Karzai belooft 'schone' regering

De herkozen Afghaanse president Karzai wil een breed samengestelde regering. Ook wil hij topprioriteit geven aan corruptiebestrijding. Dat heeft hij vanochtend in Kabul gezegd.

„Degenen die met mij willen samenwerken, zijn meer dan welkom, ongeacht of ze oppositie tegen mij hebben gevoerd of mij hebben gesteund in de verkiezingen”, aldus Karzai in zijn eerste toespraak na zijn herbenoeming gisteren tot president.

Er zijn geen tekenen dat zijn uitdager, Abdullah Abdullah, zal deelnemen aan de nieuwe regering „van nationale participatie”, zoals Karzai die aanduidde. Hij erkende dat „Afghanistan is bezoedeld door corruptie in het overheidsbestuur” en kondigde een campagne aan „om de regering te reinigen van corruptie” zonder concrete maatregelen te noemen.

Karzai herhaalde vanochtend in antwoord op vragen van verslaggevers zijn eerder uitgesproken standpunt dat ook „broeders” van de Talibaan deel kunnen uitmaken van de regering, mits zij het geweld afzweren. Een Talibaan-woordvoerder wees het aanbod af.

Karzai stipte precies de belangrijkste punten aan van de harde kritiek die vanuit de internationale gemeenschap op hem is geuit. Gisteren nog las de Amerikaanse president Barack Obama hem vanuit het Witte Huis de les in een telefonisch gesprek. Obama drukte hem, naar eigen zeggen, op het hart dat er „een nieuw hoofdstuk moet worden geschreven, gebaseerd op beter bestuur, serieuzere inspanningen om corruptie uit te bannen en gezamenlijke pogingen om de opleiding van Afghaanse veiligheidstroepen te versnellen opdat het Afghaanse volk zijn eigen veiligheid kan waarborgen”.

Gesprekken achter de schermen tussen Karzai en Abdullah hebben geen resultaten opgeleverd. Vanuit de internationale gemeenschap wordt druk uitgeoefend een coalitie te vormen. Vanmorgen zei Karzai dat zijn nieuwe, etnisch breed samengestelde regering „een spiegel zal zijn van Afghanistan waarin ieder zich kan herkennen”. Hiermee liet hij een opening voor opneming van medestanders van Abdullah in zijn regering.

Afghanistan: pagina 5

Commentaar: pagina 7