Het andere Thailand

091103 loy krathongAfgelopen 1,5 jaar bezocht ik Thailand al drie keer. Dat ging ongeveer zo: halsoverkop een vlucht naar Bangkok boeken, demonstraties van gele óf rode shirts verslaan, een paar dagen keihard werken om de gebeurtenissen te duiden in achtergrondverhalen, en dan weer terugvliegen naar Jakarta.

Wat heerlijk om nu dan tijd te hebben voor het ándere Thailand. De komende zes weken wissel ik tijdelijk van standplaats en doe ik verslag uit Bangkok.

Gisteravond kon ik op het jaarlijkse Loy Krathong festival eindelijk zien hoe Thai zich vermaken als ze níét demonstreren. Ik was in Samut Sakhon, een plaatsje vlakbij Bangkok, waar mijn assistente Nice vandaan komt. Er wonen veel Birmese immigranten om te werken in de visindustrie, westerlingen heb ik er niet gezien.

Aan de rivier was te zien waar het festival om draait. Gezinnen en stelletjes stonden in de rij met mandjes van bladeren, met bloemen, een kaarsje en wierook erin. Na een gebedje lieten ze die wegglijden over het water. Ontstaan vanuit het hindoeïsme, was het gebruik oorspronkelijk bedoeld om de riviergoden te behagen, begreep ik. Inmiddels is het idee dat met het bloemenmandje alle slechte gevoelens wegdrijven, om plaats te maken voor mooiere.

Om de rivier heen was het een luidruchtig spektakel met schoonheidswedstrijden, marktkraampjes, véél eten en bier. Monniken die biddende feestgangers besprenkelden met water, gaven het geheel een spirituele touch. Een Thaise opera met oogverblindende glitterpakjes, verwijfde hoofdrolspelers en vals gezang hielden we na tien minuten voor gezien.

En het bloemenfeest gaf nog goed nieuws ook, zag ik de volgende ochtend in de krant. Koning Bhumibol, al wekenlang in het ziekenhuis, greep de gelegenheid aan om weer eens in het openbaar te verschijnen. Vanuit zijn rolstoel liet hij een bloemenmandje over de Chao Phya rivier glijden. Opluchting alom, want als het goed gaat met de koning, gaat het goed met Thailand.