'Zonder kwelling dooft het verlangen'

Françoise Hardy was in de jaren zestig een populaire Franse chansonnière. Deze week verschijnt de Nederlandse vertaling van haar autobiografie.

Françoise Hardy op een bijeenkomst in Parijs in maart 2009 (Foto Denis Guignebourg) Francoise Hardy attends a press conference about a law draft 'Creation et internet' held at Odeon Theater in Paris, France on March 30, 2009. Photo by Denis Guignebourg/ABACAPRESS.COM Guignebourg, Denis

Al decennia is Françoise Hardy (65) een droommeisje uit de jaren zestig. Bijna vijftig jaar na haar eerste chansons ging zij vorige week de studio in voor een nieuw album, haar 26ste. Deze week verschijnt de Nederlandse vertaling van haar boek Françoise Hardy. De Autobiografie. Daarin schrijft ze over de talloze chansons die zij voor zichzelf en anderen schreef en over haar loopbaan als astrologe in een programma op de Franse radio. Ze raakte erdoor bevriend met Michel Houellebecq, die haar herinnert aan haar vroegere huisvriend Serge Gainsbourg, een andere „puber op leeftijd”.Hardy schrijft ook uitgebreid over haar gekwelde liefdesleven met een andere beroemdheid, acteur en zanger Jacques Dutronc, met wie zij sinds 1968 in een open latrelatie bleef steken. Hardy is op deze aarde om te leren over hartstocht, vertelt zij in haar appartement in Parijs.

Waarom deze autobiografie?

„Een uitgever zeurde er al jaren om. Uiteindelijk deed ik het om tegenwicht te bieden aan alle dwaasheden die over mij zijn gezegd. Daar heb ik mijn hele leven onder geleden.”

U schrijft intiem over de liefde.

„Wanneer het over mijn vak gaat, verveel ik me al snel. Wat mij interesseert, is de psychologie. Zodra het persoonlijk werd, kon ik dingen gaan analyseren, vooral mijn relaties.”

Bent u een kind van de jaren zestig?

„Ik heb niets met 1968. Ik was helemaal niet gepolitiseerd, daar had ik de achtergrond niet voor. Ik ben opgevoed als een kluizenaar door een alleenstaande moeder. Als kind en puber kreeg ik niets mee dat me interesse voor wereld bij had kunnen brengen. Ik ben in Zuid-Afrika gaan zingen, terwijl ik absoluut niet op de hoogte was van de apartheid.”

Hoe beleefde u de jaren zestig en zeventig?

„Zorgeloos. Er waren geen overheidsschulden, de mensen hadden werk. Er was een materiële zekerheid. Je leeft anders wanneer je ervan verzekerd bent dat er brood op de plank komt.”

Dat is een politieke samenvatting.

„Nu interesseert politiek me wel. Al die schulden en tekorten die er zijn, dat is verschrikkelijk voor mensen van mijn generatie. Ook ecologie interesseert mij al jaren. Je kunt Frankrijk niet meer los zien van de wereld. Mijn spookbeeld is de overbevolking. Armoede en overbevolking versterken elkaar, dat is een vicieuze cirkel.”

U zou nu een politiek chansonnier worden?

„Dat is onmogelijk, de chanson is daar niet geschikt voor. Je kunt eindeloze chansons maken over liefdesverdriet, maar je kunt maar een keer zingen over ecologie. Ik ben meer geïnteresseerd door wat van binnen gebeurt dan door de buitenwereld. Zolang ik schrijf en zing, al meer dan veertig jaar, gaan mijn chansons over een gecompliceerd, geremd gevoelsleven.”

Hoort uw werk bij het zorgeloze tijdperk?

„Nee, chansons gaan altijd over moeilijke of pijnlijke liefde, dat is nooit veranderd. Als ik één liedje moest kiezen, zou het Que reste-t-il de nos amours zijn, van Charles Trenet. Dat is de kwintessens van het liefdeslied.”

Wat vindt u van de affaire-Roman Polanski, die alsnog moet terechtstaan voor een zedenzaak uit 1977?

„Voor mij is die kwestie verjaard. Het slachtoffer heeft de aanklacht ingetrokken. Polanski’s leven is al moeilijk genoeg geweest. We moeten hem met rust laten. We hebben hem harder nodig als kunstenaar en regisseur dan als gevangene.”

Zijn de zeden strenger geworden?

„Ik weet het niet. Ik ben het eens met Alain Finkielkraut dat er in zekere zin ook sprake was van een vorm van provocatie bij het meisje. Niet bewust, maar als je naakt poseert en je bent heel knap... Dan kun je wel nog maar 13 jaar zijn, maar je moet nooit de duivel verleiden en vervolgens klagen over wat hij je aandoet. Meisjes die heel jong de kaart van de seksuele provocatie spelen, moeten niet verbaasd zijn dat de boemerang hen wreed treft.”

Heeft de romantische liefde de seksuele bevrijding overleefd?

„Dat hoop ik toch wel! Maar de grens tussen vrijheid en losbandigheid is moeilijk te trekken. Vrijheid houdt in dat je kunt kiezen voor mensen tot wie je je aangetrokken voelt. Van de een naar de ander fladderen, dat noem ik geen vrijheid maar versnippering.”

