Ook Nederland moet Israël veroordelen

Het Nederlandse verzet tegen de commissie-Goldstone is een klap in het gezicht van de burgers in Gaza, vinden Dries van Agt en anderen.

De Algemene Vergadering van de VN bespreekt morgen het rapport van de commissie-Goldstone. Die commissie droeg in september bewijzen aan voor oorlogsmisdaden, gepleegd door Hamas en Israël gedurende het conflict in de Gazastrook in december 2008 en januari 2009.

Het rapport is al eerder in VN-verband besproken. Op 16 oktober jl. nam de Mensenrechtenraad een resolutie aan waarin terecht alle aanvallen op burgers werden veroordeeld en de aanbevelingen van het rapport werden onderschreven. Nederland behoorde toen tot de zes landen die tegen de resolutie stemden. In een stemverklaring zei de Nederlandse vertegenwoordiger dat de bijeenkomst, die de Mensenrechtenraad had belegd om het rapport te bespreken, niet behulpzaam was met het oog op inspanningen het vredesproces nieuw leven in te blazen.

Dat standpunt, uitgedragen namens de Nederlandse regering, gaat uit van een onzalige tegenstelling tussen recht en vrede. Het is absurd te menen dat het opsporen van (oorlogs)misdaden en het vervolgen van de plegers ervan vrede zouden belemmeren. Het probleem is de schending van het recht, niet dat wordt getracht de slachtoffers recht te doen. Verzet tegen de commissie-Goldstone is dan ook een klap in het gezicht van de Gazaanse burgerbevolking, die volgens de commissie blootstond aan „een opzettelijk disproportionele aanval, gericht op het bestraffen, vernederen en terroriseren van burgers”.

Want laten we wel wezen, het VN-debat van morgen gaat dan in formele zin over het rapport-Goldstone, in wezen gaat het over de ruim 1.400 mensen die in december en januari zijn gedood, voor 99 procent Palestijnen, vooral vrouwen en kinderen, hun nabestaanden, de duizenden gewonden en verminkten. Het gaat over de kernboodschap van de commissie-Goldstone: dat er een einde moet komen aan de straffeloosheid om oorlogsmisdaden te begaan.

Afgaande op de verklaarde doelstellingen van de Nederlandse regering zou men verwachten dat de commissie-Goldstone in Nederland een trouwe bondgenoot vindt. Zo laat de regering, die aan het grondwettelijk gebod is onderworpen de internationale rechtsorde te bevorderen, geen gelegenheid voorbijgaan om Den Haag als legal capital of the world te profileren. Zij trots op de aanwezigheid van internationale instellingen die de bestrijding van straffeloosheid beogen.

Sterker, het tegengaan van straffeloosheid is één van de speerpunten van het Nederlandse mensenrechtenbeleid. In zijn mensenrechtenstrategie ‘Naar een menswaardig bestaan’ schrijft minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) dat het essentieel is dat misdaden niet onbestraft blijven; plegers van oorlogsmisdaden en misdrijven tegen de menselijkheid zijn internationaal strafrechtelijk aansprakelijk. Over de relatie tussen vrede en recht is de minister helder: duurzame vrede is niet mogelijk zonder gerechtigheid. Het is evident dat de Nederlandse tegenstem van 16 oktober indruist tegen dit beleid. Het Nederlandse stemgedrag rond Goldstone zet de geloofwaardigheid van ons mensenrechtenbeleid op het spel.

Morgen zal Nederland opnieuw over het rapport-Goldstone stemmen, lees: over het lot van de slachtoffers van de oorlogsmisdaden die daarin zijn aangetoond en van degenen die ervoor verantwoordelijk zijn. Het valt te hopen dat een resolutie in stemming wordt gebracht waarin de Algemene Vergadering de aanbevelingen van het rapport-Goldstone zal onderschrijven; een resolutie die slechts kennis neemt ervan zou betekenisloos zijn. Verder valt te hopen dat de resolutie adequate handvatten zal bieden voor tenuitvoerlegging van de aanbevelingen.

Ook vanuit internationaal perspectief staat er veel op het spel. De afgelopen jaren heeft zich een cultuur van rechteloosheid en straffeloosheid van het Israëlisch-Palestijnse conflict meester gemaakt. Aansprakelijkheid is ver te zoeken – aan beide zijden. Wil de internationale gemeenschap een duurzame vrede in het Midden-Oosten realiseren, dan zal zij die cultuur moeten doorbreken.

Een geschikter moment hiertoe zal zich niet snel voordoen: er ligt een gedegen onderzoek op tafel, waarvan de accuraatheid buiten kijf staat, uitgevoerd op basis van een evenwichtig mandaat, in opdracht van de VN, onder leiding van één van ’s werelds meest gezaghebbende juristen, wiens integriteit boven iedere twijfel is verheven, mede omdat hij van joodse afkomst is en een sterke band met Israël heeft.

Wanneer de internationale gemeenschap nu niet de politieke wil opbrengt om concrete daden aan het Goldstone-rapport te verbinden, brengt zij de internationale rechtsorde ernstige schade toe en plaveit zij de weg voor het volgende conflict, dat vermoedelijk nog bloediger zal zijn.

Doortastend ingrijpen is nú nodig. Om met minister Verhagen te spreken: „Juist nu moeten we een extra inspanning leveren om te zorgen dat mensenrechten bovenaan de politieke agenda blijven staan. En juist nu moeten we er extra goed op toezien dat het niet bij mooie voornemens blijft, maar dat woorden daadwerkelijk worden omgezet in daden.” Waarvan akte.

Dries van Agt (1977-1982) was minister-president, Pieter Bekker is advocaat en doceert aan Columbia University in New York, Martin Siepermann is politicoloog.

Lees het Goldstone-rapport via nrc.nl/opinie