Confronteren, dat zijn we aan Theo verplicht

Vijf jaar na Theo van Gogh dreigen we oude fouten te herhalen. We kijken weg en mijden de confrontatie met moslims. Zo riskeren we een multireligieus drama, meent Ahmed Marcouch.

Ik wil een ode brengen aan Theo van Gogh. Die verdient hij omdat hij de islam serieus nam.

Ook een seculier die niets van moslims weet kan onder ogen zien dat religie relevant is. Dat bewees Van Gogh door Ayaan Hirsi Ali te assisteren bij de film Submission, waarmee zij wilde stellen dat vrouwenonderdrukkers de vrouwenmishandeling religieus motiveren met een beroep op de Koran.

Vijf jaar na de moord op Van Gogh zegt Hirsi Ali nu dat het islamdebat mislukt is. Er zit inderdaad te weinig beweging in: Wilders graaft zich in met vaste radicale ideologische opinies, Ayaan is vertrokken naar Amerika en ministers keren zich van het probleem af.

Radicale imams en dito moskeebesturen weten intussen wat ze moeten zeggen en waarover ze moeten zwijgen: geen homo’s van flats gooien en niemand keelkanker toewensen. En de goedwillende mainstream moslims, die de vooruitgang omarmen en daarbij niemand tot last willen zijn, proberen hun eigen worstelingen te omzeilen met weekendscholen in de moskee en briefjes van de dokter tegen naakt douchen. Ook dat levert weinig op.

Toch zeg ik: dóórzetten. Met argumenten komen, zoals Pim Fortuyn zei toen een Rotterdamse imam homo’s varkens noemde. We kunnen niet anders, dit debat móét gevoerd worden. Want het gevaar dat groepen moslims vervallen in radicale religieus-politieke ideologieën is niet geweken. En de plaats van de evenwichtige moslims in de Nederlandse samenleving is nog steeds niet goed geregeld.

Zoals we na het failliet van de financiële wereld niet zeggen dat ‘we niks meer doen’ en juist op zoek gaan naar herstel, zo moeten wij ook het islamdebat niet opgeven. En zoals wij de fouten moeten uitbannen die tot de financiële crisis hebben geleid, zo moeten we ook verhoeden dat het islamdebat vervalt in oude fouten. De grootste fout die wij nu maken, is wegkijken. Zoals moslims denken dat homo’s niet bestaan als er niet over gesproken wordt, zo denken veel seculieren, ook sommige gezagsdragers, dat moslims niet bestaan als ze er over zwijgen. Dit is onze oude fout.

Twintig jaar keken wij weg van culturele verschillen en dat leidde tot wat Paul Scheffer ‘het multiculturele drama’ noemde. Als wij nu opnieuw wegkijken van de religieuze drijfveer van burgers in hun leven – lees: moslims in hun publieke bestaan – riskeren wij een ‘multireligieus drama’. Cultuur verandert in de loop van de tijd, maar religie zit veel dieper. Juist daarom is het debat zo belangrijk, beweging moet van buiten komen.

Door de wegkijkers voelen de moslims de druk niet om in beweging te komen, de druk komt door te confronteren. Reken maar dat de debatten van Ayaan gedachtenstof voor moslima’s hebben opgeleverd. Wij hoeven het niet te doen zoals Theo van Gogh en Ayaan Hirsi Ali. Als we maar wat dóén.

Wat wij als politici kunnen doen, is een nieuwe generatie vormen. Kijk, we kunnen wel al opiniërend en columnerend zeggen waar iemand hoort te staan, wij kunnen onze normen wel duidelijk maken, maar de vraag is natuurlijk hoe iemand daar uiteindelijk komt. Vormen gebeurt in de opvoeding en in het onderwijs. De echte vrijheid van meningsuiting komt als moslims zich de zelfreflectie eigen maken als deel van hun opvoeding, als zij de confrontatie die eerder van buitenaf kwam, intern gaan beleven. Actief leren nadenken, de angst voor de islam begrijpen, zich daarin verdiepen. Dat is het beste eerbetoon aan Theo van Gogh, die zelf als jongen uit Wassenaar tussen moslims woonde in Amsterdam-Oost en Marokkaanse jongens opleidde tot filmacteurs. De jonge generatie neemt inderdaad vaker deel aan het debat, in de media en via initiatieven als de Poldermoskee – al gaat het met één stap vooruit en twee stappen terug.

Het zijn vooral de instituties die het af laten weten, de religieuze organisaties waar je je als overheid geen zorgen over zou moeten maken. Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) heeft dit goed gezien; zij heeft de moed om gemeenten te stimuleren zich tegen radicalisering te weren via vorming van een nieuwe generatie. Zij gaf op grond van het juryoordeel de gemeente Rotterdam de gemeenteprijs tegen radicalisering voor het verbeteren van godsdienstonderwijs in moskeeën.

Laten wij allen als democraten, religieuzen en seculieren met argumenten strijden tegen dictators, radicalen en onverschilligen.

Ahmed Marcouch (PvdA) is stadsdeelvoorzitter in de Amsterdamse wijk Slotervaart. Hij spreekt vandaag tijdens de herdenking van de moord op Theo van Gogh, vandaag precies vijf jaar geleden, in het Oosterpark.