Smeltend goud op weg naar de Winterspelen in Vancouver

De olympische vlam is in Canada. Afgelopen vrijdag werd ze door een militair vliegtuig uit Griekenland overgevlogen.

Zo’n vlam heeft het maar makkelijk. Nog op Griekse bodem werd ze getorst door de hordenloopster Fani Halkia. Denk maar niet dat de vlam één seconde gêne heeft gevoeld omdat deze atlete een dopingschorsing uitzit wegens ongeoorloofde consumptie van methyltrienolone. In tegenstelling tot het Grieks Olympisch Comité, dat liet weten „de volledige verantwoordelijkheid voor deze flater” op zich te nemen.

Op 12 februari zal de vlam het stralende middelpunt zijn tijdens de openingsceremonie in Vancouver. Tot die datum wordt ze, onschuldig flakkerend, door zo’n 12.000 estafettelopers door 1.037 gemeenten gedragen. De vlam heeft als enige taak te branden. Moeilijk lijkt me dat niet.

Niet te geloven wat zo’n sullig vlammetje aan complicaties met zich mee brengt. Wereldwijd. Dacht ik vrijdagavond het olympische televisieseizoen te openen met een roze blik van vertrouwen, zie ik Sven Kramer op de vijf kilometer achter zichzelf aan schaatsen. 6.20,71 was dan wel goed voor de nationale titel, maar Frank Snoeks had het ook gezien. Dit was niet de „echte Kramer”. Ik zag het goud op de lange afstanden in Vancouver al smelten.

Kramer was snotverkouden, had de laatste week naar eigen zeggen meer op bed gelegen dan op het ijs gestaan. Met het oog op de Spelen had hij kei- en keihard getraind. Hij was kapot. „Ja, en dan word je ziek.” Een geplande verkoudheid dus? Wat had ik het graag geloofd.

Zondag weer een titel voor Kramer op de 10 kilometer. Op karakter. Sven zei dat hij door de specifieke olympische aanpak nog niet in vorm kón zijn. Gedurfd maar nodig, noemde hij die aanpak.

Wie nu goed is, is in februari slecht, stelde coach Gerard Kemkers. Eigenlijk was hij blij dat Sven in november nog niet zo hard gaat. Daar moeten we „overheen denken”. Toen gebruikte hij het woord dat me zeer verontrustte: „puzzelen”. Op weg naar Vancouver is de coach aan het puzzelen. Daar zit je dan, voor de televisie, als veeleisende liefhebber. Je claimt gouden plakken in Canada maar de coach puzzelt zich een ongeluk.

Niets verstoort de sportorde meer dan een olympische vlam. Sven moest zonodig nieuwe, op maat gemaakte schaatsschoenen om in Vancouver de puntjes op de i te zetten. Ze bleken een fractie te stijf aan de zijkant. Sven haalde niet genoeg uit de kanteling van zijn enkels, zijn reuzenslag haperde. Of zoals Gerard Kemkers het uitdrukte: hij miste het „afzetmuurtje”.

De route naar Vancouver wordt afgelegd op vier jaar oud schoeisel dat goddank garant staat voor een solide afzetmuurtje. Zul je net zien dat een week voor de Spelen het leder een fractie te slap is geworden.

Zenuwslopend, zenuwslopend.