Jaarlijks sterft 10 procent bij nierdialyse

Nierdialyse redt levens, maar is ook dodelijk. Van de nierpatiënten die dialyseren, sterft elk jaar 10 procent. Leidse onderzoekers ontdekten dat dat waarschijnlijk niet alleen komt doordat hun hart en bloedvaten kapot gaan van de behandeling, maar ook doordat dialyseren het afweersysteem ondermijnt. Ze schrijven dat in het Journal of the American Medical Association (JAMA) van 28 oktober.

Wetenschappers van het Leids Universitair Medisch Centrum onderzochten ruim 123.000 patiënten uit Nederland en acht andere Europese landen. De studie begon telkens wanneer een patiënt zijn eerste dialysebehandeling kreeg en eindigde drie jaar later. Eenderde van de patiënten stierf voor die tijd.

De sterfte is triest, maar niet zo verwonderlijk, zeggen de onderzoekers, want dialyseren is erg slecht voor het lichaam. Zowel dialyse via een machine die het bloed buiten het lichaam zuivert (hemodialyse) als dialyse via het spoelen van het buikvlies (peritoneale dialyse) kan niet alle afvalstoffen uit het bloed verwijderen. Giftige stoffen, vetten en kalk hopen zich dan op in het bloed en op de vaatwanden. Daarnaast hebben nierpatiënten vaak een hoge bloeddruk, suikerziekte of andere kwalen die een verhoogd risico geven op hart- en vaatzieken. Daarom controleren nierartsen al streng op de voortekenen ervan.

Dat is terecht, ontdekten de onderzoekers. In hun studie hadden dialysepatiënten namelijk 8,8 keer zo veel kans te sterven aan hart- en vaatziekten dan de gemiddelde Europeaan. Maar artsen zouden net zo streng moeten letten op andere, potentieel dodelijke ziekten. Iets meer dan de helft van de dialysepatiënten stierf namelijk niet aan hart- en vaatziekten, maar aan onder andere infecties of kanker. Ze hadden 8,1 keer meer kans te sterven aan deze ziekten dan gewone Europeanen.