Zakenbelangen dwingen China tot politieke actie

Het wordt voor China steeds moeilijker om zich politiek afzijdig te houden in Afrika. De economische belangen worden te groot.

Als de nacht valt over Conakry gaat alleen in de wijk manquepas (‘geen gebrek’) de straatverlichting aan. In de andere buurten maken kinderen hun huiswerk bij de kaarsvlam van een petroleumlamp. Nachtwakers lezen de Koran in het schijnsel van het uithangbord van een tankstation. Kruideniers verlichten hun geveltjes met een tl-buis die gevoed wordt door een accu.

Maar straks, zeggen de Chinezen, wordt alles anders. Overal in de hoofdstad van Guinee komt elektriciteit. Straks, zeggen de Chinezen, hoeven taxichauffeurs niet langer zes passagiers tegelijk in hun wrakke Peugeots te stouwen. De hoofdstad krijgt een metro. Er komen stuwdammen, nieuwe regeringskantoren, een vloot passagiersvliegtuigen. Guinee, zo beloven de Chinezen, wordt eindelijk modern. In ruil daarvoor hoeft het alleen maar grondstoffen als bauxiet, olie en ijzererts aan China te leveren. China redt de ontwikkelingslanden, zo beweert ook de militaire junta die in Guinee aan de macht is.

Op 9 oktober maakte de Guinese minister van Mijnbouw, Mohamed Thiam, bekend dat de junta op het punt staat een verdrag met China te ondertekenen. Het gaat om een investeringsplan ter waarde van 7 miljard dollar. Dat zou meteen een van grootste grondstoffendeals in Afrika zijn.

Een ingewijde die de overeenkomst al in augustus onder ogen kreeg, zegt dat de timing van het nieuws geen toeval was. Kort daarvoor hadden militairen zeker 157 betogers doodgeschoten. De buitenlandse kritiek op die slachtpartij en de daaropvolgende sanctiedreigingen zetten de militaire machthebbers zozeer onder druk dat het verdrag ingezet werd om aan de bevolking te tonen dat Guinee het Westen helemaal niet nodig heeft.

Maar de situatie in Guinee is precair. Etnische spanningen tussen facties in het leger kunnen volgens waarnemers tot een oorlog leiden die ook ernstige gevolgen zal hebben voor buurlanden als Sierra Leone en Liberia.

De instabiliteit in Guinee laat zien dat het steeds moeilijker wordt voor China om zijn traditionele beleid van politieke en diplomatieke non-interventie in Afrika vol te houden, zegt Mohamed Jalloh aan de telefoon vanuit Dakar, Senegal. Hij is daar analist van de in Brussel gevestigde denktank International Crisis Group. China heeft de afgelopen jaren zoveel geïnvesteerd in Afrika dat het er niet langer aan ontkomt zich diplomatiek actiever op te stellen, meent Jalloh. „Niet omdat China opeens meer begaan is met mensenrechten of democratie, maar uit welbegrepen eigenbelang. China heeft baat bij een minimum aan stabiliteit in Afrika, om de vereiste grondstoffen voor zijn snel groeiende economie veilig te stellen.”

De Chinese aanwezigheid in Afrika gaat verder terug dan de recente jacht op grondstoffen. In de jaren zestig wierp het communistische regime zich op als leider van de ontwikkelingslanden vanuit de gedachte dat Afrika en China op elkaar leken en gezamenlijke tegenstanders hadden. Peking verstrekte rentevrije leningen en gaf economische hulp aan zo’n twintig Afrikaanse landen, waaronder Guinee. Anders dan het Westen onthield het zich echter van directe politieke inmenging.

Veel Afrikanen menen dat China een eerlijker partner is dan de rijke landen, die ze maar bemoeizuchtig vinden. „Het lijkt me een goede zaak als Afrikaanse regeringen op basis van gelijkheid zaken kunnen doen met China”, zegt Baffour Ankomah, hoofdredacteur van het weekblad New African. „Na jaren van westerse inmenging is Afrika nu als een vrouw die twee mannen achter zich aan heeft. Ze kan nu zelf kiezen welke van de twee mannen haar het gelukkigst maakt.”

Maar volgens westerse regeringen en mensenrechtenorganisaties kan China zich niet langer afzijdig houden van corruptie, stembusfraude en repressie in die Afrikaanse landen waar het voet aan de grond heeft. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken verklaarde in een reactie op de onderhandelingen tussen China en Guinee zich „zorgen” te maken. „Wij denken dat het belangrijk is dat je oog hebt voor mensenrechten in landen waar je zaken mee doet”, zei een woordvoerder.

