'De magere jaren': huishoudtips uit 1942 en 1943

Op straat gevonden: een knipselboek met tips en recepten uit het Algemeen Handelsblad uit de oorlogsjaren ’42 en ’43. Gisteren deel 1, vandaag deel 2 en slot van een kijkje in de crisiskeuken.

De knipsels en folders die een onbekende Amsterdamse huisvrouw verzamelde in haar plakboek De magere jaren in de jaren ’42/’43, geven een beeld van het alledaagse crisiskoken in tijden van groeiende schaarste in de oorlog.

Voedsel was op de bon. Er werd bekendgemaakt wanneer je iets kon kopen: een ei in een bepaalde week, tegen inlevering van een bon. Zelfs met de bonnen was niet altijd alles verkrijgbaar. Aan het uitgeknipte artikeltje ‘Het tweede ei’ uit de rubriek Huismoeder vertelt uit het Algemeen Handelsblad is goed te zien hoe weinig er soms te krijgen was. Eén ei op de bon. En dan voor uitzonderingsgroepen een tweede ei. Mits je de juiste bonnen nog had en ze op de juiste tijd inleverde.

„Als er in uw gezin iemand is die op ziekenbonnen eieren krijgt”, met zo’n ‘gelukje’ valt er nog een koekje te bakken, aldus Huismoeder. „Nu de kinderen een appel krijgen”, kan er weer eens een stevig gerecht van aardappels worden opgevrolijkt met een appel en een ui. „Schil twee appels (de kinderen krijgen ze op de bon!)”, en het spaghetti-appelschoteltje is binnen handbereik.

De overheid probeerde met voedselvoorlichting de bevolking te helpen. Het ‘Voorlichtingsbureau van den Voedingsraad’ geeft bij voorbeeld zo veel mogelijk adviezen over het bewaren van zomergroentes. En van de Plaatselijke Commissie inzake Huishoudelijke Voorlichting en Gezinsleiding komt de informatieve brochure over het gebruik van tulpenbollen in de keuken – de tulpenbol als maaltijd, hét symbool van de hongerwinter, was kennelijk in 1943 ook al bekend.

De verzamelde recepten in De magere jaren geven de indruk dat er ‘zwaar’ gegeten werd. Gort en havermout; aardappelen, rijst, spaghetti en macaroni; groenten als selderijknollen, koolsoorten, rapen.

Grote hoeveelheden koolhydraten vormden het menu; aangevuld met weinig vetten en met geluk wat eiwitten (kaas, eieren, vlees en zuivel). ‘Gortmoutpudding zonder melk.’ Groenten waren er wel: seizoensgroenten natuurlijk, geen zaken die aan het andere eind van de wereld in de kas gekweekt werden. Gestoofde komkommer, veldsla, en groene sla die „pittiger werd gemaakt met een geraspt uitje en rauwe wortel”.

Maar ‘zwaar’ eten is niet hetzelfde als ‘voldoende’ eten, laat staan volwaardig eten. En de verzameling recepten geeft niet de indruk dat er veel te genieten viel.

Een veel gebruikt ingrediënt is ‘regeeringsbloem’, dat in de bakrecepten voorkomt. Je kunt er koekjes en taarten mee bakken, én het gaat in de imitatieslagroom. Bloem werd tot zelfrijzend bakmeel gemaakt door er dit thuisgemaakte bakpoeder doorheen te mengen: „gelijke hoeveelheden dubbelkoolzure soda (zuiveringszout) en gemalen wijnsteenzuur vermengd met wat meel, bijvoorbeeld aardappelmeel. 3 gram op 100 gram bloem.”

Met brandstof ging de huisvrouw zuinig om.

Gas was er nog in 1943, en de tips om het spaarzaam te gebruiken staan regelmatig bij de recepten. De hooikist, ook voor de oorlog in gebruik, kwam weer helemaal in. Daarin kon je eten laten doorgaren, waarmee je gas bespaarde. Korter koken kon natuurlijk ook: „Meestal is dertig minuten genoeg.” Hoe de huisvrouw van 65 jaar geleden bezig was met het verwerken en recyclen van letterlijk alles wat er was, lezen we in de instructies om konijnenvellen te looien. Natuurlijk, veel dieren werden thuis geslacht, gevild en leeggehaald. (Zie tips hiernaast). Achter het beeld van het gewone dagelijks leven in de keuken gaat het oorlogsnieuws schuil. Letterlijk: van sommige knipsels in De magere jaren is de achterkant nog leesbaar. Daar overzien we de wereld waarin gekookt werd: „Gelukwensch van Hitler aan Mussolini”, „Spertijd onveranderd”, „Verliezen van het Britse luchtwapen”, etc. We weten nu, terugkijkend uit 2009, dat de onbekende Amsterdamse huisvrouw die De magere jaren samenstelde, nog een zware tijd voor de boeg had. Het ergste moest nog komen. In de winter van 1944/45 kwamen naar schatting 20.000 mensen van honger om.

Sieneke de Rooij en Joost Groeneboer bereiden een facsimile-uitgave van ‘De magere jaren’ voor. Joost Groeneboer heeft het plakboek in Amsterdam in de Rivierenbuurt op straat gevonden; mocht iemand weten wie de samenstelster van het boek is, en hoe het haar is vergaan, dan vernemen wij dat graag.

Reageren kan op achterpagina@nrc.nl of www.doorleefd.nl