In New York doet lopen minder pijn

Specialer dan het lopen van een marathon, is het lopen van de New York Marathon. De vervloeking van de pijn gaat moeiteloos over in glorie van de prestatie.

Bij iedereen die gaat hardlopen, borrelt vroeg of laat de vraag op: zou ik een marathon kunnen lopen? En iedere hardloper die ooit heeft kennisgemaakt met New York weet het zeker: áls ik een marathon loop, dan in New York. Omdat ‘New York’ veel meer is dan een marathon. Het is al veertig jaar een loopfeest waar vervloeking van de pijn moeiteloos overgaat in verheerlijking van de prestatie.

Want wie wil er niet lopen in mogelijk de meest fascinerende stad ter wereld? En wie wil tijdens zijn of haar marteltocht over 42 kilometer en 195 meter niet worden aangemoedigd door meer dan twee miljoen toeschouwers? De marathon van New York is er één met een extra dimensie en zorgt voor een speciale opwinding bij lopers uit de hele wereld.

Maar wie naar New York komt, moet weten dat de heroïek wordt ontleend aan het zware, glooiende parkoers. Of zoals de Nieuw-Zeelandse oud-winnaar Rod Dixon eens zei: „New York is de Mount Everest van onze sport.” En meer dan in andere marathons zijn de lopers op zichzelf aangewezen. ‘Hazen’ om toplopers op te stuwen naar een toptijd? Niet in New York. De tijd in New York doet er ook niet zo toe; de overwinning, daar gaat het om. Zoals de 40.000 (getrainde) recreanten maar één doel hebben: de finish in Central Park halen.

Maar, heel voorzichtig, klinkt er ook kritiek. De krant New York Times stelde een week geleden de vraag wat de ondergrens voor deelname is. Uit de tijden blijkt, dat de snelheid jaarlijks afneemt. De gemiddelde eindtijd van 3.32,17 uur bij de mannen in 1980 was in 2008 gestegen tot 4.16,00; bij de vrouwen van 4.03,19 naar 4.43,32. De discussie is: moet nog worden toegestaan dat de marathon ook in wandeltempo wordt volbracht?

De loopfanaten vinden van niet. Die stellen dat een eindtijd van zes uur of meer een parodie op hardlopen is, dat ‘slakken’ de afstand niet respecteren en zij de marathon ontmythologiseren. De recreanten werpen tegen, dat ‘New York’ inspireert om uit de luie stoel te komen en dat aspect benadrukt moet worden. Racedirecteur Mary Wittenberg schreef in een reactie op het artikel: ‘De marathon in New York is ook bedoeld om een droom te verwezenlijken. En dan doet de snelheid er niet toe. Volharding vertaalt zich ook in het normale leven; de marathon maakt een mens in veel opzichten sterker.’

Wittenberg reageerde daarmee in de geest van Fred Lebow, oprichter van New York Road Runners, de club die de marathon al veertig jaar organiseert. Deze uit Roemenië gevluchte Jood was de man van de gezonde boodschap. Lebow organiseerde bij zijn club naast loop- ook fitnessprogramma’s. Zijn opvattingen bleef hij uitdragen, ook al groeide de marathon in New York uit tot een mega-evenement. Lebows adagium was: ‘Iedereen wordt voor één dag gelijk als hij zijn loopschoenen aantrekt.’

De grootsheid van de New York Marathon is Lebow overkomen. Hij begon in 1970 met 127 lopers die voor één dollar rondjes in Central Park liepen. Vijfenvijftig haalden de finish, met de Amerikaan Gary Muhrcke als winnaar. Maar Lebow wilde de gehele stad bij de marathon betrekken en bedacht een route die de vijf stadsdelen Staten Island, Brooklyn, Queens, de Bronx en Manhattan met elkaar verbond. Tot enthousiasme van de inwoners en, naar later bleek, ook tot die van lopers overal ter wereld. Sinds die koerswijziging is ‘New York’ uitgegroeid tot de meest aansprekende van de marathons. In Boston mag de oudste marathon [sinds 1897] van de moderne tijd worden gehouden, voor de status moet je in New York zijn.

Lebow leeft niet meer, maar de populariteit van de door hem opgezette marathon is uitgegroeid tot een jaarlijkse hype. En Lebow heeft ook een persoonlijk hoofdstuk aan de heroïsche geschiedschrijving toegevoegd. Nadat er in 1992 kanker bij hem werd vastgesteld, besloot Lebow zelf te lopen. Hoewel de behandelend arts hem nog zo had ingepeperd, dat hij niet hoefde te finishen liep hij in gezelschap van de Noorse negenvoudige winnares Grete Waitz de marathon uit in een tijd van 5.32,34, waarna hij bij aankomst de grond kuste. Lebow had zijn taak volbracht. Hij zou in 1994 op 62-jarige leeftijd overleden.

Vanzelfsprekend wordt nog wel eens jaloers geoordeeld over de status van de New York Marathon. Zo jong en dan al zo’n uitstraling. Dat kan toch geen klassieker genoemd worden. Lebow had daarop zijn antwoord klaar: „Kan zijn, maar er is geen marathon zo opwindend als in New York.”