Tegelijkertijd dringt in China het besef door dat stabiliteit belangrijk is voor het veiligstellen van economische belangen. „Alles wijst erop dat China minder snel bereid is risico’s te nemen,” schrijft analist Philippe de Pontet in het weekblad African Business. „Chinese firma’s hebben zich nog niet teruggetrokken uit onstabiele landen, maar ze hebben duidelijk een meer afwachtende houding aangenomen.”

De onrust in Guinee bedreigt ook een buurland als Liberia – waar China dit jaar 2,6 miljard dollar investeerde in ijzerertsmijnen, de grootste buitenlandse investering ooit in Liberia.

De voornaamste koerswijziging van de afgelopen jaren in het Chinese Afrikabeleid voltrok zich in Soedan. Jarenlang al veroordelen mensenrechtenactivisten Peking vanwege wapenleveranties aan het regime in Khartoum, dat verantwoordelijk wordt gehouden voor genocide in Darfur. Soedan levert olie aan China. In 2007 stemde Peking tot veler verrassing in met een vredesmissie van de Verenigde Naties en de Afrikaanse Unie voor Darfur. China levert zelfs blauwhelmen. De nieuwe benadering zou alles te maken hebben gehad met de Olympische Spelen in Peking. China dreigde imagoschade op te lopen toen beroemdheden als de Amerikaanse actrice Mia Farrow de Spelen omdoopten tot ‘Genocide Olympics’.

Critici zien het leveren van blauwhelmen als een klein offer om de huidige Soedanpolitiek te kunnen voortzetten. Peking steunt Afrikaanse landen nog steeds in hun verzet tegen het internationale arrestatiebevel van de Soedanese president Bashir. Maar volgens Jalloh van de Crisis Group toont de kwestie-Soedan aan dat China zich vaker genoodzaakt voelt verantwoordelijkheid te nemen. „Het is een begin.”

De militaire betrokkenheid van China elders in Afrika wordt door waarnemers langs dezelfde lijnen beoordeeld. Peking levert naar schatting zestienhonderd blauwhelmen – meer dan vier andere permanente leden van de VN-Veiligheidsraad. In heel Afrika opereren enkele tientallen Amerikaanse blauwhelmen. Goed voor China’s imago en als oefening voor het Volksbevrijdingsleger, of goed voor de stabiliteit in Afrika? Beiden, wellicht. Net zoals de drie Chinese fregatten die piraterij bestrijden voor de kust van Somalië.

Chinese ambassadeurs van Liberia tot Zuid-Afrika stimuleren hun landgenoten tegenwoordig om de plaatselijke taal te leren, om spanningen met lokale werknemers te voorkomen. In Zambia zijn lokale mijnwerkers al in opstand gekomen tegen de harde Chinese arbeidsvoorwaarden en verdringing door Chinese arbeiders. De ambassadeur in Zuid-Afrika probeerde vorig jaar tegenover de Financial Times het beeld te verzachten dat China de Zimbabweaanse president Robert Mugabe in het zadel houdt. „Wij zijn niet blij met wat er in Zimbabwe gebeurt”, zei Zhong Jianhua. Hij vond alleen dat de westerse veroordelingen van Mugabe „averechts” werken.

Critici noemen dit het ophouden van schone schijn. Achter de schermen zouden de onderhandelingen over economische samenwerking gewoon verdergaan.

In Guinee heeft de Chinese regering betrokkenheid bij de omstreden grondstoffendeal expliciet ontkend. Huo Zhengde, ambassadeur in Conakry, zei anderhalve week geleden tegen de Franse radiozender RFI dat Peking „op geen enkele manier” een rol speelt. Volgens het tijdschrift Africa Confidential (AC) ontstond zorg toen Guinee de tot dan toe geheime onderhandelingen plots wereldkundig maakte. China vreesde net zo’n diplomatieke toestand als eerder rond Soedan, aldus het tijdschrift.

Ambassadeur Zhengde benadrukte dat de gesprekken met de junta gevoerd worden door het China Investment Fund (CIF) uit Hongkong – een privébedrijf. Op papier klopt dat laatste, maar in de praktijk blijkt het CIF in veel opzichten verweven is met de Chinese overheid (zie ‘Chinese bedrijven verweven met staat’). Dergelijke constructies, waarbij Peking kan ontkennen dat het betrokken is bij omstreden deals maar toch de regie houdt, gebruikt China vaker.

Jalloh vraagt zich af hoe lang China deze afstandelijke aanpak kan volhouden. „Als Guinee instort, moet China weer aan een VN-missie deelnemen om zijn investeringen in het land veilig te stellen.” Ankomah van de New African vindt de westerse bezorgdheid over China’s politieke onverschilligheid hypocriet. Hij hoopt bovendien dat China minder neutraal is dan het lijkt. „Peking heeft nu belangen in Guinee. Wie zegt dat China de junta achter de schermen niet tot inkeer zal brengen?”