Veel meer dan achter een bal aanrennen

Toen de Palestijnse speelsters het veld opkwamen, werd Vera Pauw overweldigd door emotie. De bondscoach van de Nederlandse voetbalsters zag het duel met Jordanië.

Een VVIP werd ze tijdens haar bezoek aan de Westelijke Jordaanoever genoemd. Een very, very, important person. Want wie FIFA-voorzitter Sepp Blatter mag vervangen, behoort tot de invloedrijken in het voetbal. En dus zat Vera Pauw, bondscoach van het Nederlandse vrouwenelftal, afgelopen maandag naast Salam Fayyad, premier van de Palestijnse autoriteit, op de eretribune van het Faisal Husseini stadion in Al-Ram, een dorp tussen bezet Oost-Jeruzalem en de Palestijnse stad Ramallah. Samen volgden zij de eerste thuiswedstrijd van het Palestijnse vrouwenelftal – precies een jaar nadat het mannenelftal de primeur beleefde voor eigen publiek.

Bij het mannenelftal werd destijds al gesproken van een historische wedstrijd. „Maar deze mag er ook wezen”, zegt Pauw, die het een eer vond dat zij de hoogste voetbalbaas mocht vertegenwoordigen als lid van het technisch comité. „Toen de Palestijnse speelsters het veld opkwamen, werd ik overweldigd door emotie. Wat een kracht straalden zij uit! Ik zal dat beeld niet snel vergeten.”

Pauw verbaasde zich over het hoge percentage vrouwen op de tribunes: ongeveer driekwart van de tienduizend toeschouwers. En de energie die zij meebrachten, is volgens haar met geen pen te beschrijven. „Ik heb wel eens een wedstrijd tussen Celtic en Rangers meegemaakt. Nou, daar werd heel wat minder lawaai geproduceerd dan in Al-Ram. De fans waren blij en opgewonden; je kon merken dat voetbal voor hen veel meer is dan achter een bal aanrennen.”

Pauw bezocht het Midden-Oosten tussen de WK-kwalificatiewedstrijden van haar eigen team tegen Noorwegen (0-3) en Macedonië (13-1). Hoewel ze – door tijdgebrek – maar weinig heeft gesproken met de Palestijnse en Jordaanse speelsters, merkte zij wel hoe groot de invloed van topsport op hun leven is. „Sport vergroot het zelfbewustzijn. De interland tegen Jordanië – en alles wat daaromheen gebeurde – was één grote schreeuw om vooruitgang.

Jibril Rajoub denkt daar niet anders over. De voorzitter van de Palestijnse voetbalbond – tevens lid van het topbestuur van president Abbas’ politieke organisatie Al-Fatah – zegt voorstander te zijn van gelijke rechten. Aan de International Herald Tribune vertelde hij dat hij een Amerikaans vrouwenelftal naar de Westelijke Jordaanoever wil halen om de sympathie van het Palestijnse volk te veroveren; een sportduel heeft volgens hem meer impact dan de bezoeken van de afgezant van president Obama. Op een wedstrijd met Israël zit Rajoub overigens niet te wachten. „Want stel je voor dat de speelsters elkaar de volgende dag bij een controlepost tegenkomen.”

Dergelijke scenario’s zijn heel reëel, ondervond Pauw. De dag voor de wedstrijd in Al-Ram – die in een 2-2 gelijkspel eindigde – werd voor haar ogen een controlepost afgesloten, omdat een Israëlische militair door een Palestijnse vrouw was neergestoken. „Ik heb tijdens mijn korte verblijf best wat hachelijke momenten meegemaakt”, erkent de bondscoach, die in een gepantserde limousine werd rondgereden en een voormalig lijfwacht van Arafat tot haar beschikking had.

De wedstrijd tussen Jordanië en Palestina is vooral van symbolische betekenis, want het vrouwenvoetbal heeft in die landen nog een lange weg te gaan. Op de FIFA-wereldranglijst is Jordanië met een 51ste plaats het hoogst genoteerde Arabische land, gevolgd door Marokko (61), Algerije (64) en Tunesië (70). De Palestijnse vrouwen bungelen onderaan de ranglijst. Ze hebben nog geen officiële ranking, omdat zij te weinig wedstrijden hebben gespeeld.

Maar voor de Palestijnse voetbalfederatie hebben sportieve resultaten (nog) geen prioriteit. „Sport is een middel om vrede en onafhankelijkheid te bereiken”, stelt voorzitter Rajoub in International Herald Tribune. „Wij zijn vreedzame ambassadeurs voor een goede zaak.”

Bekijk beelden van de interland tussen Palestina en Jordanië op www.nrc.nl/links