'Anorexia is pure machtshonger'

De Ierse schrijfster Aifric Campbell debuteerde met een genadeloze roman.

‘Er waren nogal wat lezers die me emotionele kilheid verweten.’

Tegenover mij in een restaurant in Londen zit Aifric Campbell, schrijfster van het nietsontziende debuut The Semantics of Murder, dat zojuist verscheen in een Nederlandse vertaling. Haar veelzijdige biografie lijkt verzonnen: de Ierse Campbell werkte als au pair in Zweden, behaalde haar doctoraal linguïstiek, doceerde semantiek aan de universiteit van Gotenburg, werkte vervolgens dertien jaar in de Londense financiële wereld, waarna ze psychotherapie studeerde en een schrijfcursus volgde aan de universiteit van East Anglia. Het blijkt allemaal waar. Campbell: „Ik was nooit geïnteresseerd in autobiografische fictie, persoonlijke ervaringen verwerken door erover te schrijven, en dat is waar je als je jong bent gauw bij uitkomt. Begin jaren negentig heb ik een tijd vrij genomen van mijn werk bij een investeringsbank en een roman geschreven die men wel wilde publiceren. Ik heb het manuscript terzijde gelegd en ben weer gaan werken.’’

Voor iemand die zich hartstochtelijk met literatuur bezighoudt, moet het bankwezen weinig stimulerend zijn.

„De enige boeken waar men het in die kringen over heeft zijn boeken die je verder kunnen helpen met je carrière, dat is waar. Ik werkte zestien uur per dag, dus ik had ook weinig tijd om over mijn toekomst na te denken. Maar misschien is het ook goed geweest dat ik ver van de Engelse literaire wereld ben gebleven. Ik heb ook altijd meer van Amerikaanse en Europese literatuur gehouden dan van Engelse, ik vind die krachtiger. Voor mij, als Ierse, is het Engels bovendien een tweede taal. Dat geeft je de mogelijkheid die taal objectiever te benaderen, je bent je er beter bewust van hoe je met woorden kunt spelen. En ze naar je hand kunt zetten.’’

Uw roman gaat ook over manipuleren. De hoofdpersoon Jay Hamilton is een psychiater die het leven van zijn patiënten genadeloos gebruikt.

„Ik heb psychotherapie gestudeerd en ik heb zelf ook een tijd in therapie gezeten, toen ik tien jaar geleden na de geboorte van mijn zoon in een zware postnatale depressie belandde. Daardoor ben ik geboeid geraakt door de verhalen die we van onze eigen levens maken en hoe we dingen verfraaien en wegpoetsen.

„Mijn bezwaar tegen de hedendaagse therapiecultuur is de pretentie van wetenschap, dat de verhalen die we over onszelf vertellen ons werkelijk vertellen hoe het zit. Dat was al het dilemma van Freud. Hij was in wezen een kunstenaar, een schrijver, die het noodzakelijk vond dat zijn werk een wetenschappelijke basis had, anders was het allemaal tevergeefs.

„Met het personage Jay wilde ik iets kwijt over de donkere, manipulatieve kant van de psychotherapie. Toen ik aan mijn opleiding als therapeut begon, ontdekte ik dat therapeuten vaak zelf beschadigde mensen waren. Ik had zelf een goede therapeut, maar ik heb bezwaar tegen het fatalisme dat mensen wordt aangepraat, de passiviteit. Het is, zeker als je een moeilijke tijd doormaakt, geruststellend om alles aan je moeilijke jeugd te wijten. Maar is dat een echte verklaring of een constructie?”

Uw roman is vrij nauwgezet gebaseerd op een onopgeloste moord, die op de briljante linguïst Richard Montague in 1971. Zijn fictieve broer Jay is de hoofdpersoon. Hij onthult gaandeweg dat zijn gruwelijke gedrag het resultaat is van een liefdeloze jeugd.

