Waterschap: niet ontpolderen kan wél

Het alternatieve plan om niet te hoeven ontpolderen is op verkeerde gronden afgewezen, meent de bedenker. Deze week wordt een spoeddebat over de Hedwigepolder verwacht.

Het voelt of een voetbalteam met 3-0 heeft verloren terwijl alle treffers in buitenspelpositie zijn gemaakt. Adrie Provoost: „Alsof tijdens het duel de spelregels zijn veranderd.”

Tot drie keer toe werd een alternatief van het waterschap Zeeuws-Vlaanderen voor het ontpolderen van de Hedwigepolder afgewezen. Eerst door de commissie-Maljers. Daarna door de commissie-Nijpels. En door een consortium onder aanvoering van Grontmij. Alle drie keren is het plan „verkeerd begrepen” of „onvolledig beoordeeld”, zegt bedenker Adrie Provoost, hoofd waterkeringen van waterschap Zeeuws-Vlaanderen.

Het plan van het waterschap voorzag in de aanleg van schorren langs de oevers aan weerszijden van de Westerschelde. Met dit plan zou de natuur in en langs de Westerschelde worden versterkt en daardoor zou ontpoldering overbodig worden. Schorren zijn begroeide zandplaten die alleen bij hoog tij onder water lopen. Slikken zijn zandbanken, veelal gelegen tussen schorren en geulen, die elke dag twee keer onderlopen, en waar beschermde vogelsoorten, steltlopers, eten zoeken.

Het kabinet greep het plan van het waterschap aan als laatste strohalm om geen polder onder water te hoeven zetten. Daar wilde de Tweede Kamer immers liever niet aan. Ook in Zeeland is veel weerstand tegen het prijsgeven van landbouwgrond. Maar na het negatieve oordeel van Grontmij over het alternatieve plan, en ook na kritiek van de Europese Commissie, noemde het kabinet de ontpoldering van de Hedwigepolder op de grens met Vlaanderen „onontkoombaar”. De Kamer praat er deze week over, maar lijkt zich bij het kabinetsbesluit neer te leggen.

De onderzoekers van Grontmij oordeelden in het rapport dat nieuwe schorren geen extra estuariene natuur opleveren, omdat deze worden aangelegd op bestaande slikken. Die slikken verdwijnen, terwijl ze karakteristiek zijn voor de natuur in een getijdegebied. „Buitendijkse schoraanleg leidt niet tot verbetering van de staat van instandhouding van het estuarium”, aldus het rapport.

De onderzoekers hebben de plank misgeslagen, meent bedenker Provoost. De aanleg van schorren gaat helemaal niet ten koste van slikken. Provoost: „We leggen die schorren op bestaande slikken. Wat de onderzoekers buiten beschouwing laten, is dat er óók nieuwe slikken bijkomen. We maken slikken door baggerspecie afkomstig van de verdieping van de vaargeul slim te storten, aan de randen van die nieuwe schorren.”

De onderzoekers van Grontmij spreken dat tegen. Projectleider Mark Koning: „Er is driehonderd hectare nieuwe natuur nodig. Die haal je niet door de aanleg van schorren op bestaande slikken. Er zijn onvoldoende geschikte locaties in de Westerschelde om slikken aan te leggen die de verdwenen slikken moeten vervangen.” Bovendien, zeggen de onderzoekers, is het effect van het slim storten van baggerslib onzeker. „Je moet nog maar afwachten of dat slib daadwerkelijk leidt tot de gewenste vorming van slikken. Die onzekerheid is de reden dat de Raad van State de vergunning voor de verdieping van de vaargeul voorlopig heeft geschorst.”

Het waterschap Zeeuws-Vlaanderen vindt dat naar de Westerschelde te zeer vanuit louter ecologisch perspectief wordt gekeken. Provoost: „Nederland en Vlaanderen hebben afgesproken de veiligheid, toegankelijkheid en natuurlijkheid van de Westerschelde te versterken. Op die integrale afweging is ons plan op gericht. Maar vanuit sectoraal ‘natuurdenken’ is ons plan nu afgewezen.”

De onderzoekers van Grontmij zien dat anders. Mark Koning: „We hebben niet alleen gekeken naar de effecten van het schorrenplan voor de ecologie. We hebben ook gekeken naar effecten op veiligheid, stroomsnelheid, scheepvaart en recreatie. Maar er ligt een opgave om aan natuurherstel te doen. En met het plan van het waterschap haal je die opgave niet.”

Ten slotte vraagt het waterschap zich af, hoe de Grontmij-onderzoekers het alternatieve schorrenplan hebben kunnen afwijzen, terwijl een dergelijk plan van de provincie voor andere delen van Zeeland zijn goedgekeurd door minister Verburg (Landbouw en Natuur, CDA). Provoost: „De provinciale plannen voldoen aan de Europese norm. Waarom dit plan dan niet?”

Achtergronden op nrc.nl/westerschelde