Sterker vanuit een verloren positie

Nieuwsanalyse Door een onverwachte zet heeft verliezend Afghaanse presidentskandidaat Abdullah het initiatief in handen gekregen. Karzai zal de macht moeten delen.

Slechts weinigen gaven Abdullah Abdullah enige kans in de strijd om het presidentschap van Afghanistan. Maar toen hij gisteren geëmotioneerd afhaakte in de eindronde met de zittende president Hamid Karzai was zijn nederlaag alleen maar formeel beklonken. Abdullah had een dame-offer gebracht: politiek heeft de 49-jarige voormalige oogspecialist zijn concurrent Karzai schaakmat gezet.

Door de stap van Abdullah is het land in de internationale intensive care-afdeling terechtgekomen. VN-topman Ban Ki-moon reisde vandaag onverwacht naar Kabul om met alle betrokkenen te overleggen. En de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Clinton prees Abdullah per ommegaande wegens zijn „waardige en constructieve verkiezingscampagne”. De uitkomst was vandaag dat de tweede ronde van de presidentsverkiezingen wordt afgeblazen. Het enige waarvan Karzai nu zeker kan zijn, is dat hij voorlopig zijn presidentschap kan voortzetten.

Voor de VS, de belangrijkste buitenlandse speler in Afghanistan, en voor hun westerse militaire bondgenoten is nu de vraag aan de orde welke les zij moeten trekken uit het verkiezingsdebacle. Hoe nu verder zaken doen met een Karzai wiens legitimiteit zwaar is aangetast? Juist dezer dagen is de Amerikaanse president Barack Obama bezig zijn nieuwe (militaire) strategie in Afghanistan te bepalen. Afhankelijk daarvan zullen ook de bondgenoten, waaronder Nederland, hun positie bepalen, in casu hun toekomstige militaire inzet. Voor alles geldt: zonder sterk gezag in Kabul, met een overtuigend mandaat van de kiezer, wordt het steeds moeilijker het land te normaliseren.

Dat Abdullah Abdullah daarbij een rol zal spelen, lijkt onontkoombaar. Zijn prestige is nu groter dan ooit tevoren in zijn carrière. Ik neem mijn beslissing „in het belang van het land”, zei hij gisteren, en hij voegde er de oproep aan zijn aanhangers aan toe niet in woede de straat op te gaan.

Onmiddellijk mocht hij gisteren voor zijn beheerste optreden al de beloning in ontvangst nemen van minister Hillary Clinton. Zij liet weten dat de VS natuurlijk zaken blijven doen met president Karzai, maar tegelijkertijd zette ze Abdullah op een stevig voetstuk. Zij moedigde hem aan zich te blijven inzetten „voor de veiligheid en de welvaart van het volk van Afghanistan”.

Dergelijke loftuitingen onderstrepen dat Abdullah een opmerkelijke gedaanteverwisseling heeft ondergaan. Abdullah is er in geslaagd zich het profiel aan te meten van een geloofwaardige politicus met wie rekening moet worden gehouden, zegt Haroun Mir, directeur van het Afghaanse Center for Research and Policy Studies (ACRPS) in Kabul. „Hij is nu naar voren gekomen als een nationale leider.”

Vervolg Afghanistan: pagina 5

Mogelijk toch oppositie in de regering

Haroun Mir vervolgt: ,,Hij wordt nu gezien als hoeder voor het eerlijk verloop van het politieke proces in Afghanistan.”

Abdullah stond jarenlang in het buitenland bekend als het diplomatieke gezicht van de zogeheten Noordelijke Alliantie, de door Tadzjieken overheerste coalitie tegen het rigide Talibaan-bewind in Afghanistan. Hij was een vertrouweling van Ahmed Shah Masood, de legendarische commandant van de Noordelijke Alliantie die enkele dagen voor de aanslagen van 9/11 in de VS werd vermoord door Al-Qaeda. Namens Masood trok Abdullah de wereld door om in Westerse hoofdsteden steun te verwerven voor de Noordelijke Alliantie. Maar een eigen machtsbasis binnen de Noordelijke Alliantie had hij niet. Daarom ook kon hij geen leidende rol gaan vervullen na de gewelddadige dood van Masood, en na verdrijving eind 2001 van de Talibaan uit Kabul.

Met zijn verwijzing naar de verkiezingsfraude in de eerste ronde dwong Abdullah eerder een tweede ronde af, zeer tegen de zin van Karzai. John Dempsey, hoofd van het Amerikaanse Institute of Peace in Kabul, gelooft dat ook Abdullah zelf niet had verwacht dat hij zover zou komen als uiteindelijk is gebeurd. ,,Hij heeft er nooit op gerekend president te worden en ik betwijfel of hij dat ook echt wil worden. Hij gebruikt zijn kandidatuur om politieke concessies af te dwingen en om zijn naam op te vijzelen.”

Aangenomen mag worden dat nu vanuit het buitenland stevige druk zal worden uitgeoefend op Karzai om bekwame en niet-corrupte ministers in zijn regeringsploeg op te nemen, en om tot een werkbare verstandhouding te komen met het kamp van Abdullah. De Pathaanse stamleider Karzai, eerder dit jaar in feite gedumpt door zijn Amerikaanse beschermheren, kon de afgelopen maanden niet meer ontsnappen aan het imago van een zwakke en niet-presterende leider. Zijn aanzien werd onherstelbaar aangetast door de grootschalige fraude die bij de eerste verkiezingsronde in augustus aan het licht kwam en die na hertelling van een deel van de stemmen (en grote internationale druk) een tweede ronde onontkoombaar maakte. De herverkiezing van Karzai heeft daarmee elke glans verloren.

Aan de orde is nu de vraag of en hoe Karzai de macht zal moeten delen met Abdullah. Zelf heeft Abdullah steeds volgehouden niet opnieuw minister te willen worden nadat Karzai hem drie jaar geleden uit zijn regering had verwijderd. Mogelijk ziet hij voor zichzelf nu een grotere rol weggelegd. Bijvoorbeeld als premier. Probleem is evenwel dat volgens de huidige grondwet voor die functie geen plaats is juist om te voorkomen dat er concurrerend machtscentrum ontstaat met de president. Maar er zijn andere mogelijkheden voor een opdeling van de macht. Dempsey van het Amerikaanse Institute of Peace rekent er op dat Abdullah de komende tijd ,,realistisch te werk zal gaan. ,,Hij realiseert zich dat hij nu meer onderhandelingstroeven in handen heeft dan hij ooit zal hebben. Als hij overeenkomsten wil sluiten, moet hij dat nu doen.