De mens zoekt afleiding en genot zoals in het paradijs

Theater ****

Ik, Calvijn

door De Utrechtse Spelen, t/m 13/12. www.ikcalvijn.nl

Dwars door het decor loopt een kaarsrechte sloot. Hoog boven de toeschouwers rijzen gotische bogen de hoogte in. Kerk en Hollands landschap zijn samengebracht. Hierin staan twee personen: acteur Mathieu Güthschmidt als Johannes Calvijn (1509-1564) en zanger Joost Schouten, bariton. Zij brengen de voorstelling Ik, Calvijn.

Zo puur als de vormgeving en het spel zijn, zo dwingend is de tekst. Acteur Güthschmidt draagt sobere kleding. Zijn gezicht is strakgetrokken. Met indringende dictie brengt hij de toneeltekst ten gehore, door Sophie Kassies onder meer opgetekend uit het boek de Institutie of onderwijzing in de christelijke religie, dat Calvijn op zijn 26ste jaar schreef.

Acteur Güthschmidt heeft een protestantse acteerstijl. Het is alsof hij werkelijk vanaf een kansel het gehoor in de Utrechtse theaterruimte, die veelzeggend De Paardenkathedraal heet, toespreekt.

Tegen de achtergrond gloeit helderwit een lichtprojectie op, waarin geschreven staat ‘Paradijs’ en daaronder een pijl die wijst naar het woord ‘mens’. Eronder staan, op een houten kist, een kaars en een fles. Deze verwijzing maakt opeens duidelijk waar het in Ik, Calvijn om draait: de mens is verdreven uit het paradijs. Hij zoekt afleiding en genot om dat paradijs terug te vinden. Soms is Calvijn levenslustiger dan we zouden verwachten. Naast alle strengheid klinkt opeens deze zin: „Hoe het hart soms opspringt van blijdschap, zonder dat wij weten waarom.” Zonder meer prachtig.

Kester Freriks