'Vooral ministers van Financiën begrijpen weinig van de crisis'

Banken ontwikkelen producten die nog schimmiger zijn dan de producten die de crisis veroorzaakten. Hun macht neemt toe, waarschuwt hoogleraar economie Richard Portes.

Wij leren niets van de crisis. Politici doen aan symboolpolitiek rond bonussen en belastingparadijzen, en deinzen terug voor dingen die echt moeten gebeuren – zoals het opzetten van stevig internationaal toezicht op grensoverschrijdende banken. Sommige van deze banken worden steeds groter, terwijl de kleintjes verdwijnen. Binnenkort heeft niemand meer greep op deze kolossen. Eén faillissement en de gevolgen zijn niet te overzien.

Nee, Richard Portes, hoogleraar economie aan de London Business School en de École des Hautes Études en Sciences Sociales in Parijs, is er het afgelopen jaar niet vrolijker op geworden. Portes, een Amerikaanse Brit, schrijft geregeld artikelen voor de economenwebsite VoxEU.org. Een van zijn recente bijdragen was getiteld: ‘Wasting a Crisis’.

Amerikanen en Britten die verstand hebben van financieel-economische zaken, zijn meestal niet erg thuis in de Europese politiek. Portes heeft uitgebreid over de euro en Europese integratie gepubliceerd. Hij zit ook in een groep economische adviseurs van José Manuel Barroso, de voorzitter van de Europese Commissie. Hij kent zowel de Angelsaksische animal spirits die Londen en New York mede tot ’s werelds grootste financiële centra hebben gemaakt, als de neiging van veel continentale Europese landen om daar – jaloersig – paal en perk aan te stellen.

De twitterende professor zit thuis, in Londen, op de bank met een zere knie. Als je vraagt hoe het ermee gaat, zegt hij ongeduldig: „Not good.”

Die twee woorden gebruikt hij meermalen tijdens het gesprek over de crisis waar we in zijn ogen geen lessen uit trekken. Dat wil zeggen: „Academici en kopstukken in de financiële wereld hebben begrepen hoe en waarom we in deze crisis belandden en wat we moeten doen om herhaling te voorkomen. Centralebankiers en zelfs sommige toezichthouders zien dit. Alleen, zij hebben het niet voor het zeggen. Zij werken nationaal en moeten doen wat regeringen zeggen. Zij zijn deel van het probleem.”

Het probleem zijn de politici?

„Ja. Zij bedrijven symboolpolitiek. Ten eerste willen ze verkiezingen winnen. Ten tweede hebben ze geen benul van wat er speelt in de financiële wereld. Dus roepen zij, uit electorale overwegingen en uit onkunde, dingen die kiezers willen horen. Over het indammen van bonussen, belastingparadijzen, hedgefondsen enzovoort. Maar deze verschijnselen hebben de crisis niet veroorzaakt, ze hebben bijrolletjes gespeeld. Niemand kan volhouden dat belastingparadijzen de oorzaak waren. Of bonussen. Politici leggen het accent op verkeerde oplossingen. Zij denken dat ze daarmee het nodige hebben gedaan om deze crisis te bestrijden en de volgende te voorkomen.”

Nationale politici, Europese, allebei?

„Allebei. Eurocommissaris Charlie McCreevy (Interne Markt) begrijpt het, maar onder druk van zijn collega’s en het Europees Parlement is hij ook wetsvoorstellen gaan maken over hedgefondsen en ratingbureaus. Dé financiële tough guy in het Europees Parlement, de Deense socialist Poul Nyrup Rasmussen, scoort er ook punten mee.”

Bankiers namen toch te veel risico’s met bankgeld, om hoge bonussen te krijgen?

„Er waren ook bankiers die eigen geld inzetten. Bij Bear Stearns en Lehman Brothers verloren sommigen miljoenen aan de crisis. Het verlagen van bonussen damt risicogedrag niet genoeg in. Ik begrijp dat mensen nijdig zijn over de inkomensverschillen die bonussen veroorzaken. Sommige regeringen (zoals de Franse) proberen die woede te sussen door bonussen tijdelijk in te dammen. Maar anderen maken dat niet waar.”

Parijse handelaren zeiden tegen Le Monde dat hun bonussen stijgen.

