Amerikanen blijven de Staat wantrouwen

Een jaar geleden dacht progressief Amerika dat Obama een ideologische omslag symboliseerde: meer overheid, minder markt. Het was een illusie.

In de dromerige periode na de verkiezing van Barack Obama – vandaag een jaar geleden – was de spectaculaire overstap van Wendell Potter niet eens een grote schok.

Het land had zijn lesje met het kapitalisme wel geleerd. En Wendell Potter ook. Hij legde zijn leidinggevende functie bij een van Amerika’s grootste ziekteverzekeraars (Cigna) neer en besloot uit de doeken te gaan doen hoe verzekeraars hun klanten al jaren misleiden. Gelegaliseerd bedrog van patiënten, noemde hij het.

Potter vertelde hoe hij zelf vanaf begin jaren negentig suggestieve pr-campagnes opzette om te beletten dat de overheid greep op het ziektekostenstelsel kreeg. Hij legde uit hoe verzekeraars polissen van klanten afnemen zodra deze te duur worden. En hoe ze met groeiend succes misleidende polissen verkopen, zodat patiënten pas in het ziekenhuis ontdekken dat alleen hun bed wordt vergoed, niet hun operatie.

„Ik kon er niet meer van slapen”, vertelt Potter. Dus koos hij de zijde van Obama in diens poging de macht van de ziektekostenverzekeraars te doorbreken. Vaarwel riant salaris, vaarwel auto met chauffeur: Wendell Potter was voortaan klokkenluider. „Ik wilde deze keer per se aan de goede kant van het gevecht staan.”

Het klimaat voor verandering leek ideaal. De financiële sector had het land aan de rand van de afgrond gebracht. Het evenwicht tussen overheid en markt moest worden hersteld, en Obama zette na zijn inauguratie meteen de toon: hij introduceerde een gigantisch stimuleringspakket – een New New Deal – en joeg het binnen een maand door het Congres. Het paste bij hetzelfde herboren optimisme dat Russel Shorto (John Adams Instituut, Amsterdam) in mei in The New York Times de Nederlandse verzorgingsstaat mocht aanprijzen als voorland voor de VS. Het stuk was dagen het best gelezen artikel op de website van de krant.

Maar dat was toen. Gisteren liepen enkele gouverneursverkiezingen zeer slecht af voor Democraten (zie: ‘Democratisch verlies’) en Potter weet inmiddels ook wel beter. Nadat hij afgelopen maandag voor een lezing aankwam in Hartford, Connecticut, vertelde hij deze krant dat hij de laatste maanden „soms erg pessimistisch” is of de overheid ooit greep op de ziekteverzekeraars krijgt.

De strijd is niet gestreden – maar voorlopig zullen zelfs de crisis en het bedrog van verzekeraars het vertrouwen in de overheid niet vergroten. „Het is cultureel bepaald”, zegt hij melancholiek. „Ondanks alles is de aversie tegen de Staat nog altijd enorm.”

Het is geen waarneming van een eenling. De goeroe van Amerika’s opiniepeilers, Charlie Cook, wiens wekelijkse analyse ‘de bijbel van de politieke gemeenschap’ wordt genoemd, zegt in schriftelijke antwoorden aan deze krant dat Obama’s succes in 2008 vooral een afwijzing van Bush en de Republikeinen was. „Geen omarming van specifiek [Obama]-beleid.”

Hij wijst op een lange serie onderzoeken de laatste maanden. Amerikanen zijn woedend op iedereen die macht en aanzien heeft. Na de redding van de banken, het stimuleringsprogramma, nationalisering van de auto-industrie en de discussie over de zorgplannen is ook de weerzin tegen de overheid weer gegroeid, en keerde de waardering voor Republikeinen, die sinds 2006 in het slop zaten, terug naar het traditionele niveau.

Critici zeggen dat de president zijn hyperactieve binnenlandse agenda (hij doet ook klimaatbeleid, onderwijshervorming, legalisering van medische marihuana, etc.) zwak presenteert. Hij moet laten zien dat al dit activisme draait om „de wederopbouw van de VS”, schreef columnist Thomas Friedman – een golfvriend van de president – afgelopen weekeinde.

