'Magere jaren': huishoudtips uit 1941/1942

Op straat gevonden: knipselboek met tips en recepten uit het Algemeen Handelsblad uit de oorlog, verzameld door een onbekende vrouw. Een inkijkje in twee delen.

De magere jaren schreef ze met kroontjespen op het groene omslag van een kladblok. Wie deze huisvrouw was, weten we niet. Haar boekje stamt uit 1942/1943, volgeplakt met recepten die ze uit het Algemeen Handelsblad knipte (de Amsterdamse voorloper van deze krant, de fusiekrant NRC Handelsblad). Joost Groeneboer vond het onlangs in Amsterdam Rivierenbuurt aan de straatkant en liet het me zien. Ik werkte juist aan een boek over de hongerwinter en verdiepte me daarom in de Tweede Wereldoorlog. Het receptenboekje zelf is geschiedenis: alleen al uit de krantenknipsels is veel af te lezen over de manier waarop vrouwen de eindjes aan elkaar probeerden te knopen. Zoals: „De Paaschdagen staan voor de deur en de huisvrouw bepeinst, hoe ze haar gezin die dagen iets feestelijks kan voorzetten.” Het recept voor ‘een soepje vooraf’ is bepaald eenvoudig: het bestaat uit water, bindmiddel en een smaakje. Dat kon ook een surrogaatsmaakje zijn, want daar staan de recepten vol mee.

Huismoeder vertelt, een rubriek in het Algemeen Handelsblad, tracht vrouwen in de oorlogsjaren met raad en daad terzijde te staan. De rubriek geeft tips voor het huishouden, zoals hoe je oude kurken kunt hergebruiken en hoe je wollen jurken kunt wassen zonder wasmiddel: „in water met eenige geschilde, gewasschen en geraspte aardappelen”. Duidelijk een advies uit het begin van de oorlog, want toen de voedselschaarste eind 1944 echt nijpend werd, gebruikte men de kostbare aardappels natuurlijk niet meer om wasmiddel te vervangen. We kunnen aannemen dat de schrijfster van de rubriek veel prangende vragen ontving en dat haar stukjes populair waren: vaak stond er „op verzoek” bij de tips.

Dat er schaarste was, hoefde je in 1943 niemand uit te leggen. Huisvrouwen waren de hele dag bezig om hun gezin nog een voedzame maaltijd te kunnen voorzetten.

„Wat ge missen kunt” en „zoveel als ge hebt” zijn tegen die tijd heel gebruikelijke aanduidingen voor de hoeveelheden geworden. De recepten verwijzen voortdurend naar de omstandigheden waaronder de vrouwen hun eten moesten bemachtigen. „Nu we op den boter-inhaalbon wat extra kaas krijgen, kunnen we ons wel veroorloven den volgenden schotel klaar te maken.” Ook recepten voor „vleeschlooze” dagen duiken op met de toevoeging „zonder vleesch toch zeer smakelijk”. „Nu het vleeschrantsoen is verlaagd en we weer peulvruchten op den bon krijgen, kunnen we bij een vleeschlozen maaltijd wel eens erwtengehakt geven.”

Morgen: bonnen en surrogaat (slot)

Website S. de Rooij: www.doorleefd.nl