Allerheiligen

Het is geen uitroep van verbijstering, zoals ‘God allemachtig’, maar de naam van een christelijke feestdag: Allerheiligen. Op de rooms-katholieke kalender is elke dag gewijd aan een heilige, maar op 1 november worden ze allemaal tegelijk herdacht. Niet door protestanten, want die moeten niets hebben van de ‘roomse santenkraam’, een term waarmee de draak werd gestoken met de katholieke heiligenverering.

Uniek is die niet. Hindoes kennen hun heilige mannen: woest bebaarde asceten. Moslims vereren bekende mystici, die in Noord- en West-Afrika maraboets heten. En in het oude China konden voortreffelijke lieden, zoals filosofen en succesvolle generaals, goden worden.

Tussen goden en gewone stervelingen staan de voorbeeldigen. Niet zo onaanraakbaar als godheden, maar in moreel opzicht ver verheven boven hun medemensen. Er zijn heiligen in soorten. In de eerste plaats de zeer vromen: geheel aan God toegewijde mystici. Dan zijn er de boodschappers die nieuwe landsstreken bekeerden tot het geloof, zoals de Brit Willibrord in de Lage Landen. Populair onder katholieken en moslims zijn de martelaren, die ondanks vervolging hun geloof niet verzaken. Die laatste betekenis is aan slijtage onderhevig sinds zelfmoordterroristen shahid (getuige, martelaar) worden genoemd. Ten slotte zijn er de bovenmenselijk dienstbaren, zoals de Belgische pater Damiaan, die zijn leven wijdde aan de leprozen van Hawaï en zelf aan de ziekte bezweek.

‘Heilige’ is een dubbelzinnige titel. Wie zo genoemd wordt, geniet of diepe bewondering of wordt gewantrouwd. In de negatieve betekenis gedragen heiligen zich onberispelijk, maar op een onuitstaanbare manier: het zijn heilige boontjes. En in de katholieke beeldtraditie hebben heiligen iets zoetsappigs gekregen, terwijl de historische figuren in kwestie absoluut geen watjes waren.

Er zijn ook tijdgenoten die, ongeacht de religie die zij aanhangen, de status van heilige benaderen, door hun standvastigheid in tegenspoed en hun opofferende werk voor mensen in nood. Voorbeelden zijn Martin Luther King, Nelson Mandela en Moeder Teresa. Niet-katholieken worden niet heilig verklaard, maar er is altijd nog de seculiere canonisatie die Nobelprijs voor de Vrede heet. Zo bezien zou de Zweedse commissie daar wat zuiniger mee moeten zijn.

Dirk Vlasblom