„Grote banken verhogen de bonussen weer omdat personeel met institutionele klanten en al naar de concurrent liep. Het is een nobel streven, lagere bonussen. Maar A, je krijgt het toch niet voor elkaar en B, het is onrealistisch te denken dat het iets oplost.”

Moet er geen beter Europees toezicht komen op ratingbureaus zoals Moody’s en Standard & Poor’s, die hebben gesanctioneerd dat banken de complexe handel in kredietderivaten opzetten?

„Dat was de fout van de toezichthouders. Die besteedden hun werk deels aan de ratingbureaus uit. Dat leidde inderdaad tot excessen. Maar de oplossing is niet om ratingbureaus beter te inspecteren. De oplossing is om ze uit het proces te verwijderen. Laat de toezichthouders dit werk weer doen! Dan hebben ze van ratingbureaus geen last meer.”

En hedgefondsen?

„Hedgefondsen hebben de rommelkredieten niet geproduceerd en ze maar tot op zekere hoogte geabsorbeerd. Ze hebben wel geholpen om het probleem met rommelkredieten de economie in te sluizen.”

Het Europese wetsvoorstel voor hedgefondsen is weinig meer dan registratieplicht.

„Ik ben niet tegen, maar mensen moeten niet doen alsof het een oplossing biedt. We kunnen onze energie beter besteden.”

Waaraan?

„Aan vereisten om banken meer kapitaal achter de hand te laten houden. Dat is waar het om draait. Als banken risico’s nemen, moet ze een bepaalde kapitaalreserve aanleggen voor als het misgaat. Met de bestaande vereisten hebben ze een loopje genomen door nieuwe risicovolle producten te ontwikkelen en net te doen alsof er geen risico aan kleefde: ze verkochten zogenaamd de risico’s door en hoefden daarvoor dus geen reserves aan te leggen. Ten onrechte, zo bleek.”

Lost het De Larosière-plan voor meer Europees banktoezicht iets op?

„Keurig plan, dat weinig effect zal hebben. Ongeveer 60 procent van de bankzaken in de EU wordt afgehandeld door grensoverschrijdende banken. Wat nodig is, is niet dat de bestaande nationale toezichthouders bij elkaar gaan zitten en proberen gezamenlijk toezicht uit te oefenen. Dat stelt De Larosière voor, maar het is niet genoeg. Je hebt een sterke Europese toezichthouder nodig. Eén die bijt. Eén met gezag.”

Waarom heeft De Larosière die stap niet gezet?

„Hij had mensen in zijn team die hij niet zelf heeft uitgekozen, en die dat gewoon niet wilden.”

U bent diplomatiek!

„Welnee, dit is typisch Europese crisisrespons: er is een crisis en je zet een heleboel mensen om de tafel. Dus je krijgt altijd een compromis van een compromis. De Larosière is een goed onderhandelaar, maar zelfs hij kon er weinig meer van maken. Dit is niet goed.”

De Europese commissie heeft het omgesmeed tot wetsvoorstel.

„Zie je het voor je: 27 toezichthouders die samenkomen om te beslissen wat er met een bankgigant gebeurt. Zij zitten daar allemaal met hun nationale bril op. Niemand laat het achterste van zijn tong zien: iedereen wil de beste deal voor zijn land, niet voor de bank. Nog los van de tijd die het kost om met zoveel mensen besluiten te nemen: dat kan toch niet werken zo?”

Lukt het in de VS beter?

„Moeilijk te zeggen. Het parlementaire Financial Services Committee heeft het wetsvoorstel over financiële hervormingen aangenomen. Nu moet het voorstel naar het voltallige Huis en dan nog naar de senaat. Ik vrees dat het aan het eind van de rit door de machtige banklobby compleet verwaterd is.”

Waarom hebben de EU en de VS niet samen een sterke supervisie opgezet?

„Goede vraag. Er is op financieel gebied nauwelijks samenwerking. Een van de redenen is de hevige competitie tussen de financiële centra New York en Londen. Competitie is meestal gezond, maar nu staat het beter internationaal banktoezicht in de weg.”

Iedereen wil de regulering zo hebben dat andere landen er last van hebben en zij niet?

„Ja, het water stroomt naar het laagste putje.”

Vallen G20-afspraken ook in de categorie ‘symboolpolitiek’?

