Een onweerstaanbare naam

Appels lijken geen seizoensfruit, omdat ze het hele jaar door zo overvloedig aanwezig zijn en altijd fris en goed smaken. Maar dat is bedrieglijk uiteraard. Je merkt er voornamelijk aan hoe makkelijk je gevoel voor seizoenen – en je gezond verstand - in de war wordt gebracht door het toevallige aanbod. Want we weten allemaal best dat appelen maar een paar maanden, van augustus tot begin november, afhankelijk van de soort, aan de bomen hangen.

En dat je ze daarna moet gaan bewaren. En dat je dus, als je Nederlandse appelen eet, meestal bewaarde appelen eet. En dat bewaren gebeurt in koelhuizen, waar de appelen bij een lage temperatuur en een precies afgesteld gasmengsel bijzonder goed gehouden worden. Veel beter dan je zelf ooit zou lukken op de zolder of in de kelder. Of in je eigen koelhuis in de nulgraden la. Daar blijven ze trouwens best lang goed in, maar op een gegeven moment, pas na twee maanden dat wel, gaan ze toch raar smaken.

En het nadeel is dat zo’n lade, die echt geweldig handig is voor het lang goedhouden van zo ongeveer alles, dan vol met appelen ligt. En dus niet met de vis of het vlees dat je ook wel graag zo koud had bewaard. Enfin, we laten dat bewaren even rusten, nu is het nog seizoen, de appel is inheems (het toverwoord ‘lokaal’ zetten we hier even in) en wij Nederlanders hebben een mooie appeltraditie. Appelpannekoek. Appeltaart. Appelbol. Appelflap. Appelmoes.

Allemaal zoet dat wel. Maar laatst, bladerend in een Engels kookboek, zag ik ineens ‘Hot lightning’. Ach ja! Hete bliksem. De schrijfster (Diana Henry) noemde het gerecht ‘old-fashioned’ en ‘northern’ maar ook ‘delicious on a cold winter evening’. En ze vond de naam natuurlijk onweerstaanbaar. Terecht.

Over die naam wel eens wat gelezen, maar ja, wat? Dat dat ‘hete’op de temperatuur van de appelen slaat, die inderdaad ongenadig heet worden. Maar de bliksem?

In ieder geval, ik kreeg er wel zin in. Het punt met hete bliksem is dat je er iets bij moet eten, anders is het een beetje flauw. Henry suggereert kort gekookte savooiekool, varkenskarbonaadjes (o mmm, heerlijk, schouderkarbonade) en worstjes. Bloedworst zou ik zeggen
We gaan het maken zoals zij het doet, dat is namelijk een heerlijke manier, met peren. En ongestampt. Leuk hè?

Hete bliksem met spek en peren (voor 4 personen)

  • 1 kilo stevige aardappelen
  • 250 g zure appelen
  • 250 g peren
  • 50 g boter
  • 300 g ontbijtspek, niet te dun gesneden
  • 1 dessertlepel gele basterdsuiker
  • blaadjes van 2 takjes tijm

Snijd de aardappelen in stukken van ongeveer 3 vierkante centimeter (nu ja, helemaal vierkant worden ze natuurlijk niet). Snij de plakjes spek ook aan stukjes. Ontdoe de appelen en peren van klokhuizen, snijd ze in vieren en vervolgens in schijfjes van ongeveer een halve centimeter dik.
Smelt de boter in een pan met een dikke bodem (bij voorkeur een geëmailleerde pan, die bakt niet snel aan) en sauteer het spek en de aardappelstukjes tot ze goudbruin zijn. Voeg het fruit toe en hussel even goed door.

Doe er peper en zout bij, een dessertlepeltje bruine suiker (of meer of minder naar smaak) en de tijmblaadjes.
Doe een deksel in de pan en laat het geheel ongeveer een half uur zachtjes stoven op een plaatje of in de oven (170 graden), tot alles zacht is. Als het aan dreigt te bakken een beetje water toevoegen, maar echt een beetje.
Proef even op peper en zout en dien zo op, in de pan.