Hollandse dagen

We hebben weer een paar dagen van zware woorden achter de rug. Echte Hollandse dagen. Zware luchten, zware woorden.

Wilders is extreem-rechts.

Degene die zegt dat Wilders extreem-rechts is, is een politieke handlanger van Mohammed B.

Wilders ondermijnt de democratie.

Degene die zegt dat Wilders de democratie ondermijnt, is een grotere bedreiging voor de democratie dan Wilders zelf.

Wij noemen dit in Nederland het ‘politiek-maatschappelijke debat’. De deelnemers smullen ervan. Sommigen hebben er hun beroep van gemaakt. We moeten confronteren en polariseren tot we er eventueel dood bij neervallen. Want uit de as van deze botsende opinies zal een nieuw Nederland herrijzen, waarin alle bevolkingsgroepen voortaan broederlijk naast elkaar staan.

Paul Scheffer is een verklaard voorstander van zo’n debat ‘op het scherp van de snede’, mits het op een zakelijke manier gebeurt, zei hij er gisteravond in Nova bij. Maar het probleem is nu juist dat het ons in Nederland niet lukt om zakelijk te blijven. Liever worden we woedend en, als het even kan, woest.

Hysterie bepaalt de toon van het debat, niet redelijkheid.

Daarom moest ook Scheffer in Nova constateren, na het aanhoren van de laatste wisseling van beledigingen door Pechtold en Wilders, „dat we zo steeds dieper in de impasse raken”. Dat klopt, maar het is al veel langer gaande.

Ik kan me een debat herinneren rond Ehsan Jami, enkele jaren geleden in de Rode Hoed. Jami schold toen Haci Karacaer en Mohammed Cheppih uit voor ‘baardmannen’ en ook onder een deel van het publiek heerste een uitgesproken agressieve stemming ten opzichte van allochtonen. Karacaer, altijd de redelijkheid zelve, klapte dicht. Scheffer vond het een goed debat – zó moest het, hoorde ik hem na afloop zeggen – maar bij de Rode Hoed schrok men ervan en besloot men zulke pijnlijke bijeenkomsten voortaan te voorkomen.

Nederland is zo langzamerhand het enige land ter wereld waar, met dank aan Pim Fortuyn, „zeggen wat je denkt” een officieuze nationale leus is geworden. Het beledigen als recht – ook zo’n verrukkelijk idee. Op internet en op straat is het een geliefde sport geworden. Beledigen, schelden, lasteren, men draait er zijn hand niet voor om. Wie er niet aan meedoet, is een softie die alleen maar thee wil drinken met obscure muzelmannen.

Iedereen is het erover eens dat er een vergroving van het maatschappelijke klimaat gaande is, maar uiteraard is alleen de ánder daaraan schuldig.

Zijn we er in het integratiedebat veel mee opgeschoten? Scheffer vindt van wel, hij ziet meer ‘dynamiek’ aan islamitische zijde. Dat kan, het is moeilijk te beoordelen, maar ik zie vooral steeds meer hoofddoekjes bij Albert Heijn – en dat is toch niet de dynamiek waar we op zitten te wachten.

Nederland heeft nu wel genoeg polemici. Kunnen er misschien ook een paar verzoeners bij? Het is een ouderwets woord en ik geef meteen toe dat ik niet een goede kandidaat zou zijn, maar er moeten er toch wel enkelen met enig gezag te vinden zijn?

Misschien kunnen we beginnen met Balkenende te laten opvolgen door Piet de Jong (voor de jongere lezers: een bedaarde, nuchtere premier van 1967 tot 1971).