„Ja. Iedereen probeert de business te houden die hij heeft en business bij anderen weg te trekken. Bonussen, arbeidscontracten, fiscale voordelen voor bedrijven – dit zijn wapens in de strijd. Zo blijft iedereen gefocust op elkaar en niet op een onrustwekkend fenomeen: namelijk dat bepaalde grote banken machtiger en oligarchischer worden dan ze voor de crisis waren. Je ziet het aan weerszijden van de oceaan aan de sterke lobby die ze hebben opgezet om alles wat riekt naar inperking van hun macht of hun honger naar nieuwe producten, uit de weg te ruimen. Banken zijn bezig nieuwe producten te ontwikkelen die veel schimmiger, complexer en winstgevender zijn dan wat we tot nog toe zagen. Dit is zorgwekkend. En wat doen Europese politici? Die gaan achter private equity aan. De enige die banken wil opbreken, is eurocommissaris Neelie Kroes. De rest begrijpt er weinig van. Vooral ministers van Financiën niet.”

Kroes kan alleen probleembanken dwingen tot herstructurering, zoals ING en Lloyds.

„Klopt. Banken die geen staatssteun krijgen, kan zij niet aanpakken.”

Deutsche Bank, Barclays?

„Onder andere.”

Gouverneur Mervyn King van de Bank of England waarschuwt voor banken die ‘too big to fail’ zijn.

„Ik ben niet de enige die het gevaar ziet.”

Wat is het gevaar: dat zo’n bank wankelt en niet gered kan worden omdat het land van vestiging het niet kan betalen?

„Ja. En verdeelsleutels voor burden sharing, zodat meer landen het kunnen doen, zijn er niet. Zo’n bank zal andere meeslepen, economieën platleggen. Intussen vechten regeringen om er zoveel mogelijk uit te slepen voor hun belastingbetalers. In het klein gebeurt dat nu met IJsland. Kijk hoe schandalig Groot-Brittannië en Nederland IJsland behandelen.”

Bent u bang dat zo’n bankgigant bezwijkt?

„Hier geef ik geen commentaar op.”

Waarom niet?

„Omdat ik de situatie bij die banken niet kan beoordelen, en zou speculeren.”

Maar in het algemeen…

„In het algemeen zouden wij, omdat we beter toezicht niet voor elkaar krijgen, grote banken moeten verplichten ‘living wills’ op te stellen. Dit zijn een soort testamenten die zijzelf maken in overleg met toezichthouders in landen waar ze vestigingen hebben. Daar staat in wat van wie is.’’

Dan gaan die dertig of veertig toezichthouders niet vechten over stukken taart?

„U heeft gezien wat een rotzooi het was met Fortis? Daar waren maar drie toezichthouders bij betrokken, uit Beneluxlanden, die allang samenwerken. Die hadden bovendien een Memorandum of Understanding gesloten. Dat hielp allemaal niets. Je moet er niet aan denken hoe het strijdtoneel eruit ziet als twintig landen in één weekend de poet gaan verdelen. Tweede voordeel van een living will is dat het de banken verplicht hun structuren te vereenvoudigen. Als je moet afspreken wie wat krijgt, of hoe je bij crises snel gezonde onderdelen kunt afschermen van zieke delen, moet eerst duidelijk zijn wat er is en waar het zit. Het dwingt banken om complexe onderdelen uit het organogram tegen het daglicht te houden, zoals vennootschappen en filialen in diverse landen die vaak zijn opgezet om zo min mogelijk belasting te betalen en om controle en bemoeienis vanuit het hoofdkwartier tot een minimum te beperken.”

Willen banken testamenten?

„Nee.”

Waarom?

„Transparantie tast de ‘corporate culture’ aan.”

En politici?

„Politici hebben liever testamenten dan een machtige Europese toezichthouder. Testamenten worden per bank geregeld. Er komen geen algemene principes bij kijken die later tegen een grote bank in jouw land kunnen werken. Daarom is dit, in mijn ogen, het enige effectieve instrument met enige kans van slagen. Ik hoop dat politici dit begrijpen. Maar ik vrees dat velen het waanidee koesteren dat de crisis gauw voorbij is en dat dit soort hervormingen niet meer nodig zijn.”