Groeiende lobby voor duurzame productie

Hoeveelheden grondstoffen zijn eindig, zo leerde de prijsexplosie van 2007. Productie en gebruik moeten duurzaam, daar hebben bedrijven belang bij.

„Als de verwachting uitkomt dat politici op de klimaatconferentie in Kopenhagen niet tot resultaten komen”, zegt Jason Clay van het Wereldnatuurfonds tegen een zaal in Haarlem met een honderdtal zakenlieden, „zouden we dan niet gewoon honderd topmannen van bedrijven bij elkaar kunnen krijgen om toezeggingen te doen? Dan ontstaat een geheel nieuwe dynamiek.” Tijdens de vragenronde enige tijd later staat een bestuurslid van een Nederlandse multinational op – niet om een vraag te stellen maar voor een antwoord: „Het idee van honderd topmannen bevalt me. Het zou mogelijk moeten zijn om het zelf te doen als Kopenhagen mislukt.”

Bedrijven lijken steeds meer oog te hebben voor de grenzen die de natuur oplegt. Niet alleen wegens de dreiging van het broeikaseffect, maar ook wegens de groeiende welvaart en consumptie. „Bedrijven maken zich zorgen over de vraag of ze in de toekomst nog wel over voldoende grondstoffen kunnen beschikken”, zegt Jason Clay, die vanuit het Amerikaanse hoofdkwartier van WNF in Washington actief bij multinationals lobbyt. „Welvaartsgroei betekent niet alleen het lonkende perspectief van een grotere afzetmarkt, het betekent ook steeds meer concurrentie om grondstoffen. De enorme stijging van de prijzen in 2007 heeft ze dat duidelijk gemaakt.”

Een aantal grote multinationals heeft ‘het licht gezien’, zoals AkzoNobel dat het symposium in Haarlem gisteren mede organiseerde met het van overheidswege opgezette Initiatief Duurzame Handel (IDH). „‘Duurzaam’ is voor ons geen witwassen van bestaande praktijken, maar een fundamenteel onderdeel van onze strategie”, zegt Hans Wijers, bestuursvoorzitter van AkzoNobel. „We moeten alternatieven vinden voor onze grondstoffen, want anders lopen we tegen een muur aan. Oude technologie heeft z’n limiet bereikt en fundamentele uitvindingen zijn nodig. Bedrijven die dit erkennen zijn de succesvolle bedrijven van de toekomst. En die toekomst is niet ver weg.”

Maar niet iedereen is al overtuigd. „Veel bedrijven hebben gebrekkige kennis over hun toeleveranciers”, stelt staatsecretaris Frank Heemskerk (Economische Zaken, PvdA). Heemskerk is zeer kritisch over de score van 1,7 (op een schaal van 10) van het Nederlandse bedrijfsleven voor ‘ketenbeheer’ in het voortgangsrapport van het initiatief Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen van de SER. Heemskerk verwacht een concreet plan van aanpak van de SER met concrete doelen voor de komende jaren.

Terwijl overheden zich afvragen welke eisen ze aan bedrijven kunnen stellen, en consumenten zich afvragen wat alle duurzaamheidslabels in het winkelschap eigenlijk betekenen, werkt Jason Clay van het WNF aan het beïnvloeden van de belangrijkste multinationals. Want „alles in het winkelschap zou duurzaam moeten zijn”. WNF wil via deze bedrijven de teelt of winning van vijftien cruciale grondstoffen fundamenteel veranderen: onder meer palmolie, suiker, soja en hout. WNF ontdekte dat een selecte groep van honderd bedrijven gezamenlijk minstens 25 procent van elk van deze grondstoffen beheerst.

„Wij zijn op deze bedrijven afgestapt om uit te leggen wat de risico’s van hun grondstoffen zijn voor het milieu, en hoe we die risico’s kunnen verminderen.” De campagne is buitengewoon succesvol, zegt Clay. „Het lukt ons nu om besprekingen op te zetten met bedrijven die tien jaar geleden gesloten vestingen waren. Sommige bedrijven bellen ons uit eigen beweging. Ze doen iets dat de banken de afgelopen jaren niet deden: berekeningen maken van de risico’s die ze lopen.”

De grote omslag is gekomen door de prijsstijging van 2007, zegt Clay. „Dat heeft veel bedrijven doen inzien dat we op een begrensde planeet leven, dat landbouwgrond niet eindeloos is uit te breiden. Bedrijven gaan exclusieve relaties met toeleveranciers aan, want waar ze werkelijk bang voor zijn is dat ze opeens geen grondstoffen meer hebben.”

Het uiteindelijke doel van WNF is dat voor elk van deze grondstoffen ten minste 25 procent van de productie in 2020 duurzaam is. Het grote succes dat gisteren in Haarlem vaak aan de orde werd gesteld is Mars, dat in 2020 alleen nog duurzame cacao wil verwerken. „Dat is al 17 procent van het wereldwijde cacaoverbruik. Nog één bedrijf met 8 procent marktaandeel erbij en het doel is al bereikt”, zegt Clay. De afspraken met ‘de honderd’ lopen hard: veertig bedrijven hebben in anderhalf jaar tijd hun handtekening gezet, en jaarlijks komen er twintig bij.