Koetsen vol tsarenpracht

Hoe extreem rijk de negentiende-eeuwse elite in Sint Petersburg was, valt nog tot eind januari te zien in de openingstentoonstelling van de Amsterdamse Hermitage. Ook ons koningshuis kreeg ermee te maken, vertelt Marie Thérèse ter Haar (1965). Ze studeerde Ruslandkunde in Nederland en in Rusland.

Het ging er bij de tsarenfamilie erg luxe aan toe?

Ja, en daar geeft de Hermitage een mooi overzicht van: prachtige kostuums, schilderijen, muziek. Maar het ging wel alleen om een kleine Petersburgse toplaag in het grootste land ter wereld. Vooral conservatieve tsaren regeerden in de negentiende eeuw, en van hun mooie beloftes over hervormingen kwam weinig. Ongeveer 90 procent van de bevolking bestond uit lijfeigenen en arme staatsboeren. De schrijver Tolstoj had er vele duizenden. Die was ook van adel, en verkeerde met de elite. Net zoals Dostojevski, Toergenjev, Poesjkin, en componisten als Moessorgski en Tsjaikovski. Hun werk, en dat van schilders als Repin, werd een aanklacht tegen de hoge heren. Zij vertelden hoe het echt was in Rusland.

Elitekunstenaars als revolutionairen?

Rusland had voor 1800 nauwelijks eigen kunst. Die werd uit Europa gehaald. Aan het begin van de negentiende eeuw verandert dat plotseling. Maar anders dan in het Westen is de kunst niet ‘vrij’. In de ogen van de aristocraten met een geweten – een deel van de hofelite – is kunst een opvoeder, een bevrijder. De kunstenaars treffen elkaar in het geheim, en zo ontstaat die stroming van het sociaal-realisme.

Tsaar Aleksandr II zag dat het fout ging, en probeerde er iets aan te doen. In 1861 schafte hij de lijfeigenschap af. Maar hij had geen plan B. Er was geen grond voor de bevrijde horigen, geen fabrieken, dus ze waren er nog slechter aan toe dan eerst. Dan krijg je jonge mensen met anarchistische ideeën, wat uiteindelijk in 1918 uitmondde in de moord op Aleksandrs kleinzoon, de laatste tsaar.

Maar daarvoor leverde de tsarenfamilie ons een koningin op.

Anna Paulowna, de tante van Aleksandr II, zus van tsaar Nicolaas I. Ze werd in 1816 uitgehuwelijkt aan kroonprins Willem II, die extreem gevoelig was voor pracht en praal. Uitgerekend hij trouwde met haar.

Zij nam haar rijkdommen mee?

Er waren minstens tien koetsen nodig voor haar juwelen. Zo iets moois als Anna’s inhuldiging in 1840 had het Nederlandse volk nog nooit gezien. De hermelijnen mantel komt van haar. Maar als haar man in 1849 sterft, blijkt hij een privéschuld van bijna 5 miljoen gulden na te laten. Deels te wijten aan zijn bastaarden, en zijn goklust. Een nieuw schandaal dreigt, schreef Anna haar broer. Nicolaas gaf zusjelief het geld, in ruil voor een deel van hun privécollectie.

Liesbeth Koenen

Donderdag spreekt drs. Ter Haar over ‘het 19e-eeuwse Russische Hof’, 20.00 uur, Volksuniversiteit, Vincent van Goghstraat 4 Zevenaar. Toegang: € 10