Tot in je genen geschikt

Aan prenatale genetische selectie kleven nog te veel ethische bezwaren.

Maar tegen het ingrijpen in de genen van volwassenen is minder in te brengen.

Nergens ter wereld mag je de genetische eigenschappen van je kind vastleggen. In Nederland is genetische interventie hoogstens toegestaan om ernstige aandoeningen te voorkomen, zoals chromosomale afwijkingen, een aantal stofwisselingsziekten zoals de ziekte van Tay-Sachs.

Af en toe gaan er stemmen op om de huidige regels op te rekken. Zo deed de filosoof Peter Sloterdijk een aantal jaren geleden veel stof opwaaien door voor eugenetische toepassingen van prenatale selectie te pleiten, gaan er in de VS steeds meer stemmen op om een liberale eugenetica in te voeren en vroeg Arnon Grunberg zich vorige maand in de Belgische krant De Standaard af waarom ouders eigenlijk niet voor een kind met een betere aanleg voor topsporten zoals tennis mogen kiezen.

Want, zo vragen voorstanders van een liberale eugenetica zich af, selecteren ouders de eigenschappen van hun kind eigenlijk niet al bij de partnerkeuze? En waarom mag het voorkomen van de geboorte van een kind met een dodelijke afwijking wel, maar het intentioneel op de wereld plaatsen van een kind met een hogere intelligentie, of een sterkere aanleg tot topsport niet? Wat als natuurlijke ongelijkheden (zoals het voor iemand met het syndroom van Down onmogelijk is professor theoretische fysica te worden) door prenatale selectie zouden kunnen worden voorkomen? En waarom moet vadertje staat beslissen wat ouders wel of niet mogen?

Deze liberale eugenetici zien een aantal belangrijke bezwaren over het hoofd. Ten eerste valt op de ouderlijke autonomie het een en ander af te dingen. Zo moet je kinderen beschermen tegen de mogelijk minder verantwoordelijke keuzes van ouders, te meer omdat de maatschappij indirect invloed kan hebben op ouderlijke keuzes.

Daarnaast zou er wel eens intolerantie kunnen ontstaan jegens de mensen wier ouders het hebben nagelaten hun erfelijke aandoeningen voor de geboorte op te sporen; mensen die daardoor met minder talenten behept zijn. Sterker nog, als bijna iedereen de genen van zijn kinderen genetisch op wil voeren, dan wordt het een nadeel om dit niet te hebben gedaan.

In de VS zijn er scholen waarin het gebruik van Ritalin, een ADHD-remmend medicijn, verplicht wordt gesteld voor alle kinderen die van een andere school zijn afgetrapt. Dit zijn vaak kinderen die geen ADHD hebben. De samenleving voert dus indirect dwang uit op ouders en kinderen om een medicijn te nemen dat voor normale kinderen louter het effect heeft een geschikte werkbij van hen te maken. Er is een reële kans dat dit soort praktijken ook bij de toepassingen van genetische selectie ontstaan. Zal er, zoals ons in de film Gattaca wordt voorgespiegeld, een kloof ontstaan tussen de gene-poor en de gene-rich?

Er is nog een keerzijde waar de voorstanders van een liberale eugenetica aan voorbij gaan: iemand moet bepalen welke eigenschappen een ouder mag kiezen en welke niet. Ik zie liever geen commissie van wijze mannen dit soort beslissingen voor ons maken, zoals Sloterdijk in zijn Regels voor het Mensenpark voorstelt.

Een vierde bezwaar is wellicht onoverkomelijker: als ouders bepaalde specifieke keuzes maken over de genetische eigenschappen van hun kind dan kan dit voor die ouders een uitoefening van het recht op vrije keuze zijn, maar voor het kind zullen deze keuzes altijd lot zijn. Dit soort interventies hebben een sterkere impact dan louter opvoedkundige keuzes. Je kunt er na je achttiende altijd voor kiezen niet meer katholiek te zijn, geen universitaire opleiding te doen of toch maar wel tennisser te worden. Maar als je tot in je lichamelijke aanleg geschikt bent gemaakt voor topsport, wordt het kiezen van een andere levensloop toch een stuk moeilijker. Bovendien: kun je jezelf dan nog wel als van jezelf beschouwen, of blijf je voor je gevoel voor altijd een hobby van je ouders?

Toch betekent dit alles niet dat geen enkele vorm van genetische selectie toegestaan zou moeten worden. Naast prenatale selectie op basis van een genetische test kunnen we ook steeds beter ingrijpen in de genetische eigenschappen van een volwassen persoon. Waarom zouden we onze hand nog in het wespennest van de prenatale ethiek willen steken als we het alternatief hebben om volwassenen zelf deze beslissing te laten maken? Dat lijkt mij een stuk democratischer dan het toe te staan ouders hobbyisme te laten bedrijven over de rug van hun toekomstige kind.

Laurens Landeweerd is als filosoof verbonden aan de vakgroep metamedica van de Universiteit Maastricht en aan de afdeling biotechnologie & samenleving (Kluyver Centre) te Delft