onder de crisis lijden (zoals Nederland), en er eerder uit zullen komen. Daarom kunnen sommigen hun overheidsfinanciën sneller opschonen dan anderen. Hij waarschuwde niet te vroeg met exitstrategieën te beginnen: dat moet pas als de economie voldoende ‘gang’ heeft gemaakt. Hem lijkt 2011 een goed moment. Dan komt de groei in de EU op 1,6 procent uit. Letland en Litouwen, die een harde terugval beleven, laten dan zelfs spectaculair herstel zien. Maar de nieuwe regering van Duitsland – economische motor van Europa – kan dit collectieve ‘streefjaar 2011’ in gevaar brengen met omstreden belastingverlagingen. Dinsdag vergaderen de ministers van Financiën over exitstrategieën.

De tweede discussie waarvoor Almunia’s herfstprognoses munitie aandragen, gaat over de begrotingstekorten. De vraag is of de huidige limiet van 3 procent van het bbp (zoals het Stabiliteitspact vereist) nog genoeg impact heeft. Almunia constateerde gisteren dat er in 2011 maar twee landen zijn die onder deze limiet blijven: Bulgarije en Zweden. Beiden liggen buiten de eurozone; het Pact is bedacht om de euro stabiel te houden. Alle andere landen gaan er dan nog overheen – eurolanden als Ierland, Spanje en Griekenland zelfs fiks.

Tegen 21 EU-landen lopen al tekortprocedures omdat ze over de limiet gingen. Volgens deze procedures moeten landen aangeven hoe ze hun tekort gaan afbouwen. De Commissie houdt dit scherp in de gaten. Almunia gaf deze 21 landen extra lange termijnen om de 3 procent weer te bereiken.

Velen betwijfelen of ze dit gaan halen. Zij denken dat Almunia’s termijnen nog altijd te streng zijn. Maar tegen het uur U zit Almunia waarschijnlijk niet meer op Economische en Monetaire Zaken. Spanje vaardigt hem af naar de volgende Commissie, die voorzitter José Manuel Barroso gaat samenstellen. Het gerucht gaat dat Almunia eurocommissaris voor Financiële Dienstverlening wordt – een nieuwe post, die deels van Interne Markt wordt afgesplitst.

Ook in 2003 gingen grote eurolanden over de 3 procent. Toen drukten Duitsland en Frankrijk samen een soepeler toepassing van het Pact door. Frankrijk wil dat wéér doen. Maar Duitsland heeft de 3 procent in zijn grondwet geschreven, en voelt er niet voor. Daarmee wordt de discussie over de limiet hooguit bevroren.