Take me down to the Paradise City

‘Godverdegodver’, toeter ik in je oor. Met een volume van honderd decibel overtref ik mezelf weer eens. ‘Waarom staat die verdomde muziek van fucking Guns N’ Roses hier zo luid?’ Terwijl de woorden uit mij opstijgen, besef ik dat ik iets onvergeeflijks doe. Dat ik mijn eigen toekomst als woordenbraakmachine nu even goed kan weggeven aan de laagste bieder (gratis dus) of aan De Heideroosjes én dj Tiësto samen om mij eens duchtig te remixen tot er niets overblijft. Ja, ieder zinnig mens heeft nu het recht om mij te fileren en mij te serveren als sashimi van kutvis. Nog springlevend, onder een brandend hoedje van wasabi, gedompeld in sojasaus, glip ik binnen in een keel en roep ik naar boven: ‘Vergeef mij, vergeef mij. Vergeef mij mijn onbeschoftheid.’ Bij iedere boer weerklinkt mijn smeekbede wat luider.

Jij reageert niet eens. Alsof je doof bent. Heb ik je trommelvliezen doen barsten of interesseert mijn vraag je niet? ‘Waarom staat die verdomde muziek van fucking Guns N’ Roses hier zo luid?’ Dat waren mijn eerste gesproken woorden tot jou. Ik had beter moeten weten. Nu is het te laat. Ik kan ze niet meer terugnemen. Achterlijke koe die ik ben. Natuurlijk had ik niet mogen spreken of krijsen. Want jij verstopt je net heel bewust achter je vaste huiskrant nrc.next, je schild tegen de terreur van de ochtend.

Ongeveer ieder levend organisme lijdt onder een vreselijk ochtendhumeur. De anderen willen ’s morgens met rust gelaten worden en zijn gewoon niet in staat tot intermenselijk woordenverkeer op orale wijze en zeker niet aangaande liedekens van Geweren en Roosjes op de radio.

Je draait de volumeknop nog wat hoger. Na Guns N’ Roses volgt het nieuws. Doe maar, zet je radio nog wat luider, duik nog wat meer weg achter je krant. Je partner heeft je al drie keer gevraagd of je nog een klompje kaas wilt, komt meekijken over je schouder naar die nieuwe, dwaze column en voedert vervolgens beledigd de kaas aan de koeien.

Dank je wel, jij. Jij hebt voor mij de knoop doorgehakt. Ik heb me definitief afgewend van het gesproken woord. Ik zal nooit meer iets zeggen. Niemand reageert toch. Geef mij liever vierhonderd gedrukte woorden en de paar minuutjes dat jij je ’s morgens opsluit in het toilet om heel even, heel even nog, de dag uit te stellen. Ik beloof je, ik zal niet meer roepen. Ik druk de woorden er zachtjes uit en jij spoelt door, recht naar the Paradise City.

De Vlaamse auteur Saskia de Coster vervangt de komende weken Aaf Brandt Corstius, die met zwangerschapsverlof is.