Blij als hij naar Brussel gaat, blij als hij blijft

Net als de zingende Schotse huisvrouw zal ook Balkenende in Brussel voor spanning zorgen: is zijn Engels te verstaan, of zet hij de natie voor schut, vraagt Jan Kuitenbrouwer.

Toen de andersbegaafde Schotse huisvrouw Susan Boyle vorig jaar besloot mee te doen aan Britain’s Got Talent reageerde haar omgeving met gemengde gevoelens. Ze kón zingen, dat wisten ze, dat hoorden ze al jaren door de muren en het plafond, maar ja, haar voorkomen en manier van doen waren nu niet direct dat je zegt, eh, van showbizz-allure.

Bij haar eerste grote optreden voor de show leek het ook even mis te gaan, toen ze zichzelf introduceerde met een hitsige bekkenzwieper, alsof ze Lady Gaga was in plaats van een picnische moeke in haar zondagse jurk. Even dreigde zij Schotland in Nationale Schaamte te dompelen, maar drie minuten later werd het gelukkig toch nog Nationale Trots.

Zo is het ook een beetje met de kandidatuur van Jan Peter Balkenende voor het presidentschap van Europa. We zweven tussen hoop en vrees, tussen ongeloof en triomfalisme, tussen trots en schaamte.

Net als de buren van Susan Boyle weten wij dat Balkenende best wat kan, maar ook dat zijn verschijning niet overal direct de handen op elkaar brengt. En dat hij de plank soms ook behoorlijk mis kan slaan. Als hij ‘uit vorm’ is, bijvoorbeeld. Stel dat hem dat tijdens een belangrijk debat in Brussel of Straatsburg overkomt! Op bezoek bij de Obama’s! In gesprek met Ahmadinejad!

Dan staan we als Nederland mooi te kijk.

Maar als hij benoemd wordt, betekent dat dan dat wij hem hier zelf te weinig waarderen? We voelen ons ook een beetje als de technisch directeur van een voetbalclub die een hoog bod van een topclub krijgt voor een speler die hij zelf op de bank houdt. Blijkbaar is hij toch wel goed. Moet hij hem wel laten gaan? Maar ja, op de politieke transfermarkt hou je iemand niet tegen. Als het bod Balkenende bevalt, gaat hij, al was het maar om een lange neus te trekken naar al die miezemuizers thuis, die hem in de maling namen, in plaats van serieus.

Anderzijds, het ís crisis in Nederland, het gáát slecht, dat hoor en lees je voortdurend, en Balkenende ís inmiddels zeven jaar premier. Hebben ze daar in Brussel eigenlijk wel goed naar gekeken? Moeten we misschien juist blij zijn als hij wordt weggeroepen?

Nederland wikt, maar ‘Europa beschikt’.

Gelukkig staat er een waardige opvolger voor Balkenende klaar, Maxime Verhagen. Balkenende stond op het bordes van het Witte Huis naast George Bush als een boerenzoon die het eerste kievitsei aan de locoburgemeester mag aanbieden, Maxime Verhagen staat gedienstig klaar om het tafereel met zijn pocketcamera te vereeuwigen voor het familiealbum, als de ober van een pizzeria die zijn baas fotografeert met een beroemde klant.

Of krijgen we – helemaal eng – nieuwe verkiezingen? Dan zitten we hier straks opnieuw in de politieke chaos, onder mushroom cloud PVV, en zien we Jan Peter, ons voormalig vadertje des vaderlands, alleen nog af en toe voorbijkomen in het Journaal, bekneld in de armen van een wereldleider. Oef, wat een dilemma.

Want er wordt ook beweerd dat de oligarchen van Europa slechts een willoze marionet zoeken die precies doet wat zij zeggen, een kleurloze kamenier die ze niet voor de voeten loopt. Een veredelde major domus die de regeringsleiders hun stoel wijst, de procedures uitlegt en het meest geschikte tijdstip voor de lunch bepaalt. Is het dan nog wel een eervolle benoeming? Moeten wij dat wel willen?

Tja, zit er méér in? We zijn wel klein, maar niet zomáár klein. Dat is altijd de Nederlandse positie op het wereldtoneel geweest: het wat schriel uitgevallen jongetje op het schoolplein dat het de grote jongens soms nog best lastig kan maken. Een kop kleiner, maar op de eerste rij. Eigenlijk is de functie geknipt voor Nederland, maar is Balkenende wel geknipt voor de functie?

Heeft hij wel voldoende ‘charisma’? Nee, de ‘uitstraling’ van Sarkozy, Merkel en Brown wordt in megawatts uitgedrukt! Sarkozy heeft nog iets van de snelle jongen, maar die andere twee zijn vooral serieuze, hardwerkende, ietwat nerdy types, peers waarbij Balkenende niet ongunstig hoeft af te steken. Ook dat kan voor hen een reden zijn hem er graag bij te hebben.

Maar hoe zat het eigenlijk met zijn talenkennis? Zijn Engelse uitspraak is slecht (zie YouTube), Angela Merkel vindt zijn Duits ‘wel goed’ en over zijn Frans lopen de meningen uiteen van ‘best goed’ tot ’matig’. Het is de vraag of het veel uitmaakt, trouwens. Het probleem bij Balkenende als spreker is niet dat hij het Nederlands niet beheerst, maar dat hij het vormen van zinnen overlaat aan een primitief soort automatische piloot, met als gevolg de meanderende bijzinnen, de vele nevenschikkingen en de onverzorgde dictie die zijn handelsmerk zijn.

Bij Balkenende is het altijd zo dat we goed moeten begrijpen dat we praten over een situatie waarin we te maken hebben met het feit dat er iets aan de orde is. Je moet er niet aan denken dat hij dat in het Engels, Duits of Frans gaat proberen. Juist zijn beperkte beheersing zal hem dwingen tot de compacte, heldere mededelingen waar wij zo jammerlijk van verstoken bleven. Daar zitten we straks, voor de buis, als de trainer die een van zijn voormalige bankzitters bij een andere club ziet scoren: ‘Nou ja, hij kan het wél!’

De Schotten volgen Susan Boyles wereldwijde zegetocht intussen met samengeknepen billen: altijd spannend, zal ze de sterren van de hemel zingen of is ze uit vorm en zet ze de natie voor gek? Als Balkenende naar Brussel gaat zal het bij ons ook zo zijn. Het is een gok. We zullen blij zijn als het doorgaat, maar als het niet doorgaat ook.

Jan Kuitenbrouwer is schrijver, journalist en directeur van de Taalkliniek.