Rare tekens

Lezen zonder klinkers in een weerbarstig schrift: welkom in het Middel-Egyptisch. Berthold van Maris

Hoe zei men in het Egyptisch van vierduizend jaar geleden dat een vrouw mooi was? We weten het niet precies, want de Egyptenaren schreven geen klinkers. Alleen de medeklinkers zijn bekend: nfr hmt. Nfr is mooi, hmt is vrouw en ‘is’ hoefden ze in dit soort zinnen niet te zeggen.

Dat we de klinkers niet weten, is een van de vele moeilijkheden waar de ontcijferaar van het Egyptisch mee moet leren leven, zegt de egyptoloog Louis Zonhoven. Deze week verschijnt van hem een Middel-Egyptische grammatica in twee delen. Het is niet alleen maar een grammatica, maar ook een lesboek, met oefeningen en beginnersteksten.

Zonhoven, die verbonden was aan de universiteit van Leiden, is inmiddels met pensioen, maar geeft op maandagavonden nog steeds les in klassiek Egyptisch. Dat klinkerloze, daar wen je aan, zegt hij. “Neem maar eens een stukje Nederlands uit de krant en schrijf dat zonder klinkers, dan zult u zien dat dat nog vrij gemakkelijk wegleest.”

Het oplezen van alleen maar medeklinkers is onbegonnen werk. Mensen hebben klinkers nodig en daarom hebben de egyptologen afgesproken dat ze er è’s tussen zetten. ‘Nfr hmt’ wordt dan ‘Nèfèr hèmèt’. Dat klinkt al meer naar een levende taal.

Dan het schrift zelf. Dat is mooi, maar weerbarstig. Zonhoven: “Ik weet niet of u wel eens Discovery Channel of National Geographic ziet. Daar ziet u Egyptologen even uit de losse pols wat piramideteksten oplezen. Nou, dat gaat echt niet hoor. Die hebben dat van tevoren heel goed bestudeerd.”

Zelf kan Zonhoven ook een aantal teksten zo oplezen, met name de klassieke beginnersteksten die hij al dertig jaar gebruikt. “Omdat ik die al duizend keer gelezen heb.”

Het probleem is niet alleen dat er veel tekens zijn – de basislijst omvat ruim 700 hiërogliefen – maar ook dat er eigenlijk meerdere systemen door elkaar gebruikt worden. Sommige tekens staan voor een woord. Andere voor een medeklinker. Weer andere voor een combinatie van twee of drie medeklinkers. Omdat de klinkers worden weggelaten, gaan sommige woorden er hetzelfde uitzien. Om ze toch uit elkaar te kunnen houden, kun je er een ‘determinatief’ achter zetten: een teken dat aangeeft in welke sfeer de betekenis gezocht moet worden: een mens, een gebouw, een plant, iets dat met ‘varen’ van doen heeft, etcetera.

SAMENSPEL

Zonhoven: “De woorden en zinnen ontstaan uit het samenspel van die tekens. Het is heel lastig om daar vertrouwd mee te raken. Sommige tekens kunnen meerdere rollen hebben en sommige woorden kunnen op meer manieren geschreven worden. Je kunt binnen een zin voor hetzelfde woord soms twee verschillende schrijfwijzen tegenkomen. Mij wordt dan wel eens gevraagd: waarom doet de schrijver dat? Het antwoord is: gewoon omdat hij daar zin in had.”

In het boek zijn de voorbeeldzinnen en voorbeeldteksten in prachtige hiërogliefen gezet. Hiërogliefen waren een soort typografie avant la lettre.

“Ik heb een kopie gebruikt van de tekenset die Gardiner, de belangrijkste egyptoloog van de vorige eeuw, rond 1925 door een typograaf heeft laten maken. Een ongeëvenaard mooie tekenset, vind ik. Vanwege de eenvoud ervan. Het is voldoende uitgewerkt, en toch is het ook heel simpel.”

TAALVARIANT

De vele literaire teksten van het Middenrijk – de klassieke periode (ca. 2100-1800 v.Chr.) – zijn overgeleverd in kopieën uit het latere Nieuwe Rijk (ca. 1600-1000 v.Chr.). Voor de schrijvers die deze kopieën hebben vervaardigd ging het toen al om een taalvariant die sterk verouderd was.

“Zij schreven in het klassieke Middel-Egyptisch, terwijl ze zelf Nieuw-Egyptisch spraken. Dat kunt u vergelijken met Nederlanders die nu in het Middelnederlands zouden schrijven. Je kunt er bewondering voor hebben hoe zij, zonder dat ze een grammatica tot hun beschikking hadden, alleen door oefenen en oefenen die archaïsche taal onder de knie kregen. Zelf hadden ze een veel analytischer taal, met hulpwerkwoorden en zo. Ik vind dat synthetische van die oudere taal, met al die compactere vormen, veel spannender. Ja, waarom? Dat is een beetje mijn puzzelnatuur.”

De eerste uitgebreide grammatica van het Middel-Egyptisch is uit 1927. Sindsdien zijn de inzichten verder verfijnd, met name op het gebied van de werkwoordsvormen. Omdat de klinkers verloren zijn gegaan, weten we niet precies hoe de werkwoordsvormen eruitzagen. Het is aannemelijk dat ze soms alleen in de klinkers verschilden – zoals in het Nederlands ‘beginnen’ en ‘begonnen’ ook alleen in de klinker van elkaar verschillen.

Het boek van Zonhoven richt zich op een wat breder publiek. Wat niet wil zeggen dat het gemakkelijke kost is. Alleen heel gemotiveerde leerlingen met een stevig taalgevoel kunnen doordringen in het Egyptisch, is Zonhovens ervaring. “Als je op de een of andere manier al getraind bent in omgaan met een dode taal, dan heb je een voorsprong.”

Je moet ook bereid zijn er een hoop tijd in steken. Vandaar dat mensen er vaak pas op latere leeftijd aan beginnen. “Dan zeggen ze: ik heb altijd Egyptologie willen studeren, maar mijn vader vond dat niks, en toen ben ik rechten gaan studeren.”

L.M.J. Zonhoven, Middel-Egyptische grammatica. Peeters, Leuven. Twee delen. pag. Prijs: € .