Hockeyers van SCHC zijn te lief voor elkaar

SCHC staat laatste in de hoofdklasse. Trainer Jacques Brinkman mist een killersmentaliteit bij zijn spelers. Om de negatieve spiraal te doorbreken ging hij karten met de selectie.

Na tien competitiewedstrijden staan de hockeyers van SCHC op een beschamende laatste plaats in de hoofdklasse. De ploeg uit Bilthoven, die vorig seizoen als vijfde eindigde en daarmee net de play-offs misliep, heeft nog geen wedstrijd gewonnen. Gisteren speelde het team van voormalig international Jacques Brinkman met 2-2 gelijk tegen Rotterdam nadat vrijdag met dezelfde cijfers een remise was behaald tegen Kampong. „Over het spel ben ik tevreden, maar met twee puntjes schieten we niets op”, zegt de coach.

Een van de redenen voor de tegenvallende resultaten is volgens Brinkman, die 337 interlands speelde, het vertrek van de Spaanse international Albert Sala. „We hebben kwaliteit ingeleverd en daar hebben we eigenlijk niets voor teruggekregen. Andere ploegen hebben zich wel substantieel versterkt.”

Zo ging de Spanjaard Rodrigo Garza naar HGC en Timme Hoyng naar Pinoké. „Door alle versterkingen zijn er eigenlijk geen slechte teams meer”, vult international Roderick Weusthof aan.

Brinkman werd dit seizoen teruggehaald naar Bilthoven. De afgelopen twee seizoenen stond hij langs de lijn bij de hockeysters van Laren. Daarvoor was hij al vier seizoenen trainer van de ploeg uit Bilthoven. Onder hem bereikte SCHC drie keer op rij de play-offs, sinds zijn vertrek lukte dat niet meer. „Als ik dit seizoen niet zou terugkomen, zouden veel jongens vertrekken. Ik werd dus gehaald als de grote redder.”

Zijn overstap naar SCHC was echter pas eind mei definitief. „De meeste transfers waren toen al in kannen en kruiken. Een goede vervanging voor Sala konden we niet meer vinden.”

Uiteindelijk werd de Argentijn Pedro Ibarra gehaald, afkomstig van eersteklasser Oss. „Toen ik hier terugkwam werd ik daar door mijn omgeving eigenlijk toe gedwongen”, zegt Brinkman. Er moest versterking komen, want de spelers wilden dit seizoen wel weer de play-offs bereiken. „Dan komt er uiteindelijk een middelmatige speler bij die net iets meer kan brengen dan een jonge Nederlandse speler. Ik neem mezelf kwalijk dat ik daarin ben meegegaan. Ibarra doet het leuk, maar hij is geen Sala.”

Ibarra en zijn landgenoot Lucas Rey, die vorig seizoen al bij SCHC speelde, zijn de enige buitenlanders in de selectie van Brinkman. De coach betwijfelt nu echter of zij een toegevoegde waarde zijn omdat ze vaak naar Argentinië moeten wegens verplichtingen met hun nationale ploeg. „Het is moeilijk om een team te vormen aangezien zij vaak weg zijn, daarbij kampen we met cultuurverschillen en een taalbarrière.” De coach wist echter aan het begin van het seizoen dat hij voor zulke problemen zou kunnen komen te staan.

Een andere oorzaak voor de slechte resultaten is het ontbreken van een vechtersmentaliteit in de ploeg. „Het zijn allemaal lieve jongens, het zijn geen killers”, meent Brinkman. Daar komt bij dat de spelers te lief zijn voor elkaar. „Het is een vriendenteam, van mij mag het best wel eens flink botsen en knallen.” Ook Weusthof wil een meer kritische houding. „Het belang van de club gaat nu even voor. We moeten alles tegen elkaar uitspreken, ook al zijn we vrienden.”

Vorige week probeerde Brinkman de negatieve spiraal te doorbreken. „We zijn gaan karten, hebben een hapje gegeten en veel gepraat.” Ook moest Rogier Hofman zijn aanvoerdersband teruggeven aan Sebastiaan Westerhout. „Jacques maakte mij aanvoerder vanwege mijn hockeyende kwaliteiten”, reageert Hofman. Daarmee wilde de coach volgens hem aangeven dat SCHC voor goed hockey gaat. „We hebben nu echter een aanvoerder nodig die keihard werkt, van achteruit stuurt en schreeuwt. Zo’n hockeyer ben ik niet.”

De nieuwe start pakte vorig weekend echter niet goed uit. HGC was met liefst 8-3 te sterk. „De slechte resultaten gaan steeds meer aan het vertrouwen knagen, het is lastig dat om te zetten”, zegt Brinkman. Toch heeft de oud-international geen spijt van zijn terugkeer bij SCHC. „De doelstelling om de play-offs te bereiken is uiteraard bijgesteld, maar ik vind het een uitdaging hier nog iets van te maken.”

Het is voor Brinkman te hopen dat de internationals trouw blijven aan de club. „Weusthof en Hofman zijn natuurlijk aangeschoten wild”, erkent de coach. „Andere clubs zullen hen benaderen met de vraag wat ze in de kelder van de hoofdklasse doen.” Weusthof zegt dat hij nog niet door andere clubs is benaderd. „We zijn alleen bezig met SCHC”, vult Hofman aan. Beiden vrezen niet voor hun positie bij het Nederlands team. Weusthof: „We worden immers beoordeeld op onze persoonlijke prestaties en niet op die van SCHC.”