Seculiere samenleving onder schot

In het kader van de Maand van de Spiritualiteit, georganiseerd door de KRO, Trouw en uitgeverij Ten Have, heeft de populaire auteur Kluun een essay gepubliceerd onder de titel God is gek. De dictatuur van het atheïsme. Alleen het eerste deel van die titel is sarcastisch bedoeld (atheïsten zijn schoolkinderen die met krijt op de muren schrijven dat Pietje gek is), de ondertitel wordt men geacht serieus te nemen.

Atheïsten oefenen volgens Kluun hun dictatuur uit via „de opiniërende media”. De „opiniërende, vooral links-intellectuele media” zijn „een intellectuele kruistocht begonnen om hun gelijk ten opzichte van christenen te bewijzen”. Ook over de nieuwe spiritualiteit wordt smalend gepraat in „de gezaghebbende media”.

Het blijft in het midden welke media Kluun bedoelt. Misschien vindt hij de KRO, RKK, NMO, NRCV, EO en wat dies meer zij onvoldoende gezaghebbend. De onafzienbare stoet predikers en belijders die voorbij trekt als ik televisie of radio aanzet, gaat aan hem blijkbaar ongemerkt voorbij. Maar ik wil niet uitweiden over de gebrekkige empirische onderbouwing en evenmin over het intellectuele niveau. Kluuns argumentatie reikt niet verder dan de gedachte dat zijn overleden vrouw ergens voortleeft. Het is hem gegund daar troost uit te putten, al vraag ik me af waarom deze persoonlijke rouwverwerking een rol zou moeten spelen in een openbaar debat. Maar dat is een afweging die Kluun zelf moet maken.

De reden om toch aandacht aan zijn essay te besteden, is dat het gaat over de omstreden betekenis van religie in de wereld van vandaag. Kluun raakt met zijn onderwerpkeuze wel degelijk een snaar die in de multiculturele samenleving strak gespannen staat. Maar met zijn centrale vraagstelling – ‘Waar komt de zendingsdrang van hedendaagse atheïsten vandaan?’ – zit hij ernaast. Hedendaagse atheïsten hebben doorgaans namelijk geen probleem met mensen die in God of een bovennatuurlijke kracht geloven, maar met aanvallen op de seculariteit. De vraag is welke rol de godsdienst in het publieke domein zou moeten spelen. Het gejammer over de ‘atheïstische media’ is niets anders dan een protest tegen de secularisering in de media sinds de (gedeeltelijke) ontzuiling.

De seculiere samenleving staat overal onder druk. In de islamitische wereld zien wij hoe onderdrukking en machteloosheid leiden tot een vlucht in mentale gestoordheid die de vorm aanneemt van religieus fanatisme. Het christendom heeft in de geschiedenis soortgelijke verschijnselen voortgebracht (heksenjachten, inquisitie). De mens die gelooft dat God de wereld bestiert, beperkt zijn eigen verantwoordelijkheid. Dat is de basis voor totalitaire interpretaties van het christendom, de islam en andere godsdiensten, interpretaties die vijandig zijn aan het individu.

In Nederland, zo klaagde zaterdag Gert-Jan Segers, directeur van het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie in de Volkskrant, voelen moslims zich miskend en worden christenen gemarginaliseerd. Ook een soort Kluun dus. Segers waarschuwt dat „zonder een vitaal christendom deze samenleving geen idee heeft waar ze vandaan komt en in de zoektocht naar identiteit en moraal niet meer weet waar ze het zoeken moet”. Nederland moet dus een christelijke moraal handhaven.

De visie dat normen en moraal mensenwerk zijn en niet van God gegeven, is daarmee in strijd en wordt gezien als een aanval op religie. Hierop past het antwoord van de filosoof Popper: „Men moet toegeven dat die visie dat de moraal mensenwerk is, inderdaad een aanval is op bepaalde vormen van religie, namelijk op religies die gebaseerd zijn op blinde autoriteit, magie en taboes. Maar ik zie niet in waarom zij in strijd zou zijn met een religie die uitgaat van het idee van persoonlijke verantwoordelijkheid en vrijheid van geweten.”

Bescherming van de beginselen van de seculiere democratische staat is urgent nu wij te maken hebben met de gevaren van een terugval in een politieke interpretatie van religies, die hun waarheden aan de samenleving pogen op te leggen en daarmee de politieke vrijheid, voorop de vrijheid van het individu en de vrijheid van denken over ethische vraagstukken, in de waagschaal stellen. Het is heus niet zo lang geleden dat de confessionele partijen in Nederland de neutraliteit van de staat afwezen. De voornaamste oprichter van de Katholieke Volkspartij, Carl Romme, in mijn jeugd nog de machtigste politicus van Nederland, pleitte voor een staatsbestel dat de erkenning van God als zijn eerste oorzaak en doel ziet. Alleen diegenen die deze geestelijke grondslag aanvaardden, konden volgens de KVP-leider volwaardige staatsburgers zijn, terwijl die grondslag tevens aan de vrijheid van drukpers, petitie en vergadering de grenzen stelde. (Romme was ook staatkundig hoofdredacteur van de Volkskrant en werd alleen maar geen premier omdat hij in de oorlog had gecollaboreerd). Hoe kort is het geheugen van Kluun die over de secularisatie van de media klaagt?

Afwijzing van politieke interventies die zijn gebaseerd op religie, is geen afwijzing van religie of streven naar atheïstische dictatuur. Er is zelfs alles te zeggen voor de recente pleidooien van de (atheïstische) Duitse filosoof Jürgen Habermas voor een positievere waardering van religie.

Habermas, een reus in alle politieke en filosofische debatten sinds het bestaan van de Bondsrepubliek Duitsland, komt deze week in Nederland zijn nieuwe bundel Geloven en weten presenteren. Hij betoogt dat niet-gelovigen bereid moeten zijn positieve religieuze intuïties te erkennen. Religie is immers ook een bron van altruïsme, naastenliefde, vredelievendheid, beschaving, kortom van waarden die volgens Habermas niet slechts passief behoren te worden geduld in een seculiere staat, nee, zij moeten actief worden gerespecteerd en gewaardeerd.

Zou Kluun dat ook bedoelen? Vrede zij hem. Overigens zegt het misschien iets over een verschil tussen de Duitse en de Nederlandse debatcultuur: zij hebben Habermas, wij hebben Kluun.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/etty