VVD wil af van zorg voor Afrika

Helpt de hulp? De VVD stelt ontwikkelingshulp als verschijnsel ter discussie. Minister Koenders wil de hulp alleen verbeteren.

„Ik kan me niet herinneren dat ik ooit in mijn leven harder heb gewerkt dan afgelopen week”, schreef VVD-Kamerlid Arend-Jan Boekestijn afgelopen zondag op zijn weblog. Het had te maken met ‘Het Boek’ waarvoor hij de tekst gisterochtend bij zijn uitgever moest inleveren. Oftewel: het definitieve boek met zijn onderzoek naar het failliet van de ontwikkelingshulp dat Boekestijn een jaar geleden dreigend aankondigde in de Kamer.

Zijn prooi: minister Koenders voor Ontwikkelingssamenwerking (PvdA), wiens beleid, zoals hij gisteren in de Tweede Kamer zei, „volkomen is vastgelopen”. Daar werd gesproken over de begroting van Koenders. Voor het eerst sinds decennia valt deze begroting lager uit dan het jaar daarvoor. De economie groeit niet langer en Koenders’ begroting is gekoppeld aan het bruto nationaal product. Volgend jaar heeft hij 600 miljoen euro minder te besteden.

Maar volgens de oppositionele VVD kan er nog veel meer af. In de tegenbegroting die de liberalen op Prinsjesdag presenteerden worden de uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking gehalveerd. Hulp werkt slechts verslavend, is de stelling van Boekestijn. En de internationale literatuur hierover geeft hem steeds meer gelijk, beweert hij.

„Infantilisering van het debat”, noemde Koenders het gisteren. Hij werd „een beetje moe van het theorietje van de week van Boekestijn om maar te kunnen bezuinigen” en had ook „een beetje tabak van simpele analyses”. Volgens hem dient het debat te gaan over „effectieve ontwikkelingssamenwerking”. Extra bezuinigingen zoals de VVD voorstelt, en ook de PVV (die van het grootste deel van ontwikkelingssamenwerking af wil maar gisteren niet bij het debat aanwezig was) horen daar in de optiek van Koenders niet bij.

Hij weet zich daarbij gesteund door een ruime meerderheid van de Tweede Kamer die gisteren aangaf niet te willen tornen aan de ooit afgesproken norm waarbij jaarlijks 0,8 procent van het nationaal inkomen aan hulp wordt besteed. Koenders wil zich samen met deze Kamermeerderheid concentreren op de vraag of ontwikkelingssamenwerking beter kan. Boekestijn richt zijn pijlen op het principe van de hulp. Daarbij gaat het volgens het liberale Kamerlid over het „moreel risico” dat er aan vastgeklonken zit. Boekestijn: „Het moreel risico staat voor het fenomeen dat mensen roekelozer gaan autorijden als men verzekerd is. Hetzelfde geldt voor ontwikkelingslanden. Wat zouden Afrikaanse regeringen nog moeten doen als de VN voor de veiligheid zorg draagt en westerse donoren voor het onderwijs en de gezondheidszorg? Welke prikkels gaan uit van alimentatie? Wij hebben met geld heel veel potentie voor zelfredzaamheid kapot gemaakt.”

Dit was volgens Koenders nu zo’n voorbeeld van een „simpel theorietje” dat hij „niet serieus” meer kon nemen. Want, zo zei hij gisteren, dit zogeheten moreel risico zit bij bij elke vorm van hulp, ook bij bijstandsuitkeringen die in Nederland worden verstrekt. „Als je dat verkeerd doet, werkt het niet goed, maar als je het goed doet, kan het wel emanciperend en versnellend werken. Dat is ook een onderdeel van het liberalisme.”

Helpt de hulp? De vraag is eigenlijk zo oud als ontwikkelingshulp zelf. Het debat kreeg onlangs een nieuwe impuls naar aanleiding van de verschijning van het boek van de Zambiaanse econoom Dambisa Moyo waarin deze vraag ontkennend wordt beantwoord. Het boek werd een internationale bestseller. Begin volgend jaar komt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid met een, naar verwachting kritische analyse over het Nederlandse ontwikkelingsbeleid door de jaren heen. Maar eerst is er volgende maand het boek van Boekestijn. „Ik zal er met veel aandacht op reageren”, beloofde Koenders gisteren.