Een man krijgt wél die cursus

De eerste winnaar van de KNAW Merianprijs is geïnteresseerd in de vraag wat het met mensen doet als ze als leden van een groep worden aangesproken.

Meer vrouwen in de wetenschap graag, en op zichtbaarder plekken! De roep is ditmaal afkomstig van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Die heeft een nieuwe, tweejaarlijkse prijs in het leven geroepen voor vrouwen in de wetenschap: de KNAW Merianprijs. Vandaag is de eerste winnaar bekend geworden. Naomi Ellemers, hoogleraar Sociale Psychologie van de Organisatie aan de Universiteit Leiden. Zij krijgt op 26 januari een speciaal ontworpen sieraad en 50.000 euro aan onderzoeksgeld (betaald door het SNS REAAL Fonds).

De prijs is genoemd naar Maria Sibylla Merian (1647-1717), de Duitse insecten- en plantenonderzoekster die later naar Nederland verhuisde en in Amsterdam gestorven is. Merian publiceerde de prachtige, gedetailleerde tekeningen en aquarellen die ze van haar onderzoeksobjecten maakte in verschillende boeken. Het is een vrouw die vrouwelijke wetenschappers in verschillende disciplines moet aanspreken: de Merianprijs gaat afwisselend naar alfa/gamma- en naar bètawetenschappers.

Ellemers krijgt de prijs voor de kwaliteit van haar onderzoek én voor haar actieve inzet voor gelijke kansen voor vrouwen in de wetenschap, aldus de jury. „Toevallig gaat een deel van mijn onderzoek over de problemen die bepaalde groepen, bijvoorbeeld etnische minderheden maar ook vrouwen, kunnen ervaren in hun loopbaan”, vertelt Ellemers aan de telefoon. „Je kunt mensen vrij eenvoudig laten zien dat ze onbewust verschillende associaties hebben bij mannen en vrouwen, en dat je dat zelf niet altijd kunt sturen. Dat vinden veel mensen heel confronterend.”

De meeste mensen – ook vrouwen – blijken vrouwen onbewust meer met familie te associëren en mannen meer met carrière. „Mannen en vrouwen krijgen ook verschillende vragen in een sollicitatiegesprek. Aan een man wordt meestal niet gevraagd hoe hij denkt baan en gezin te combineren. Aan een vrouw wel. Dat kan heel demotiverend werken. Het blijkt bijvoorbeeld dat vrouwen lager scoren op een IQ-test nadat ze zijn blootgesteld aan subtiel discriminerende opmerkingen. Bijvoorbeeld over kleding of hun persoonlijk leven.”

Je kunt nog beter expliciet gediscrimineerd worden, zegt Ellemers: „Dan kun je iemand aanklagen of zeggen dat de procedure niet deugt.” Subtiele, onbewuste discriminatie is veel moeilijker te bevechten. „Dat is ook wat ik van veel vrouwen hoor als ik met mijn onderzoek de boer op ga. Formeel wordt hun niets in de weg gelegd, maar toch krijgen hun mannelijke collega’s meer kansen – krijgen ze wél spontaan die cursus aangeboden. De boodschap voor vrouwen is : je moet er zelf om vragen als je iets wilt, je ambities uitspreken, niet gaan zitten wachten.”

Ellemers benadrukt dat subtiele discriminatie van vrouwen niet de hoofdlijn van haar onderzoek is. Ze heeft de prijs ook niet gekregen omdat ze onderzoek naar vrouwendiscriminatie doet, maar voor haar onderzoek in het algemeen. „Dat gaat in brede zin over de vraag: hoe functioneren mensen in groepen, wat doet het met mensen als ze als leden van een bepaalde groep worden aangesproken?”

Een voorbeeld: „Een paar jaar geleden zijn we begonnen met onderzoek naar de vraag wat mensen zoeken in een werkgever. Mensen werken graag bij een bedrijf dat een hoge status heeft en waar ze veel geld kunnen verdienen. Maar hoe verhoudt zich dat nu tot minder tastbare eigenschappen van een bedrijf? Bijvoorbeeld of een bedrijf betrouwbaar is, eerlijk met zijn klanten omgaat, enzovoort.” Werknemers willen al die dingen. „Maar het blijkt dat mensen die waarden belangrijker vinden. Als het moet zijn ze zelfs bereid salaris in te leveren om voor een betrouwbaarder werkgever te kunnen werken.”

Ellemers komt zulke mensen niet alleen in haar onderzoekslaboratorium tegen, maar ook in de praktijk. „Alleenstaande moeders soms, die hun baan opzeggen omdat hun bedrijf oneerlijk is tegen de klanten. Petje af, hoor. Dan zie je weer dat het economisch mensbeeld niet het hele verhaal is. Waar wil ik bijhoren, wat voor iemand wil ik zijn – dat zijn ook vragen die ertoe doen.”

Op dit moment onderzoekt Ellemers wat het met mensen doet als ze te horen krijgen dat ze moreel tekortschieten, of dat ze iets niet kunnen. „Het eerste vinden ze veel erger. Competenties kun je wel bijleren, maar als je oneerlijk bent, ja, dan bén je zo.” Voor dat onderzoek deed ze fysiologische metingen: hartslag en bloeddruk. „Dit soort dingen is met interviewen bijna niet te achterhalen. Mensen zijn zich er niet van bewust, of zijn defensief... Ik zou graag hersenactiviteit gaan meten.” Gaat ze daar haar prijzengeld aan besteden? „Dat was wel het eerste waar ik aan dacht, ja.”

Vindt ze het trouwens geen subtiele discriminatie dat er bij de nieuwe vrouwenprijs een sieraad hoort? Ellemers lacht. „Je kunt je overal wel aan storen. Nee hoor. Als ik het draag en mensen vragen ernaar, geeft dat mij weer de kans mijn verhaal te vertellen. Deze krant, daar zit morgen de vis in.”