Britse premier Gordon Brown heeft geen reden trots te zijn

Engeland heeft slechts de helft ongedaan kunnen maken van de problemen die ontstonden door de overname van HBOS door Lloyds vorig jaar. De Britse regering presenteert het gedwongen afstoten van belangen door Lloyds en Royal Bank of Scotland als een manier om concurrentie te bevorderen op het gebied van het gewone bankieren. Oude vertrouwde merken als Cheltenham & Gloucester en Williams & Glyn’s zouden opnieuw in het straatbeeld kunnen verschijnen, met eigen filialen. En als het gesaneerde Northern Rock is teruggekeerd in de particuliere sector, zullen er straks drie extra banken zijn die zich richten op de individuele klant. Zo luidt althans het verhaal van overheidswege.

Gordon Brown kan echter niet met de eer gaan strijken. Het afstoten van belangen werd verordonneerd door de Europese Commissie – en niet door de Britse premier – ter compensatie van de grote bedragen aan staatssteun die de banken hadden ontvangen. Het naakte feit van de privatisering van Northern Rock zal nog niet meteen een nieuwe concurrent in de markt zetten. Bovendien is de concurrentie in de banksector in sommige opzichten nog steeds minder sterk dan vóórdat Brown zijn zegen gaf aan de desastreuze overname van HBOS door Lloyds.

Die transactie heeft Lloyds niet alleen met alle slechte leningen van HBOS opgezadeld, maar de bank ook gedwongen zich tot de staat te wenden voor hulp. Er heeft zich tevens een buitensporige concentratie voorgedaan op de markt voor betaalrekeningen en hypotheken. De fusiecombinatie heeft een marktaandeel van ongeveer 30 procent op deze beide markten. Na het afstoten van onderdelen zullen deze marktaandelen dalen tot 25 procent. Dat is duidelijk een stap in de goede richting. Maar Lloyds zal nog steeds een groter marktaandeel hebben dan vóór de fusie. En vergeet niet dat op het hoogtepunt van de crisis zowel Alliance & Leicester als Bradford & Bingley werden opgeslokt door Abbey, dat in handen is van het Spaanse Santander.

RBS heeft zich daarentegen de laatste tijd verre gehouden van welke grote banktransactie in Groot-Brittannië ook. Er is dus geen reden om te twijfelen aan de voordelen van de gedwongen verkoop van onderdelen vanuit een concurrentieperspectief. Het aandeel van RBS op de markt voor leningen aan het midden- en kleinbedrijf – voorheen meer dan 25 procent – loopt terug met 5 procentpunt. Maar ook op dit punt kan Brown nauwelijks goede sier maken met een beleid dat is voorgekookt in Brussel.