Treurig

Zelfs in de doodsstrijd wordt nog smalend gesproken over RKC. Wat moeten we verder nog met RKC? De voetbalelite stottert Ernst Happel na: „Ach, mein Junge, Umfallen und wegwezen.”

Het feuilleton van AZ en DSB blijft maar doorzeuren, dag na dag. Over het wenkende kerkhof in Waalwijk daarentegen wordt wat lacherig gedaan. Alsof het ene wereldnieuws is en het andere fait-divers. Alsof voetbal in Alkmaar meer sacrament is dan in Waalwijk. Alsof de ene provincieclub de andere niet is. Dat is het ook niet, maar wel in de dynamiek van de ondergang.

Het gevoel afscheid te moeten nemen hakt er bij RKC even diep in als bij AZ. Wie weet, dieper. AZ heeft nog de glorie van het verleden, RKC is meer kerstboom dan verleden. Een substantie van herinnering aan speelse folklore, op een zaterdagavond.

De gelukzalige pendel tussen cake en pils.

Al moeten we niet vergeten dat Martin Jol ooit trainer was in Waalwijk. Ja, de grote Martin Jol van de Spurs, HSV en Ajax dus. Dan sta je als club toch weer in de historie van het Nederlandse voetbal. In een traditie van Hollandse experimenteerzucht zelfs. En straks in het rijk der goden.

Clubs als RKC, De Graafschap, Den Bosch en Fortuna Sittard mogen dan niet meer tot de verbeelding van tv-zenders spreken, in het dagelijkse leven zijn ze onverminderd centrifuge van sociale weefsels. Ze verlenen identiteit aan bezitlozen. Meer dan Ajax, Feyenoord en PSV. Waar vooral gefortuneerden en intellectuelen in de tribunes zitten. Of toch middenstanders en dames. Dus eerder mensen die weinig te verliezen hebben.

Sterven in Waalwijk doe je niet zonder anderen, failliet gaan ook niet. Iedereen in de rouw. Allerheiligen en Allerzielen in het lege stadion van het leven. En dat niet alleen in deze eerste novemberdagen, voor de eeuwigheid. Stel dat De Graafschap morgen failliet zou gaan: een heuse boerenkrijg barst los. Vork en riek tot in de bedstee. Een fabriek die sluit in de Achterhoek: alla, maar de FC als afvoerputje? Oorlog, niets dan oorlog, meneer.

Zo is het ook in Waalwijk, waar niets meer is, alleen nog een waarom. De supporters bestormden nog net niet het gemeentehuis, sommigen per rollator, maar dat er opstand was in de stad kon niemand ontgaan. Een bijna niet te temmen woede. Cartesianen zullen die opwinding nooit begrijpen, maar wie iets van voetbal kent, weet dat het dreigende failliet van een club een regelrechte amputatie is. Een cesuur waar alles van het leven op stuk kan lopen: huwelijken, carrières, pensioenen, kennis en wetenschap. RKC als het ultieme houvast, waarom ook niet? Ik ken mensen die voor minder verlies naar de hoeren gaan.

De voetbalclub als laatste beroepsinstantie. Tegen alles wat mis is gegaan. Tegen het kerkhof van niet-ingeloste verwachtingen, tegen anonimiteit en alledaagsheid, tegen onvervuld verlangen, en uiteindelijk tegen zichzelf: het heeft ook iets moois. Ik kan best ontroerd zijn door dit bacchanaal van mismoedige zelfbevlekking.

En ja, dat mag de gemeente iets kosten.

De burgemeester van Waalwijk zei dat de gemeente rekening moet houden met de belastingbetaler. Dat zeggen burgemeesters in subsidienood altijd. En vervolgens laten ze zich graag afrekenen op bruggen en wegen, op musea en theaters, op klinkers in de winkelstraat. Alleen de voetbalclub moet het hebben van sponsors en ijdeltuiterige mecenassen.

In het geval van RKC is dat Ben Mandemakers. Ome Ben. Proef de naam, en je ziet vrouwen klantklossen, mannen timmeren en beitelen, kinderen met bakstenen op de rug. En één keer in het jaar allen samen de huifkar in. Aan de taart. Ben Mandemakers: een liefdevolle versie van de negentiende eeuw. Van hem kun je niet zeggen dat hij duizenden sukkels heeft opgelicht. Gewoon een onorthodoxe liefdesgek.

Van de spelers van RKC wordt nu verwacht dat ze actief deelnemen aan maatschappelijke projecten om de club mee te financieren. Hadden we daar Johan Cruijff niet voor? Dus: de spits van RKC gaat even een balletje hooghouden op de lokale kinderboerderij. Mooi, maar dan ben je wel spits-af. Verder moet het begrotingsdeficit gefinancierd worden door het houden van muziekfestivals in het stadion. De Stones in Waalwijk? Allicht niet, het zal wel bij Corry en de Rekels blijven.

Altijd weer zie je dat noodlijdende clubs vervreemden van zichzelf en beroep gaan doen op nep van de TROS. In voltooide treurigheid. Heroïek ingeruild voor centen en procenten.

Nou, daar weet de duivel wel raad mee.