Geen Tuk Tuks in niemandsland

Groene alternatieven voor een taxi zijn er genoeg in het centrum van Amsterdam.

In theorie. Maar werkt het ook in de praktijk? Een test.

Stel, je komt aan op Amsterdam Centraal. Je wilt ergens in de hoofdstad voor de deur worden afgezet, maar je hebt geen zin in de taxi.

Dan zijn er alternatieven genoeg, want op 1 juli heeft Amsterdam tegenover het Victoriahotel de eerste groene standplaats voor alternatief personenvervoer geopend. Daar kunnen de elektrische Tuk Tuk, de Clean Cab (een elektrische wagen) en de elektrische Motorcab hun batterij opladen en samen met de fietstaxi klanten oppikken. Op een winderige doordeweekse avond proberen we het eens uit.

De groene standplaats is lastig te vinden. De plek wordt slechts gemarkeerd door een bescheiden bord in een soort niemandsland op het Prins Hendrikplantsoen. Bij aankomst, om 19.00 uur, is er geen enkele vorm van alternatief personenvervoer te bekennen. Bovendien is de futuristische oplaadpaal niet uitgerust met een systeem om de Tuk Tuks, Clean Cabs en fietstaxi’s op te roepen.

Dan maar mobiel bellen met Wielertaxi, een van de diverse fietstaxibedrijven in Amsterdam. ‘U wordt doorgeschakeld naar een van onze chauffeurs op straat’, belooft de website. Helaas, er wordt niet opgenomen. Een dag later zegt mede-eigenaar Richard Nijssen dat dat normaal wel het geval is.

De volgende dag nog maar eens proberen. Wederom is de groene standplaats een oase van rust. De Tuk Tuks bijvoorbeeld, waaronder enkele elektrische, zijn in geen velden of wegen te bekennen. In de zomer waren die nog nadrukkelijk aanwezig in het Amsterdamse straatbeeld.

Het najaar is de belangrijkste reden voor hun plotselinge afwezigheid, zegt directeur Geert Kloppenburg van de Tuk Tuk Company. Bij slecht weer zijn mensen minder geneigd voor de Tuk Tuk te kiezen.

Toch zal er volgens hem in het voorjaar wél leven zijn op de groene standplaats. „Vanaf 1 maart werken we samen met het GVB (gemeentelijk vervoerbedrijf, red.). Dan gaan we een pendeldienst verzorgen tussen het CS, het Rembrandtplein en het Leidseplein.”

Zover is het nog niet, dus vanaf de standplaats nog maar eens gebeld, nu met Fiets Taxi Amsterdam. „Nee, op het CS komen we niet. We staan meestal op het Damrak.” Maar ook daar is geen fietstaxi te zien. Wel op de Dam. De chauffeur komt uit Hongarije en werkt voor een fietstaxibedrijf dat „half Roemeens en half Australisch” is, zegt hij in gebrekkig Engels. Een ritje naar het Leidseplein kost 15 euro, wat meer is dan bij de gewone taxi. „Normaal vragen we 20 euro, maar het is nu niet zo druk, dus is het goedkoper”, zegt de Hongaar, die als naam Frank Lam opgeeft.

Eens kijken of hij beter de weg weet in Amsterdam dan de gemiddelde taxibestuurder. Helaas, het Weteringcircuit, vlakbij het Leidseplein, kent hij niet. En de stang die constant in de rug van de passagier trilt, draagt niet bij aan het comfort van de fietstaxi.

Wie willen er nou eigenlijk gebruik maken van zijn diensten? „Alleen toeristen. Het is een attractie”, zegt de chauffeur als we op het Weteringcircuit zijn aangekomen.

Is er dan helemaal geen goed alternatief voor de Amsterdamse taxi? Ja, toch wel. Gewoon zelf fietsen met de OV-fiets van de NS bijvoorbeeld. Die is op meer dan honderd stations in Nederland te huur. Het enige nadeel is dat je eerst abonnee moet worden. Dan kan je binnen een week je eerste fiets huren, heel snel, zonder formulieren in te vullen. En je moet zelf de weg weten natuurlijk, maar dat geldt in de taxi vaak ook.

Op Amsterdam Centraal kunnen de fietsen zowel links als rechts voor het station worden gehuurd. „Tot 02.00 uur ’s nachts en ze kunnen altijd worden teruggebracht”, zegt Frank Hopfert, medewerker van de fietsenstalling. „Dat is veel beter dan instappen bij die boeven”, zegt hij, knikkend richting de taxistandplaats.

Als je wat verder wilt reizen, of niet bezweet wilt aankomen, is de elektrische NS-scooter een aantrekkelijke optie. Wij testen hem voor een ritje vanaf station Amsterdam Amstel richting nieuwbouwwijk IJburg. Omdat de scooter geen geluid maakt, kan hij soms rekenen op nieuwsgierige blikken. „Is dat nou een elektrische?”, vraagt een fietser voorbij de rotonde bij het station.

De maximumsnelheid van zo’n 25 kilometer per uur maakt dat je, zonder helm op, ontspannen zit. Het is alleen lastig om snelle fietsers in te halen. En niemand hoort je aankomen, waardoor je je medeweggebruikers met de toeter soms flink de stuipen op het lijf moet jagen.

De accumeter geeft na de rit van zo’n 20 kilometer op en neer naar IJburg aan dat de scooter nog wel even door had gekund. Pas na 70 kilometer moet de stekker weer in het stopcontact.