Autoriteiten Iran smoren nieuw oppositieprotest

Iraanse veiligheidstroepen hebben vandaag met een massale aanwezigheid voorkomen dat duizenden demonstranten tegen de regering zich verzamelden in het centrum van Teheran. De oppositie wilde daar demonstreren tegen de regering van president Ahmadinejad.

Her en der hadden gewelddadige confrontaties plaats tussen demonstranten en veiligheidsagenten, voornamelijk leden van de Revolutionaire Garde en de Baseej-militie. Er zijn berichten dat het in andere grote steden ook tot confrontaties is gekomen.

Op het centrale Haft-e tir plein in Teheran werd een menigte verspreid waarbij waarschuwingsschoten en traangas werden afgevuurd. Demonstranten werden geslagen met wapenstokken, riemen en electriciteitskabels. Onder anderen Mehdi Karroubi (72), een van de leiders van de oppositiebeweging, werd geslagen, aldus websites met banden met de politicus.

Iran viert vandaag de dertigste verjaardag van de bestorming van de Amerikaanse ambassade door studenten in 1979. Oppositiedemonstranten hadden op internet aangekondigd de gebruikelijke officiële bijeenkomst voor het oude ambassadegebouw te verstoren.

De protesten laten zien dat de oppositiebeweging, die massademonstraties organiseerde na de door Ahmadinejad gewonnen verkiezingen van 12 juni, actief blijft. Wel was het aantal demonstranten veel lager dan bij het laatste protest, 18 september, waaraan zo’n 200.000 mensen deelnamen.

Anders dan toen liet de regering zich niet verrassen. Vanaf vroeg in de ochtend waren er rond de 15.000 veiligheidsagenten op de been, aldus getuigen. Op vrijwel iedere straathoek in het centrum stonden groepen veiligheidsagenten, die voorkwamen dat mensen samenschoolden.

Op de pro-regeringsdemonstratie voor de ambassade verzamelden zich duizenden mensen die „dood aan Amerika” en „dood aan Israël” riepen. Diverse sprekers beklaagden zich over de „hypocriete” oppositiebetogers die volgens hen „dienaren” van de VS zijn. „Hoe kunnen deze mensen zich verantwoorden tegenover de families van de martelaren, tegenover onze leider en tegenover de oprechte kinderen van de revolutie?” vroeg Gholam Ali Haddad Adel, oud-voorzitter van het parlement.