China loopt achter met aanpak van concurrentievervalsing

China heeft nog een lange weg te gaan als het om vrije concurrentie gaat. Een paar individuele klanten hebben pas een handvol bedrijven voor de rechter gedaagd, op basis van nieuwe mededingingswetgeving die ruim een jaar geleden werd ingevoerd. Tot de doelwitten behoorden grote ondernemingen als de telecomconcerns China Mobile en China Netcom, oliemaatschappij Sinopec en technologiereus Baidu. Maar de uitkomst van twee recente rechtszaken toont aan dat de consumentenmacht in China nog beperkt is.

In geen van beide gevallen is sprake van een verpletterende overwinning voor de consument. China Mobile heeft slechts 146 dollar hoeven neertellen voor een schikking met iemand die beweerde dat het bedrijf klanten met een vast contract opzadelde met extra kosten, hoewel de zaak ertoe zou kunnen leiden dat duizenden anderen soortgelijke claims gaan indienen. De juridische stappen tegen Shanda Interactive Entertainment, op grond van de aantijging dat het mediaconcern zijn invloed had gebruikt om een kleine uitgever te benadelen, strandden op gebrek aan bewijs.

Zulke weinig om het lijf hebbende rechtszaken zeggen meer over de publiciteitshonger van advocaten dan over de bereidheid van consumenten om de nieuwe wetten te gebruiken om vroegere staatsmonopolies ter verantwoording te roepen. De mededingingswetgeving laat de consument nog steeds in de kou staan. De klager moet kunnen aantonen dat de concurrentievervalsing daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en dat hij er schade door heeft geleden. Class actions, waarbij een groep gedupeerden gezamenlijk naar de rechter stapt, zoals in de VS veel gebeurt, bestaan in China niet.

Intussen laat het toezicht nog veel te wensen over. Alleen het ministerie van Handel, dat toezicht houdt op fusies en overnames, beschikt over echte ervaring. De minder door de wol geverfde Nationale Ontwikkelings- en Hervormingscommissie en de Staatsadministratie van Industrie en Handel nemen andere aspecten van concurrentievervalsing voor hun rekening, hoewel de verdeling van de verantwoordelijkheden vaag is.

Dit verklaart waarschijnlijk waarom de mededingingsmaatregelen grotendeels beperkt zijn gebleven tot het aan banden leggen van buitenlandse kopers, die Chinese bedrijven willen overnemen. Het ministerie heeft haar bevoegdheden gebruikt om het bod van drankenconcern Coca-Cola op de fruitsappenmaker Huiyuan tegen te houden en om voorwaarden op te leggen aan de fusie tussen de bierbrouwers InBev en Anheuser-Busch. De steun van General Motors voor auto-onderdelenproducent Delphi werd toegestaan, zij het dat het Amerikaanse autoconcern niet veel informatie mocht krijgen over Delphi’s Chinese klanten.

Een halfbakken mededingingsregime dreigt een krakkemikkige staatssector overeind te houden en serieuze concurrentie van buitenaf uit te sluiten, terwijl de consument eenvoudigweg genoegen moet nemen met wat er voorhanden is. Het juridische systeem van China ontwikkelt zich snel, maar het speelveld is nog lang niet gelijk.

John Foley