CDA-lid is op congres vooral een dagje uit

Het CDA congresseerde in Utrecht met name over de komende bezuinigingen. Over het eventuele vertrek van leider Balkenende werd alleen gesproken in de foyers van het theater.

Gaat premier en partijleider Jan Peter Balkenende naar Brussel? Het was de vraag van de dag, afgelopen zaterdag op het CDA-partijcongres. En toch kreeg het partijbestuur het voor elkaar dat in het officiële gedeelte, bij de plenaire sessies in de grote zaal van het Utrechtse Beatrix Theater, niemand een woord aan de kwestie wijdde. Tot Balkenende zelf op het toneel kwam. Hij zei opnieuw geen kandidaat te zijn; speculaties over zijn vertrek waren verder voorbehouden aan gesprekken in de foyers van het theater.

Daarvoor had de partijtop de achterban voorbereid op de komende gemeenteraadsverkiezingen en op een drastische verbouwing van de overheidsfinanciën. De combinatie was opvallend: behoedzaam, conservatief en tegelijk met het vaste voornemen de mouwen op te stropen. De verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd „is nog maar het begin” (fractievoorzitter Van Geel) en de komende bezuinigingen worden „ingrijpender en zwaarder dan ze ooit zijn geweest” (Balkenende). Tegelijk riep vooral de laatste op tot meer rust, reflectie en kalmte in de politiek.

De meer dan duizend aanwezige leden begroetten de voorgenomen daadkracht met luid applaus. Tegelijk lieten allerhande resoluties zien dat CDA’ers vooralsnog vooral houden van woorden, meer dan van concrete daden. Het kabinet moet alle mogelijke bezuinigingsmaatregelen onderzoeken: resoluties die opriepen „te komen tot een integrale visie”, ook als het om het milieu gaat, konden rekenen op grote meerderheden. Zo niet de resoluties die riepen om actie, zoals „een dag extra zonder vlees” of die kabinet en Kamerfractie oproept barrières te slechten voor het terugleveren van opgewekte duurzame energie aan het energienet. Dat soort resoluties raadde het bestuur af, en dan volgden CDA-leden braaf. Het bestuur kreeg zelfs enkele boze Zeeuwse leden zover hun resolutie, die vroeg om nóg een onderzoek om het onder water zetten van de Hedwigepolder verder uit te stellen, niet in stemming te brengen.

„Wij CDA’ers houden er niet van zaken op de spits te drijven”, legde een CDA’er naderhand uit. „Zo’n congres is vooral een dagje uit”, verklaarde een ander. „Om enthousiasme te kweken voor de gemeenteraadsverkiezingen.”

Dat deed het bestuur onder meer door de afdeling Vlagtwedde in het zonnetje te zetten: daar was het ledental met 30 procent gegroeid. Een andere gemeente kreeg de prijs voor het beste verkiezingsprogramma, minister Eurlings (Verkeer en Waterstaat) presenteerde een gifgroene, elektrische scooter en het zoontje van de scheidend vicevoorzitter klom voor de camera’s in een nieuwe CDA-bakfiets.

Het venijn zat in de staart van het congres, toen premier Jan Peter Balkenende het politieke klimaat in Den Haag hekelde. Na eerst links en rechts te hebben bedankt voor hun uitgesproken verlangen hem voor Nederland te houden als premier – gelach uit de zaal – sprak hij zijn ergernis uit over „het gemak” waarmee politici „grote woorden” gebruiken. Bovendien „worden complete bevolkingsgroepen weggezet” en bepalen „karikaturen” in Den Haag „de toon en publiciteit”. Balkenendes conclusie: „Het Binnenhof is in de greep van het populisme.”

Dit nieuwe politieke klimaat stelt hoge eisen „aan onze discipline, onze gemoedsrust en ons zelfvertrouwen”, aldus Balkenende. En al zei hij het niet, deze drie komen ook van pas in de huidige onzekerheid over het partijleiderschap. Maxime Verhagen, nu minister van Buitenlandse Zaken, zal hem vervangen als premier. Daarover waren prominenten uit de partij het wel eens. Maar over de vraag of Verhagen ook de beste lijsttrekker is bij komende verkiezingen bestond onenigheid. Net als bij de inschatting of coalitiegenoten PvdA en ChristenUnie bereid zijn om zonder tussentijdse verkiezingen door te regeren met Verhagen als premier.