Duidelijke vonnissen blijven verre ambitie

De rechter moet duidelijk vonnissen, vinden politiek en justitie. Maar een oordeel goed gemotiveerd en toegankelijk opschrijven is moeilijk en kost zeeën van tijd.

De verdachte die zijn ‘laatste woord’ maar wat later moet uitspreken. Rechters die een strafzaak heropenen, louter om tijd te winnen.

In rechtbanken en gerechtshoven wringen ze zich in allerlei bochten om tijd te winnen, zodat ze hun uitspraken beter kunnen motiveren. Maar tijdgebrek, onervarenheid, onvoldoende ambtelijke ondersteuning en ontoereikende schrijfvaardigheid spelen hun parten. Toegankelijke vonnissen zijn daardoor nog steeds geen gemeengoed.

Rechters moeten van Justitie en politiek begrijpelijke en toegankelijke vonnissen schrijven. Dat was vijf jaar geleden uitgangspunt voor de Raad voor de Rechtspraak om het project Promis te beginnen. Begrijpelijk voor advocaat, verdachte én publiek. De hoogte van de straf moest duidelijk gemotiveerd worden in het vonnis, evenals de weging van de argumenten van advocaten en Openbaar Ministerie. Schrijfcursussen, training en meelezen van elkaars vonnissen zijn nu gangbare instrumenten om rechters te dwingen vonnissen helder te maken.

Sommige gerechten selecteren bij sollicitatieprocedures nu ook op schrijfvaardigheid. In de praktijk komt de ‘toegankelijke’ rechtspraktijk echter niet van de grond. Rechtbanksecretarissen, die belangrijk delen van het vonnis schrijven, blijken niet in staat aan de nieuwe eisen te voldoen. En het is maar de vraag of met training en cursussen het gewenste niveau wordt gehaald. Geld om voldoende juristen aan te trekken die wel goed kunnen schrijven ontbreekt. Bovendien vergroot de beoogde werkwijze de werkdruk van het toch al overbelaste gerechtelijke apparaat, zo blijkt uit Veldonderzoek Premis, de evaluatie van de Raad voor de Rechtspraak.

In het strafrecht is het zogeheten verkorte vonnis gangbare praktijk. Geen woord te veel – juridisch klopt het, maar het gaat ten koste van de helderheid.

De nieuwe werkwijze zou dat moeten oplossen, zegt Reinier van Zutphen, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor de Rechtspraak. „De rechter volstaat nu met een opsomming van hoofdpunten en strafmaat. Nadere uitleg volgt, althans als er hoger beroep wordt aangetekend. Maar in het verkorte vonnis wordt bijvoorbeeld niet duidelijk waarom de ene getuigenverklaring wordt afgewezen en de andere niet. In de nieuwe werkwijze beargumenteert de rechter wel of een getuigenverklaring geloofwaardig is of niet.”

Promis zou dat verkorte vonnis overbodig hebben moeten maken. Maar omdat de wet verplicht binnen veertien dagen na de gerechtelijke afronding van een strafdossier uitspraak te doen, draaien rechters nu al overuren. Om de nieuwe criteria toe te passen, zijn kunstgrepen nodig: uitstel van het laatste woord voor de verdachte bijvoorbeeld, of heropening van de zaak.

„Bij een Promis-uitspraak komt meer kijken dan het op een rij zetten van relevante gegevens uit het strafdossier”, zegt Van Zutphen. „Het vereist op schrift zetten van een consequente gedachtevorming in heldere taal.”

In de evaluatie van zijn vereniging staat ronduit dat de veertiendagentermijn „op gespannen voet” staat met grootschalige productie van toegankelijke, heldere uitspraken.

Promis zou volgend jaar alle uitspraken in strafzaken moeten tekenen. Inmiddels is er geen rechter meer die dat nog gelooft. Tegen een achtergrond van geldgebrek, naderende bezuinigingen en onvoldoende gekwalificeerd personeel zijn rechters en raadsheren al blij als dit jaar 40 procent van de uitspraken in strafzaken aan de nieuwe normen voldoet. De meeste gerechtshoven zullen ook dat percentage niet halen.

Van Zutphen: „Sommige rechtbanken hebben hun enthousiaste ambities voor 2010 stevig naar beneden bijgesteld. De rechtspraak heeft met dit project haar ambities duidelijk gemaakt. Nu moet aan de minister de boodschap zijn: u heeft kwaliteit hoog in het vaandel staan. Maar daar hangt wel een prijskaartje aan. We lopen tegen onze grenzen aan. De werkdruk is al enorm. Rechters draaien structureel 15 tot 20 procent overuren. Twee tot drie avonden in de week doorwerken is bij complexe zaken heel normaal. Daar kan niet veel meer bij.”

De nieuwe werkwijze levert een extra werklast van zo’n 30 procent op, weten rechters met ervaring. En er is al zoveel ziekteverzuim door de hoge werkdruk, blijkt uit de evaluatie. „De wetgever zou nog eens goed moeten kijken naar die veertiendagentermijn”, zegt Van Zutphen. „Onderzocht moet worden of daar geen verlenging van mogelijk is. In het bestuursrecht, bijvoorbeeld, kan het wel. In het strafrecht speelt natuurlijk de positie van de verdachte. Maar ook daar moet een mouw aan te passen zijn.”