VN-missie Congo: minder coöperatie

De VN-vredesmissie in Congo stopt haar samenwerking met eenheden van het Congolese regeringsleger omdat die tientallen burgers hebben vermoord. Dat heeft de chef vredesoperaties van de VN, Alan Le Roy, gisteren gezegd.

Volgens Le Roy hebben eenheden van het Congolese leger „duidelijk met opzet” 62 mensen vermoord in een dorp in Noord-Kivu, een provincie in Oost-Congo waar al jaren geweld heerst. De moorden zijn gepleegd tussen mei en september dit jaar, aldus Le Roy.

De samenwerking tussen de VN-missie MONUC en het Congolese leger is vanaf het begin omstreden geweest. MONUC helpt sinds maart dit jaar in de strijd tegen de FDLR, een groepering van extremistische Hutu’s die de burgerbevolking in Noord- en Zuid-Kivu terroriseert. MONUC voorziet het Congolese leger van vuurkracht, luchttransport en voedselrantsoenen. Door het gezamenlijke offensief zijn meer dan duizend FDLR-strijders ontwapend.

Mensenrechtenorganisaties onderstrepen echter dat Congolese burgers al jaren het slachtoffer worden van geweld, verkrachtingen en plunderingen door het eigen regeringsleger. Human Rights Watch (HRW) verklaarde gisteren dat meer dan vijfhonderd burgers vermoord zijn door het leger sinds het begin van de operatie met MONUC. De VN-missie verliest zo haar neutrale status en aanzien onder de bevolking, zo waarschuwen de organisaties. Een onderzoeker van HRW beschuldigde MONUC gisteren van „het schenden van de wetten van oorlogsvoering”. (Reuters, BBC)