Renée Fleming is echte diva

Klassiek Renée Fleming (sopraan) en Royal Philharmonic Orchestra o.l.v. Charles Dutoit. Gehoord: 31 okt. Concertgebouw, Amsterdam. ****

Diva’s zijn en blijven zeldzaam, maar de Amerikaanse sopraan Renée Fleming is er een. Een echte.

Minutenlange bulderovaties, boeketten rode rozen, de ritsen mannen die elkaar zaterdagavond in het Concertgebouw verdrongen om haar verschijning in gouden galajurk vast te leggen op hun mobiele telefoons – voor Fleming (50) zijn het doodgewone gebeurtenissen. „Er komt toch maar één toegift, hoor”, waarschuwde ze met vriendelijke beslistheid. Oh mio babbino caro uit Puccini’s Gianni Schicchi werd het – zo intens teder en zalvend soepel gezongen dat er toch nog een minutenlang, smekend applaus op volgde. Maar vergeefs, helaas.

Fleming is een lyrische sopraan die haar stem met maximaal succes inzet voor een zeer breed repertoire van Hollywoodsongs tot Strauss. Haar recital zaterdag - eigenlijk maar een half recital, want zij zong slechts voor de pauze – was losjes gebaseerd op haar nieuwste cd Verismo. „De gevoelens van echte mensen vertaald in muziek”, vat Fleming samen in een promofilmpje op internet, maar de luister van componisten als Leoncavallo of Mascagni schuilt er natuurlijk óók in dat ze dat rauwe realisme vertaalden naar bigger than life-muziektheater.

Fleming is op papier geen logische vertolkster van dit deel van het operarepertoire; voor rollen als Puccini’s Madama Butterfly en Tosca is haar stemtype (vooralsnog) in elk geval een maat te licht.

Geeft dat? Welnee. Fleming zorgde er wel voor dat de aria’s van Leoncavallo, Giordano en Puccini (alle ook op haar cd) haar stem wél uitstekend pasten. In vocale benadering wist zij de frivole en sprankelende lichtheid (aria’s uit Leoncavallo’s La bohème) net zo moeiteloos te treffen als de afgrondelijke eenzaamheid van Manon Lescaut in de oerversie van Puccini’s Sola, perduta, abbandonata.

De briefscène uit Tsjaikovski’s Evgeny Onjegin bracht weliswaar geen verismo, maar was minstens zo ‘echt’ vervoerend in de mix van jeugdige felheid en ernst die Fleming moeiteloos realiseerde.

Charles Dutoit en het Royal Philharmonic begeleidden warmklankig, al werd Tsjaikovski’s Ouverture Roméo en Julia wat al te emotieloos werd gladgestreken.

In Dvoráks Negende symfonie, in de alleruitbundigste passages met wel erg veel fortes gespeeld, wekte het orkest als een soepel geoliede machine gelukkig wel het vuur van de nieuwe wereld met opwinding én het nodige reliëf tot leven.

Impressie van Fleming in verismo-repertoire via nrc.nl/kunst De cd ‘Verismo’ verscheen bij Decca.