Verburg: ingrijpen in visserij is nodig

Overbevissing en de slechte economische resultaten die de visserijsector boekt, maken ingrijpen in het visserijbeleid noodzakelijk. „Als we niets doen, valt er over twintig jaar niet meer te vissen”, stelt minister Verburg (Landbouw, CDA), die vanmiddag een rapport zou presenteren met de Nederlandse visie op de lopende herziening van het Europese visserijbeleid. Het huidige beleid loopt tot 2013.

In de visie van Verburg moet de Nederlandse visserij in 2020 „duurzaam” zijn, waarvoor „heldere en toetsbare criteria moeten komen, teneinde negatieve invloed op mens, milieu en natuur te voorkomen”. In ieder geval betekent het, aldus Verburg, dat alle visbestanden gezond zijn – dus geen overbevissing meer – en dat er geen ongewenste bijvangst meer overboord wordt gezet. Ook moeten er in 2020 beschermde zeegebieden komen.

De ongewenste bijvangst is een groot probleem in de Nederlandse visserij, waar een groot deel van de vissers zijn gespecialiseerd in de tong- en scholvisserij met gebruik van sleepnetten. Deze netten vegen alles op van de bodem en veel daarvan wordt (bijna) dood weer overboord gegooid. Harde cijfers over teruggooi zijn nauwelijks beschikbaar, maar de Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) schatte in 2005 de teruggooi in de Noordzee op 500.000 tot 880.000 ton. Ter vergelijking: de Nederlandse quota voor de belangrijkste vissoorten in de Noordzee (tong, schol, kabeljauw, haring) bedroegen dit jaar bij elkaar 270.000 ton.

De veel hogere eisen die Verburg qua milieubescherming aan de visserij wil opleggen, moeten worden bereikt met minder regelgeving en een grotere eigen verantwoordelijkheid van de sector. Certificering van de visserij door onafhankelijke instituten moet daar een grote rol in spelen.