„Of maakt hij dat zichzelf wijs? Het komt hem goed uit te denken dat hij een slachtoffer is. Hij gebruikt het als excuus. Hij had zijn ervaringen ook ten goede kunnen gebruiken en soms doet hij dat ook. De gedachte dat we helemaal door ons verleden worden gevormd, is gevaarlijk. En bovendien, hoeveel herinneren we ons echt van onze kinderjaren? Ons geheugen zit vol gaten, we verzinnen er later van alles bij.”

Een van de schokkendste passages in de roman is zijn confrontatie met een anorexiapatiënte, die zichzelf dood hongert. Jay beschuldigt haar van machtshonger.

„Ik ben bang dat hij een punt heeft. Ik vermoed dat veel stoornissen een veilige ruimte voor mensen scheppen waarin ze niet langer verantwoordelijk voor hun daden hoeven te zijn. Wanneer je zo’n geval van dichtbij meemaakt, merk je dat het vaak om heerszucht gaat, om macht. Therapeuten zijn zo welwillend naar hun patiënte toe dat ze niet langer de harde waarheid kunnen zeggen. Je ziet aan kleine kinderen al dat ze eten gebruiken om de aandacht van hun ouders te krijgen. Het gaat niet om eten, het gaat om aandacht, om een publiek.

„Door die passage kreeg ik het hard voor mijn kiezen. Wie denkt dat literatuur geen debat meer losmaakt, moet eens voor een leesclub gaan spreken. De vrouwen daar storten zich vol overgave op het boek, schrikken er niet voor terug je keihard aan te pakken. Zulke heftige discussies zul je niet aantreffen onder de bezoekers van een massaal bezochte kunsttentoonstelling. Er is volgens mij nog steeds een enorme behoefte aan debat over romans. Er wordt alleen zo weinig aan tegemoet gekomen. Dat moet te maken hebben met de huidige tendens om verschillen weg te moffelen, de boel glad te strijken. Studenten die ik ontmoet krijgen alleen klassiekers te lezen, waardoor ze het gevoel hebben dat goede literatuur door dode mensen is geschreven. Ze kunnen hele dialogen uit de Simpsons citeren, maar Cormac McCarthy kennen ze niet.

„Ras, geslacht en seks zijn officieel geen onderwerp van discussie meer, terwijl we eigenlijk wel weten dat die onderwerpen helemaal niet van tafel zijn. Er zullen altijd grote verschillen tussen mensen onderling bestaan. Alles wat creatief is, zet de dingen onder druk. Wanneer er geen verschil meer is, rest ons alleen nog desinteresse, apathie. Het probleem is dat we die verschillen niet meer openlijk kunnen bediscussiëren. Het gebeurt wel, maar buiten het oog van de camera; als we thuis zijn en een paar biertjes op hebben. Zo ontstaat er een discrepantie tussen wat de media ons laten zien en de werkelijkheid zoals we die beleven. Die neiging naar gelijkmatigheid zie je ook in de manier waarop er met psychische problemen wordt omgegaan.”

Misschien is die gemeenzaamheid ook een manier om je verbonden te voelen. De personages in uw roman staan er helemaal alleen voor. Tussen hen en hun omgeving gaapt een diepe kloof.

„Voor mij is dat de kloof die de literatuur kan overbruggen. Die gaat over de dingen die we niet onder woorden kunnen brengen. Het gaat niet om een sluitende verklaring over ons bestaan, de nadruk ligt niet op het waarom, maar juist op het besef dat er van alles te raden overblijft, de kracht om te leven in onzekerheid. Daar schuilt voor mij de fascinatie in. En ook frustratie, want de middelen die je tot je beschikking hebt, schieten steeds tekort. We bevinden ons alleen in een wereld die ons eindeloos intrigeert, maar die we niet kunnen doorgronden. Er zijn lezers geweest die me emotionele kilheid hebben verweten, omdat ik een hoofdpersoon heb geschapen die zo koelbloedig en onaangenaam is. Dat leest niet prettig, zeggen ze. Maar literatuur moet helemaal niet prettig willen zijn, het moet gaan over hoe de dingen zijn.’’

10 november spreekt Bas Heijne met Campbell. Aanmelden via: www.spui25.nl

Aifric Campbell: De logica van het moorden. De Geus, 288 blz. € 21,90.