Buffett gokt op opleving spoor

Warren Buffett heeft de reputatie dat hij dollars koopt voor 50 cent per stuk. De grootste transactie ooit van de beroemde belegger – die een waarde van 34 miljard dollar verleent aan het spoorwegbedrijf Burlington Northern Santa Fe – lijkt niet in deze categorie te vallen. Het is waar dat Buffett een grote naam wordt in een onderneming en een bedrijfstak waar hij van houdt. Maar het is eerder een gok op groei dan op waardevermeerdering.

De geschiedenis toont aan dat Buffetts ideeën over wat waarde precies is veel verder gaan dan de fundamentele vraag of iets goedkoop of duur is. Maar de prijs doet er nog steeds toe. Simpel gesteld komt het erop neer dat Buffetts investeringsmaatschappij Berkshire de 77,4 procent van Burlington die zij nog niet in haar bezit had, koopt voor ongeveer 18 maal de geschatte winst over 2010. Dat komt in de buurt van het niveau waarop de aandelen van Berkshire zelf worden verhandeld.

Tel dat op bij de stevige premie van 31 procent ten opzichte van de slotkoers van maandag, en het is moeilijk in te zien hoe Buffett had kunnen rechtvaardigen nóg meer geld op tafel te leggen. Toch wijst het bedrag van zo’n 100 dollar per aandeel dat hij voor Burlington neertelt erop dat hij weinig trek heeft om over dubbeltjes en kwartjes te gaan zeuren als hij denkt een goed bedrijf gevonden te hebben.

Burlington voldoet in ruime mate aan een aantal van zijn criteria. Een spoorlijn vertegenwoordigt in feite een natuurlijk monopolie op die specifieke route, waardoor er van concurrentie nauwelijks sprake kan zijn. Nadat hij de afgelopen jaren geleidelijk aan bijna een kwart van het bedrijf had overgenomen, kent hij het management ook. Bovendien heeft Burlington een goede naam in de sector.

Daarnaast is Berkshire ook steeds op zoek geweest naar een transactie die groot genoeg was om zijn aanzienlijke middelen aan te spenderen. De marktwaarde van Berkshire bedraagt meer dan 150 miljard dollar, dus het uitgeven van 5 miljard dollar hier en daar maakt weinig verschil. De component in contanten van de Burlington-deal (60 procent) zal echter ongeveer 16 miljard dollar opslokken van de 25 miljard dollar aan contanten die eind juni op de balans van Berkshire stond. Buffett zal dus een tijdje niet nóg zo’n grote deal nodig hebben.

Er is waarschijnlijk weinig gevaar dat Burlington kampt met soortgelijke verborgen gebreken als de verzekeraar General Re, Buffetts grootste aankoop tot nu toe en een van zijn meest problematische. Maar nu hij heeft ingestemd met een hoog bedrag – dat ook zal leiden tot het uitgeven van meer dan 10 miljard dollar aan nieuwe Berkshire-aandelen – heeft hij weinig manouveerruimte en zal er méér goed moeten gaan.

Buffett heeft zelf toegegeven dat deze transactie een gok is op het herstel van de Amerikaanse economische groei. Het is intrigerend dat een deal die wellicht de laatste grote daad zal zijn van de 79-jarige superbelegger daarvan afhankelijk is, en niet van een gok op waardevermeerdering.

Richard Beales

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen:www.breakingviews.com