Een volleerd en succesvol crisismanager

Ondanks het faillissement van de hoofdsponsor heerste de voormalige DSB-ploeg op de NK afstanden. De inbreng van coach Jac Orie is volgens de schaatsers cruciaal. „Hij kan zich goed inleven in de sporter.”

Sponsorbijdrage van 2,5 miljoen euro kwijt, met een groep van negen schaatsers meedoen aan de NK afstanden, een van de belangrijkste wedstrijden van het seizoen. „Natuurlijk brengt dat extra druk met zich mee”, zegt Nico Hofman, fysiotherapeut van de ploeg van coach Jac Orie. „Op een gegeven moment moet je zeggen: genoeg, nu ga ik de hond uitlaten, de rest wacht maar even. Jac is daar de afgelopen jaren steeds beter in geworden. En het volgende moment is hij tot het uiterste getergd en kan hij tot het gaatje gaan. Dat is de balans waar het om draait.”

De afgelopen seizoenen bouwde Orie (41) aan een schaatsploeg die zeker in Nederland heerst op de korte en middenlange afstanden. Na het recente faillissement van hoofdsponsor DSB verkeren coach en schaatsers in onzekerheid over hun financiële toekomst. Toch behaalde de ploeg vijf nationale titels (Annette Gerritsen op 500, 1.000 en 1.500 meter, Jan Smeekens op 500 en Stefan Groothuis op 1.000 meter), veertien van de maximaal haalbare achttien podiumplaatsen op de drie kortste afstanden en negentien tickets voor de eerste wedstrijden om de wereldbeker. Met dank aan de coach, zegt kopman Mark Tuitert. „Als een volleerd crisismanager heeft hij alle randzaken bij ons weg gehouden.”

Orie als rustbrenger, wie had dat in de jaren tachtig op de Haagse Uithof kunnen denken? „Haagse bravoure”, herinnert Arnold van der Poel zich zijn generatiegenoot. De huidige trainer van het gewest Zuid-Holland, samen met Wim den Elsen, somt de jeugdselectie van destijds zo op. „Ben van der Burg, Bart Veldkamp, Conrad Alleblas, Marnix ten Kortenaar. Een talentvol gezelschap. Knokken voor je plekkie, anders sneeuwde je onder. Zelfs binnen die groep viel Jac op. Hij zei: ‘Dat ga ik doen’. En dan deed hij het. In de B-junioren reed hij baanrecords voor A-junioren. Grote mond, groot sportman.”

Den Elsen, in die tijd al gewestelijk trainer, wordt ’s nachts nog wel eens gillend wakker als hij terugdenkt aan die groep. „Het waren harde jongens, nergens bang voor. In trainingen was het een en al gedrevenheid, optimale sportmensen. Daarbuiten ging het er wild aan toe. ’s Avonds nam ik ze mee naar een restaurant en dacht: hoe zal dit aflopen? Die jongens waren zo groot, ze vraten gerust drie hoofdgerechten. Aparte jongens ook, van die professoren. Ten Kortenaar studeerde natuurkunde, Jac deed een studie, er werd over Einstein gesproken. Ik heb toen zelf ook veel geleerd. We groeiden met elkaar.”

Bij de senioren brak Orie nooit door. „In de commerciële ploeg met Leo Visser en Yvonne van Gennip kreeg hij bloedvergiftiging”, vertelt Van der Poel. „Daar wordt het lichaam niet beter van.” Den Elsen bracht het talent nog een keer terug op niveau. „Jac reed daarna nog World Cups op de 1.000 meter. Dat specialisme was hem op het lijf geschreven. Daarom is hij nu toptrainer op de sprint. Hij heeft zijn praktische kennis gecombineerd met een wetenschappelijke achtergrond.”

Na een hbo-opleiding bewegingstechnologie studeerde Orie bewegingswetenschappen aan de VU. „We hadden een klik, we waren allebei wat ouder en kritischer”, zegt studiegenoot Hofman, die later bij verschillende ploegen een twee-eenheid vormde met coach Orie. „Als student stond hij open voor nieuwe dingen, maar het moest onderbouwd zijn en kloppen. Anders was hij er direct klaar mee. Afwegingen maken, dat kon hij goed.”