Het zou een vergissing zijn, laat Cook weten. „Mensen vinden de persoon van president Obama aantrekkelijk – intelligent en getalenteerd. Maar ze hebben steeds meer twijfels of zijn beleid spoort met hun ideeën.”

Vervolg Obama: pagina 4

Obama lijkt ambities niet te temperen

Evengoed wekt Obama niet de indruk dat hij zijn binnenlandse ambities zal temperen. In zijn buitenlands beleid – zie Afghanistan – kiest hij tot nu toe de middenweg die hij beloofde. Maar in de campagne vertelde hij vorig jaar ook met regelmaat waarom Ronald Reagan hem meer inspireert dan Bill Clinton. Beide voorgangers gaven leiding aan economisch herstel. Maar terwijl Clinton verder alleen op de winkel paste, wist Reagan de VS structureel te hervormen. „Daar”, zei Obama dan, „zijn presidenten voor.”

En dus heeft het er alles van weg dat Barack Obama de komende tijd alsnog probeert zijn greep op een zesde van de economie te vergroten: de gezondheidszorg. Het is een combinatie van idealisme en politieke berekening.

Het idealisme: bezorg ruim 46 miljoen onverzekerden een ziektepolis. De berekening: treedt in de voetsporen van president Lyndon B. Johnson, die in 1965 met de introductie van Medicaid (gratis zorg voor minima) en Medicare (idem voor ouderen) ook zwaar verzet overwon, waarna Medicare en Medicaid de populairste sociale programma’s van het land werden.

Alle insiders van Washington weten dat dit op het spel staat: de uitkomst van het zorgdebat zal voor decennia bepalen hoe groot de rol van de overheid wordt. En daarom volgt officieel Amerika elke procedurele stap in het stroperige zorgdebat al maanden op de voet.

Ook klokkenluider Wendell Potter ploetert voort. In optredens en interviews blijft hij hameren op „de kunstjes” waarmee verzekeraars hun polishouders financieel uitkleden. „Ik heb tot mijn schande jarenlang meegewerkt aan deze praktijken”, zegt Potter. Een last die hij met moeite draagt. „Er zijn duizenden mensen nodeloos door overleden, terwijl de leden van de directie hogere bonussen opstreken.”

Het resultaat is dat de VS nummer 37 zijn op de VN-lijst van landen met de beste gezondheidszorg. En als het gaat om gelijkwaardige toegang tot het stelsel komt het uit op 54. „Achter Bangladesh”, murmelt hij.

Maar het zal verzekeraars volgens Potter niet beletten, nu het debat aan zijn slotronde begint, alle dirty tricks in te zetten die hij zelf – als eindverantwoordelijke voor public relations, marketing en strategie – meehielp ontwikkelen.

Met hulp van conservatieve radiomakers zetten ze het verhaal „in de markt” dat wachtlijsten in het buitenland zo lang zijn. „Die onzin verkocht ik vroeger ook.” Dat de VS een socialistisch land dreigen te worden. „Zeiden we in de jaren negentig met Clinton al.” Dit werkt nu eenmaal. „Mensen zijn in dit land erg gevoelig voor dit soort onzin.”

Maar het dubbeltje kan de andere kant oprollen. Hervorming van het zorgstelsel wordt zeker geen breed gedragen operatie, zoals het een jaar geleden nog leek. Het is een operatie tegen de stroom in, en het zal in het Congres afhangen van enkele stemmen.

De uitkomst, denken Obama’s aanhangers, is niet bepalend voor zijn populariteit (dat is de economie) – maar wel voor zijn binnenlandse aanzien. En voor zijn invloed op de toekomst van het land. „De afloop van dit debat”, zegt Wendell Potter, „wordt een van de belangrijkste momenten uit de moderne geschiedenis van dit land.”

Herbeleef de verkiezingsstrijd uit 2008 op nrc.nl/vs