Waarom bent u teruggetrokken gaan leven?

„Je bent verplicht je grenzen te respecteren. Ik moest op een gegeven moment stoppen met optreden, omdat ik er de stem niet meer voor had. Maar ik stopte ook omdat ik een huismus tot op het bot ben. Ik kon het moeilijk verdragen de hele tijd afscheid te moeten nemen van degene met wie ik samen wilde zijn.”

Zijn uw chansons veranderd?

„Ik kan niet hetzelfde voor mezelf schrijven als dertig jaar geleden. Op mijn nieuwe album zing ik Le Dernier Détour, de laatste omweg, over een laatste liefde. Het is geschreven op een melodie van Calogero [Frans zanger, red], met veel melancholie en passie. In werkelijkheid is het denk ik onmogelijk dat mij zoiets nog overkomt, maar in dat liedje kon niets onmogelijk zou zijn. Er zat toekomst in.”

Nogal altijd uw romantische hoop.

„Nee, nee, op mijn leeftijd kan ik geen hoop meer hebben. Er komt ook een liedje op het album dat ik heb vernoemd naar The Age of Innocence van Edith Wharton, een van mijn lievelingsromans. Dat gaat over wat de liefde met je doet als je jong bent, dat je met de ogen dicht in de liefdes springt die het meeste pijn zullen doen. Daaruit blijkt dat dit voor mij heel ver weg is. En dat dit me spijt.”

Kunnen chanson over spiritualiteit gaan?

„Ik heb er twee over spiritualiteit: Regarde-toi en Tant de belles choses. De laatste heb ik geschreven na slecht nieuws over mijn gezondheid, waarover ik later gerustgesteld ben. Daarin wilde ik vertellen dat sterven niet betekent dat je er niet meer bent. Maar het gaat daar op een ambigue manier over, niet expliciet.”

Gelooft u in reïncarnatie?

„Niet met ijzeren overtuiging, maar ik sta open voor de gedachte.”

Wat zijn uw wensen?

„Ha ha, u zult me uitlachen. Ik hoopte vagelijk dat ik in een Scandinavisch land zou terechtkomen als ik me er mentaal op instelde. Maar gezien mijn gebreken in dit leven, kan ik beter reïncarneren in Zuid-Amerika of Afrika. Ik ben geboren in Parijs en heb hier altijd gewoond. Ik ben een verstokt stadsmens, bang voor elk beestje of insect. Ik moet naar een plek waar de omstandigheden mij confronteren met kanten van het leven die ik niet in mijn huidige reïncarnatie aan kan.”

U neemt het leven ernstig op.

„Dat is spiritualiteit: het leven is een inwijding. We zijn op aarde om te leren. Met vallen en opstaan. In de incarnatie die ik nu aan het afronden ben, ben ik op aarde om dingen te leren over hartstocht, wat een opstapje is tot de universele Liefde. Op dat gebied heb ik veel geleden. En lijden leidt tot nadenken, analyseren. Over de liefde heb ik nu wel een en ander begrepen.”

Wat?

„Je onderbewustzijn zorgt er altijd voor dat je je aangetrokken voelt tot iemand met problemen die de jouwe aanvullen. Ik las ergens dat een relatie een raderwerk van neuroses is. Dat klopt, absoluut.”

Hebt u daarmee leren omgaan?

„Moeilijk te zeggen. Niet lang geleden gebeurde het me toch dat iemand iets in me losmaakte. Toen viel me op dat die onrust bij mij nog altijd dezelfde pijnlijke remmingen losmaakt, ondanks alles wat ik van de liefde begrepen heb.”

Liefde is nooit vredig?

„Dat hangt ervan af welke liefde je bedoelt. Als ik me tot een man aangetrokken voelde, wist ik nooit of het verlangen of liefde was. Dat is voor mij onlosmakelijk verbonden. Verlangen komt voort uit afstand. Dat heb ik heel lang niet doorgehad. Ik heb nooit vertrouwen gehad dat wederzijdse gevoelens stand houden. De meeste mensen denken juist dat alles geregeld is zodra het wederzijds is. Angst dat alles voorbijgaat, houdt verlangen in stand. Heel complex. Je wilt verlangen zonder kwelling, maar zonder kwelling dooft het verlangen.”

Kunt u over zulke onderwerpen schrijven voor anderen?

„Het maakt niet uit voor wie het is. Als de melodie die men mij geeft me raakt, is de kans één op twee dat het me lukt daarop iets te schrijven. Toen ik voor Julien Clerc Fais-moi une place schreef, voorspelde mijn man dat Johnny Hallyday zou aankloppen. En inderdaad, zijn kantoor meldde zich. Maar met een melodie die zo niet-goed was, dat ik geweigerd heb. Mijn man zei: je bent gek, je zou er tonnen mee verdiend hebben. Misschien, maar ik kan niet schrijven op een melodie die me niet raakt.”

Beluister liedjes van Françoise Hardy op nrc.nl/kunst