Er is ook een leven na Wall Street

De grootste economie ter wereld krabbelt op. En Ex-Wall Streeters proberen een nieuw leven te beginnen.

Zo is Lawrence Scheer in de babykleding gegaan.

Lawrence Scheer vindt zichzelf „een mazzelaar”, hij zegt „tevreden met mijzelf” te zijn en boven alles voelt hij zich „vrij” en „herboren”. Lawrence Scheer (33) werd namelijk vorige zomer ontslagen op Wall Street.

En dat terwijl hij al van jongs af aan droomde van een plek bij een degelijk bedrijf dat hem een constante bron van inkomsten zou verschaffen. Die wens was een typisch gevolg van zijn jeugd, zo ziet hij nu zelf in: hij woonde in een woonwagen in een dorpje in het noorden van de VS, tegen de Canadese grens en zijn ouders hadden een buurtsuper. „Boodschappen, Bier. Chips. Vanaf mijn achtste werkte ik mee, ik ben in die winkel opgegroeid.”

Hij kende het dorpsleven zo goed, dat hij niet kon wachten om weg te komen. Hij ging politieke wetenschappen studeren op een gerenommeerde universiteit in Atlanta, op zeventien uur rijden naar het zuiden. Daarna volgde nog rechten aan Harvard en Lawrence was klaar voor Wall Street. Hij kreeg een baan bij het ook in Nederland bekende advocatenkantoor Clifford Chance – advocaten horen net zo bij Wall Street als beurshandelaren en bankiers – en zijn allereerste werkdag sinds hij de winkel van zijn ouders verliet was op 10 september 2001. „Eerlijk? Ik had geen flauw idee waar ik mijzelf instortte.”

Hij had, zo zegt hij zelf, een oersaaie baan. Hij moest andermans juridische verhandelingen proeflezen, op een eindeloze zoektocht naar komma’s en tikfouten. „Niet echt wat ik had verwacht.” Maar na twee jaar en een enkele nacht slapen in een vergaderruimte op kantoor mocht hij naar Londen: daar zou het interessante leven beginnen. „En geweldig dat mijn leven ook was; maar het werk bleef hetzelfde.” Zijn klanten waren banken – „Bear Stearns, Wachovia, Lehman Brothers, al mijn klanten zijn verdwenen”.

Lawrence Scheer verhuisde terug naar New York en hij ruilde de ene internationale advocatengigant in voor de andere: hij kreeg een baan bij Morgan, Lewis & Bockius en hij verdiende – inclusief bonus – ruim 300.000 dollar per jaar. „Elke maand kwam er een kiepwagen voor mijn appartement voorrijden om mijn dollars af te leveren. Ik ben niet van steen: hoe kon ik daar nou nee tegen zeggen?”

Toen werd het de zomer van 2008 en het werd stil op kantoor. Partners trokken kleine klusjes naar zich toe om maar bezig te blijven „en het werd me al snel duidelijk dat niemand mij zou blijven betalen om maar wat aan te lummelen. Er was geen werk, ik heb daadwerkelijk duimen zitten te draaien. Ik werd er paranoïde van, dacht dat iedereen op mijn baan uit was.” De werkelijkheid was nog pijnlijker: zijn hele baan werd geschrapt.

Lawrence is ook maar een mens, en hij wil voor zichzelf niet toegeven dat hij werkloos is: hij heeft alleen even geen baan of inkomsten. Hij is met een vriendin – ook een ex-Wall Streeter – een bedrijfje in babyrompertjes met een volgens henzelf eenvoudig bevestigingssysteem begonnen: Magnificent Baby heet het, „ook al was ik nooit dichter in de buurt geweest van kleintjes dan het kijken van de babyfilm Look who’s talking”. De kleertjes moeten tussen 40 en 50 dollar per stuk gaan kosten, zelfs voor rijk New York enigszins aan de prijs. De eerste collectie moet in het nieuwe jaar verschijnen.

Lawrence vindt het „fantastisch: net als mijn ouders altijd hebben gedaan ben ik nu ook mijn eigen baas” – waarmee hij tegelijkertijd illustreert hoe het voor het eerst geen gegeven is dat de jongere generatie in Amerika het beter zal krijgen dan de ouders het ooit hadden. „Het enige waarvan ik aan het wanhopen sla is dat dit wel moet gaan werken. En de enige angst die ik heb is dat ik ooit weer onder een baas beland.”

Meer persoonlijke Amerikaanse verhalen in het boek Meer meer minder: Amerikanen over hun grote crisis van Freek Staps. Zie nrc.nl/minder.