Intussen assisteerde hij Den Elsen bij het gewest. „Ik heb altijd een trainer in Jac gezien”, zegt de huidige trainer van onder meer Moniek Kleinsman. „Hij kon sporters direct al heel goed benaderen en motiveren. Objectieve vent, die zich niet liet leiden door vooroordelen. Hij kwam jarenlang bij me thuis, dan keken we video’s over schaatstechniek. Martin Hersman haalde hem toen als assistent-trainer naar TVM.”

Volgens de vroegere 1.500 meter-specialist en huidige NOS-commentator lag de keuze voor Orie in 2001 voor de hand. „Ik wist dat hij studies had gedaan die veel invloed konden hebben op de ontwikkeling van het schaatsen. Hij heeft bij TVM snel dingen naar zich toe getrokken. Gerard van Velde was een extreem verhaal. Veel mensen hadden aan hem gesleuteld. Jac ging zijn schema’s schrijven en haalde hem in de krachttraining terug van 140 naar 70 kilo. Daar was lef voor nodig, het was voor Van Velde zelf ook wennen. Maar hij liet zich overtuigen en won olympisch goud.”

Van Velde, die twee jaar geleden stopte en inmiddels zelf succesvol is als trainer van onder meer de broers Mulder, betreurt nog altijd dat Orie na het olympische succes bij TVM moest plaatsmaken voor Gerard Kemkers. „Jac is zo nuchter. Het enige wat je als trainer kunt doen, is professioneel blijven. Dat straalt hij ook uit naar de schaatsers. Die zijn al zo zenuwachtig. Als de trainer dat ook wordt, duw je ze net over het richeltje. Jac kan zich goed inleven in de sporter, heeft het inzicht om de juiste mensen bij elkaar te zetten. Niet voor niets blijft het nu zo rustig in die ploeg.”

Na TVM volgde Orie bij het topteam van Spaar Select in 2002 de Amerikaanse succescoach Peter Mueller op. „We waren net afgestudeerd toen deze kans kwam”, zegt Hofman. „Jac zocht mensen om zich heen om te sparren. Sportarts, fysio, krachttrainer. Ons team is sindsdien redelijk vast. Hij is loyaal naar zijn mensen en verwacht hetzelfde terug. We hebben wat sponsorwisselingen gehad, maar daar wordt ons spelletje niet anders door. Hoe kan het harder, dat blijft onze puzzel.”

Tuitert, in 2004 Europees kampioen allround, traint sinds Spaar Select onder Orie. Net als de ploeg transformeerde hij tot specialist op de sprint en middenafstand. „We hebben een hele weg afgelegd, waarin ook fouten zijn gemaakt. Het gaat erom hoe je daarvan leert. Dat kan Jac heel goed.”

Kwestie van kritisch blijven, zegt Hofman. „We testen alles uit in het lab, zo hebben we een enorme databank met gegevens. Je probeert zoveel mogelijk dingen tastbaar te krijgen, de risico’s eruit te snijden en de kansen te vergroten. Daar gaan we ver in. Alles wat we nieuw invoeren, probeert Jac of de begeleiding eerst zelf. Nieuwe sprongen? Pijn aan je reet! Voegt het niets toe? Weg ermee.”

Typisch de Haagse school, zegt Hersman. „Den Elsen testte ook alles op zichzelf. Jac loopt binnen de schaatswereld voorop in het monitoren van gegevens. Voordat je schaatsers iets nieuws laat doen, moet je overtuigd zijn van het nut.”

Vier jaar geleden was de perfectionist Orie maanden uit de roulatie als gevolg van stress. „Het werd hem te veel”, zegt Hersman. Dat zal hem ondanks de sponsorperikelen niet nog eens gebeuren. „Jac heeft dit eerder meegemaakt bij Spaar Select. Natuurlijk is het een en al onzekerheid binnen de ploeg. Zijn angst zal zijn dat andere ploegen de beste schaatsers wegpakken. Je houdt ze even bij elkaar, maar niet tot 1 januari. Hij probeert snel een nieuwe sponsor te vinden. Dat moet kunnen, hij heeft de snelste sprintploeg ter wereld. Maar Jac heeft ook zoiets van: ik doe er alles aan, maar lukt het niet, jammer dan. Dat is de loutering van vier jaar geleden.”