Ook zonder kapitaal kun je winnen

Volgens Rhian Ket hoef je niet in een miljoenenploeg te rijden om succesvol te zijn. Bij de NK afstanden liet hij verrassend alle topschaatsers achter zich op de 1.500 meter.

Heerenveen, 2 nov. - Als hij niet elke maand geld zou krijgen van zijn ouders, voor zijn huur en dagelijkse maaltijden, had Rhian Ket gisteren in Heerenveen nooit de 1.500 meter kunnen winnen tijdens de Nederlandse afstandskampioenschappen. De toelages voor schaatsers van de kleinste commerciële ploeg, APPM, zijn daarvoor simpelweg niet groot genoeg.

Toch kwam het voor Ket (26) niet als een verrassing dat hij gisteren in Thialf sneller was dan de nationale top, onder wie nationaal kampioen Sven Kramer en oud-wereldrecordhouder Erben Wennemars uit de miljoenenploeg van TVM, maar ook de snelle jongens van het voormalige DSB-team, Mark Tuitert, Stefan Groothuis en Simon Kuipers. Na afloop van de race keek Ket (1.45,89) op het podium om zich heen en zag Tuitert (1.46,19) en Groothuis (1.46,39) op de treden onder hem. „Toen zij nog een sponsor hadden, verdienden ze met z’n tweeën meer dan onze hele ploeg bij elkaar.”

Ket zei het zonder vervelende ondertoon, maar zijn punt is duidelijk: om aan de top te komen is het grote kapitaal geen voorwaarde, zoals in het internationale circuit al jaren wordt aangetoond door schaatsers als de Tsjechische Martina Sablikova en de Italiaan Enrico Fabris.

Het kleine APPM-schaatsteam, gesponsord door de gelijknamige consultancyonderneming, was met twee medailles de meest opvallende ‘winnaar’ bij de NK afstanden. Vrijdag had Ronald Mulder al verrassend zilver behaald op de 500 meter, tweehonderdste van een seconde achter Jan Smeekens.

Rhian Ket, zoon van oud-sprinter Ron Ket, denkt dat het succes mede te danken is aan de eenvoudige levensstijl waartoe de schaatsers gedwongen zijn. Voor veel luxe is daarin geen plaats. „Ik denk dat je net zoveel kunt bereiken als je niet in een miljoenenploeg schaatst. Misschien geeft het rust als je een huis kunt kopen. Maar bij een kleine ploeg heb je meer eigen verantwoordelijkheid. Dat is een verschil met andere teams. TVM doet het nu niet heel goed. Die schaatsers worden misschien te veel in een keurslijf gedrukt door allerlei mensen die voor hen denken. Bij ons moet je veel zelf beslissen. Ik denk dat dat een voordeel is.”

De doorbraak van de oersterke schaatser uit Amstelveen komt niet helemaal onverwacht. Vier jaar geleden miste Ket, die al jaren wordt gezien als een groot talent, op een haar de Spelen van Turijn, na een skate-off met zijn toenmalige ploeggenoot Simon Kuipers op de 1.500 meter. De datum weet hij nog: 27 januari 2006. Onder de donkere, lege tribunes van Thialf ging zijn olympische droom voor vier jaar de ijskast in.

Via het VPZ-team kwam hij terecht bij APPM, dat dit jaar een metamorfose onderging. De ploeg heeft met de gestopte olympisch sprintkampioen Gerard van Velde en winnaar van een olympische medaille Jan Ykema twee ervaren krachten in de begeleidingsstaf. Nieuwe schaatsers zijn dit jaar de gebroeders Mulder, Ted-Jan Bloemen en Tim Roelofsen.

Ket was vooral opgelucht dat hij de wereldbekerwedstrijden mag rijden. „Maar ik win hier ook voor het eerst in mijn leven een medaille op een grotemensentoernooi. Ik heb kastenvol medailles van de junioren, van de senioren nog niets.”

Zaterdag zette Ket ook al een snelle tijd neer op de 1.000 meter, ware het niet dat zijn trainer Johan de Wit hem na afloop vertelde dat hij een buitenbocht had overgeslagen. „Ik had het niet door. Maar ik was ook niet van streek, want ik reed gewoon hard.”

De grootste vooruitgang boekte Ket de afgelopen jaren op het mentale vlak. „Ik ben gegroeid als persoon. Mijn sportbeleving is verbeterd. Sven is een goed voorbeeld, hij wil altijd trainen. Ik dacht: Rhian, je kunt goed schaatsen, maar je moet je ook het leplazarus trainen. Dat heb ik het laatste jaar gedaan. Gerard van Velde is daar ook een goeie steun in gebleken. Hij is 38 jaar, maar traint alsof hij een jonge jongen is. Dan denk je: als hij nog zo hard kan trainen, moet ik veel harder kunnen trainen.”

Ket kijkt nu al reikhalzend uit naar de wereldbekers, waarin hij het opnieuw moet opnemen tegen buitenlandse sterren als Shani Davis en Enrico Fabris. „Ik vind dat echt geweldige schaatsers, maar ik kijk niet zo tegen hen op. Wij rijden hier op de NK op een heel hoog niveau. Misschien zijn deze NK wel mooier dan de Spelen, omdat het niveau zo ontzettend hoog is. Maar de prijzen worden natuurlijk wel op de Spelen verdeeld.”

Pagina 14: Annette Gerritsen

Pagina 15: Portret Jac Orie