Nu begint echte werk voor CIT

Na een moeizame landing is CIT er afgelopen zondag in geslaagd zichzelf voorlopig in veiligheid te brengen. De Amerikaanse bank heeft er hard voor gevochten haar saneringsplannen goedgekeurd te krijgen door de crediteuren, waaronder de dissidente obligatiehouder Carl Icahn. Maar nu staat de kredietverlener voor het midden- en kleinbedrijf voor een nog veel zwaardere opgave: het overtuigen van de rest van de wereld van zijn overlevingskansen.

Het is de firma absoluut gelukt haar crediteuren ertoe over te halen het voornemen voor een ordelijke herstructurering te steunen. Zo’n 90 procent van de schuldeisers staat achter de plannen. Dat is verrassend, omdat sommige analisten hadden verwacht dat de crediteuren bij een eventueel faillissement tot wel 90 cent per ingelegde dollar zouden kunnen terugkrijgen.

Maar het lijkt erop dat de schuldeisers bang waren dat er in een liquidatie te veel risico’s scholen, zoals het wegvluchten van klanten en beslagleggingen door derden. CIT kan onverzekerde crediteuren ook schrik hebben aangejaagd met de bewering dat ze in dat geval slechts 6 cent per ingelegde dollar zouden terugzien.

Een dergelijk eclatant succes voor de door het management van CIT geprefereerde route roept echter tevens de vraag op waarom de bank zo haar best heeft gedaan om Icahn tevreden te stellen, door 1 miljard dollar aan voorwaardelijke financiering van hem te accepteren. Het betalen van de daaraan verbonden kosten lijkt een dure manier om pijnlijke aandacht en eventuele rechtszaken van de kant van de activistische belegger uit de weg te gaan. Het saneringsplan zou immers ook zonder de steun van Icahn zijn aangenomen, aldus ingewijden.

Maar nu CIT deze missie met succes heeft afgerond, staat de bank voor de zwaardere opgave de levensvatbaarheid van het bedrijf aan te tonen. Dat lijkt een Herculestaak. Bovenal wordt het merk CIT nu omgeven door een geur van geldnood – niet iets dat doorgaans bedrijven aantrekt die op zoek zijn naar kapitaal.

En zelfs als de klanten CIT weer weten te vinden wanneer de saneringsoperatie is afgerond, is moeilijk in te zien hoe de bank zichzelf denkt te kunnen financieren met een onttakeld bedrijfsmodel. De strategie die CIT in staat stelde goedkoop geld te lenen op de markten voor commercial paper (kortlopende, verhandelbare schuldbekentenissen) en het vervolgens voor langere tijd uit te lenen aan noodruftige debiteuren, lijkt voorgoed verleden tijd.

Zelfs de machtiger branchegenoot van CIT, GE Capital, heeft moeite zich aan deze nieuwe wereldorde aan te passen. En anders dan CIT kon GE Capital terugvallen op overheidsgaranties en een moederconcern (General Electric) met diepe zakken. CIT heeft de eerste slag gewonnen, maar het overtuigen van klanten en crediteuren dat de firma ook nog een toekomst heeft, is bepaald geen uitgemaakte zaak.